Exodus 6:20

Statenvertaling (States Bible)

En de zonen van Jizhar: Korah, en Nefeg, en Zichri.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ex 2:1-2 : 1 En een man van het huis van Levi ging, en nam een dochter van Levi. 2 En de vrouw werd zwanger, en baarde een zoon. Toen zij hem zag, dat hij schoon was, zo verborg zij hem drie maanden.
  • Num 26:59 : 59 En de naam der huisvrouw van Amram was Jochebed, de dochter van Levi, welke de huisvrouw van Levi baarde in Egypte; en deze baarde aan Amram, Aaron, en Mozes, en Mirjam, hun zuster.
  • Ex 6:16 : 16 De zonen van Gerson: Libni en Simei, naar hun huisgezinnen.
  • Ex 6:18 : 18 En de zonen van Merari: Machli en Musi; dit zijn de huisgezinnen van Levi, naar hun geboorten.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Num 26:58-60
    3 verzen
    85%

    58Dit zijn de geslachten van Levi: het geslacht der Libnieten, het geslacht der Hebronieten, het geslacht der Machlieten, het geslacht der Muzieten, het geslacht der Korachieten. En Kohath gewon Amram.

    59En de naam der huisvrouw van Amram was Jochebed, de dochter van Levi, welke de huisvrouw van Levi baarde in Egypte; en deze baarde aan Amram, Aaron, en Mozes, en Mirjam, hun zuster.

    60En aan Aaron werden geboren Nadab en Abihu, Eleazar en Ithamar.

  • 1 Kron 6:1-4
    4 verzen
    80%

    1De kinderen van Levi waren Gerson, Kahath en Merari.

    2De kinderen van Kahath nu waren Amram, Jizhar, en Hebron, en Uzziel.

    3En de kinderen van Amram waren Aaron, en Mozes en Mirjam; en de kinderen van Aaron waren Nadab en Abihu, Eleazar en Ithamar.

    4En Eleazar gewon Pinehas, Pinehas gewon Abisua;

  • Ex 6:18-19
    2 verzen
    77%

    18En de zonen van Merari: Machli en Musi; dit zijn de huisgezinnen van Levi, naar hun geboorten.

    19En Amram nam Jochebed, zijn moei, zich tot huisvrouw, en zij baarde hem Aaron en Mozes; en de jaren des levens van Amram waren honderd zeven en dertig jaren.

  • Ex 6:23-27
    5 verzen
    75%

    23En de zonen van Korah waren: Assir, en Elkana, en Abiasaf; dat zijn de huisgezinnen der Korachieten.

    24En Eleazar, de zoon van Aaron, nam voor zich een van de dochteren van Putiel tot een vrouw; en zij baarde hem Pinehas. Dit zijn de hoofden van de vaderen der Levieten, naar hun huisgezinnen.

    25Dit is Aaron en Mozes, tot welke de HEERE zeide: Leidt de kinderen Israels uit Egypteland, naar hun heiren.

    26Dezen zijn het, die tot Farao, den koning van Egypte, spraken, opdat zij de kinderen Israels uit Egypte leidden; dit is Mozes en Aaron.

    27En het geschiedde te dien dage, als de HEERE tot Mozes sprak in Egypteland;

  • 16De zonen van Gerson: Libni en Simei, naar hun huisgezinnen.

  • 72%

    12De kinderen van Kehath waren Amram, Jizhar, Hebron en Uzziel; vier.

    13De kinderen van Amram waren Aaron en Mozes. Aaron nu werd afgezonderd, dat hij heiligde de allerheiligste dingen, hij en zijn zonen, tot in eeuwigheid, om te roken voor het aangezicht des HEEREN, om Hem te dienen en om in Zijn Naam tot in eeuwigheid te zegenen.

  • 71%

    18En de kinderen van Kahath waren Amram, en Jizhar, en Hebron, en Uzziel.

    19De kinderen van Merari waren Maheli en Musi. En dit zijn de huisgezinnen der Levieten, naar hun vaderen.

  • 71%

    7En Mozes was tachtig jaar oud, en Aaron was drie en tachtig jaar oud, toen zij tot Farao spraken.

  • 70%

    1En een man van het huis van Levi ging, en nam een dochter van Levi.

  • 21En de zonen van Uzziel: Misael, en Elzafan, en Sithri.

  • 1Dit nu zijn de geboorten van Aaron en Mozes; ten dage als de HEERE met Mozes gesproken heeft op den berg Sinai.

  • 19En de zonen van Kahath, naar hun geslachten; Amram en Izhar, Hebron en Uzziel.

  • 1Mirjam nu sprak, en Aaron, tegen Mozes, ter oorzake der vrouw, der Cuschietische, die hij genomen had; want hij had een Cuschietische ter vrouw genomen.

  • 6(En de kinderen Israels reisden van Beeroth-Bene-jaakan en Mosera. Aldaar stierf Aaron, en werd aldaar begraven; en zijn zoon Eleazar bediende het priesterambt in zijn plaats.

  • 27En van Kahath is het geslacht der Amramieten, en het geslacht der Izharieten, en het geslacht der Hebronieten, en het geslacht der Uzzielieten; dit zijn de geslachten der Kahathieten.

  • 34Mozes dan en Aaron, en de oversten der vergadering telden de zonen der Kahathieten, naar hun geslachten, en naar het huis hunner vaderen:

  • 17Toen namen Mozes en Aaron die mannen, welken met namen uitgedrukt zijn.

  • 22De kinderen van Kahath waren: zijn zoon Amminadab; zijn zoon Korah; zijn zoon Assir;

  • 1Daarna zult gij uw broeder Aaron, en zijn zonen met hem, tot u doen naderen uit het midden der kinderen Israels, om Mij het priesterambt te bedienen: namelijk Aaron, Nadab en Abihu, Eleazar en Ithamar, de zonen van Aaron.

  • 11En Azarja gewon Amarja, en Amarja gewon Ahitub;

  • 13Dit zijn de hoofden van ieder huis hunner vaderen: de zonen van Ruben, de eerstgeborene van Israel, zijn Hanoch en Pallu, Hezron en Charmi; dit zijn de huisgezinnen van Ruben.

  • 38Den zoon van Jizhar, den zoon van Kahath, den zoon van Levi, den zoon van Israel.

  • 7En Merajoth gewon Amarja, en Amarja gewon Ahitub;

  • 42En Achaz gewon Jaera, en Jaera gewon Alemeth, en Azmaveth, en Zimri; en Zimri gewon Moza;

  • 46Al de getelden, welke Mozes en Aaron, en de oversten van Israel geteld hebben van de Levieten, naar hun geslachten, en naar het huis hunner vaderen,

  • 18Belangende nu zijn zuster Molecheth, zij baarde Ishod, en Abiezer, en Mahela.

  • 47Den zoon van Maheli, den zoon van Musi, den zoon van Merari, den zoon van Levi.

  • 6Zo zeide hij tot Mozes: Ik, uw schoonvader Jethro, kom tot u, met uw huisvrouw, en haar beide zonen met haar.

  • 11En de zonen van Levi: Gerson, Kehath en Merari.