Jeremia 14:1

Statenvertaling (States Bible)

Het woord des HEEREN, dat tot Jeremia geschied is, over de zaken der grote droogte.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Jer 17:8 : 8 Want hij zal zijn als een boom, die aan het water geplant is, en zijn wortelen uitschiet aan een rivier, en gevoelt het niet, wanneer er een hitte komt, maar zijn loof blijft groen; en in een jaar van droogte zorgt hij niet, en houdt niet op van vrucht te dragen.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 1Het woord, dat tot Jeremia geschied is, van den HEERE, zeggende:

  • 1Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, zeggende:

  • 1Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, zeggende:

  • 19En des HEEREN woord geschiedde tot Jeremia, zeggende:

  • 1In het begin des koninkrijks van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda, geschiedde dit woord tot Jeremia, van den HEERE, zeggende:

  • 1Het woord, dat tot Jeremia geschied is, van den HEERE, zeggende:

  • 12Toen geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia, zeggende:

  • 2Juda treurt en haar poorten zijn verzwakt; zij zijn in het zwart gekleed ter aarde toe, en Jeruzalems geschrei klimt op.

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 1Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, in de dagen van Jojakim, den zoon van Josia, den koning van Juda, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 11Ziet, de dagen komen, spreekt de Heere HEERE, dat Ik een honger in het land zal zenden; niet een honger naar brood, noch dorst naar water, maar om te horen de woorden des HEEREN.

  • 12Daarom geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia, van den HEERE, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 1Het gebeurde ook in het vierde jaar van Jojakim, den zoon van Josia, den koning van Juda, dat dit woord tot Jeremia geschiedde van den HEERE, zeggende:

  • 26Toen geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia, zeggende:

  • 11Daarna geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 8Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • Jer 1:2-4
    3 verzen
    73%

    2Tot welken het woord des HEEREN geschiedde, in de dagen van Josia, zoon van Amon, koning van Juda, in het dertiende jaar zijner regering.

    3Ook geschiedde het tot hem in de dagen van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda, totdat voleind werd het elfde jaar van Zedekia, zoon van Josia, koning van Juda; totdat Jeruzalem gevankelijk werd weggevoerd in de vijfde maand.

    4Het woord des HEEREN dan geschiedde tot mij, zeggende:

  • 1Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE (als Nebukadrezar, koning van Babel, en zijn ganse heir, en alle koninkrijken der aarde, die onder de heerschappij zijner hand waren, en al de volken tegen Jeruzalem streden, en tegen al haar steden), zeggende:

  • 1Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 1In het begin des koninkrijks van Jojakim, den zoon van Josia, koning van Juda, geschiedde dit woord van den HEERE, zeggende:

  • 6Jeremia dan zeide: Des HEEREN woord is tot mij geschied, zeggende:

  • 6Toen geschiedde des HEEREN woord tot den profeet Jeremia, zeggende:

  • 1Het woord des HEEREN, dat tot den profeet Jeremia geschied is tegen de heidenen.

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 4Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 12Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 10Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.

  • 7En het gebeurde ten einde van tien dagen, dat des HEEREN woord tot Jeremia geschiedde.

  • 2Daarna geschiedde het woord des HEEREN tot hem, zeggende:

  • 1Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 14Toen geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:

  • 1De honger nu werd zwaar in dat land;

  • 23Voorts geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 15Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1Want ziet, de Heere, HEERE der heirscharen, zal van Jeruzalem en van Juda wegnemen den stok en den staf, allen stok des broods, en allen stok des waters;

  • 1Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 8Toen geschiedde het woord des HEEREN tot hem, zeggende:

  • 1Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, in het tiende jaar van Zedekia, koning van Juda; dit jaar was het achttiende jaar van Nebukadrezar.

  • 1Het woord, dat tot Jeremia geschiedde aan al de Joden, die in Egypteland woonden, die te Migdol woonden, en te Tachpanhes, en te Nof, en in het land Pathros, zeggende:

  • 8Toen geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia te Tachpanhes, zeggende:

  • 9En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 1Daarna geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:

  • 21Wederom geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende: