Jeremia 18:1

Statenvertaling (States Bible)

Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, zeggende:

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 1Het woord, dat tot Jeremia geschied is, van den HEERE, zeggende:

  • 1Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, zeggende:

  • 1Het woord, dat tot Jeremia geschied is, van den HEERE, zeggende:

  • 2Maak u op, en ga af in het huis des pottenbakkers, en aldaar zal Ik u Mijn woorden doen horen.

  • 12Daarom geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia, van den HEERE, zeggende:

  • 1In het begin des koninkrijks van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda, geschiedde dit woord tot Jeremia, van den HEERE, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 19En des HEEREN woord geschiedde tot Jeremia, zeggende:

  • 12Toen geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia, zeggende:

  • 6Jeremia dan zeide: Des HEEREN woord is tot mij geschied, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 5Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 4Het woord des HEEREN dan geschiedde tot mij, zeggende:

  • 1Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, in de dagen van Jojakim, den zoon van Josia, den koning van Juda, zeggende:

  • 26Toen geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia, zeggende:

  • 6Toen geschiedde des HEEREN woord tot den profeet Jeremia, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 1Het gebeurde ook in het vierde jaar van Jojakim, den zoon van Josia, den koning van Juda, dat dit woord tot Jeremia geschiedde van den HEERE, zeggende:

  • 1Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 30Daarom geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia, zeggende:

  • 8Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 9En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 1In het begin des koninkrijks van Jojakim, den zoon van Josia, koning van Juda, geschiedde dit woord van den HEERE, zeggende:

  • 1Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 8Toen geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia te Tachpanhes, zeggende:

  • 1Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 14Toen nu Jeremia van Tofeth kwam, waarhenen hem de HEERE gezonden had, om te profeteren, stond hij in het voorhof van des HEEREN huis, en zeide tot al het volk:

  • 17Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1En het woord des HEEREN geschiedde tot mij, zeggende:

  • 2Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1Voorts geschiedde des HEEREN woord ten tweeden male tot Jeremia, als hij nog in het voorhof der bewaring was opgesloten, zeggende:

  • 1Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 1Daarna geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 1Alzo zegt de HEERE: Ga af in het huis des konings van Juda, en spreek aldaar dit woord.

  • 23Voorts geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia, zeggende:

  • 11Daarna geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 2Tot welken het woord des HEEREN geschiedde, in de dagen van Josia, zoon van Amon, koning van Juda, in het dertiende jaar zijner regering.

  • 1Het woord des HEEREN, dat tot Jeremia geschied is, over de zaken der grote droogte.

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 2Hetwelk de profeet Jeremia gesproken heeft tot het ganse volk van Juda, en tot al de inwoners van Jeruzalem, zeggende:

  • 1Het woord des HEEREN, dat tot den profeet Jeremia geschied is tegen de heidenen.