Ezechiël 25:1

Statenvertaling (States Bible)

En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 1Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • Ezech 25:2-3
    2 verzen
    87%

    2Mensenkind! zet uw aangezicht tegen de kinderen Ammons, en profeteer tegen dezelve;

    3En zeg tot de kinderen Ammons: Hoort des Heeren HEEREN woord: Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij gezegd hebt: Heah! over Mijn heiligdom, als het ontheiligd werd, en over het land Israels, als het verwoest werd, en over het huis van Juda, als zij in gevangenis gingen;

  • 1Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 1Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1En het woord des HEEREN geschiedde tot mij, zeggende:

  • 1Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 20Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 15Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 1Voorts geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 2Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 26Verder geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:

  • 17Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1Daarna geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:

  • 21Wederom geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:

  • 18Wederom geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 23Voorts geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 2Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 4Het woord des HEEREN dan geschiedde tot mij, zeggende:

  • 1En het gebeurde in het elfde jaar, op den eersten der maand, dat des HEEREN woord tot mij geschiedde, zeggende:

  • 15Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 8Wederom geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 11Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1Het woord, dat tot Jeremia geschied is, van den HEERE, zeggende:

  • 23Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 45Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, zeggende:

  • 1Het gebeurde ook in het elfde jaar, in de derde maand, op den eersten der maand, dat des HEEREN woord tot mij geschiedde, zeggende:

  • 14Toen geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:

  • 1Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, zeggende:

  • 9En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 12Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 17Dat de HEERE tot mij sprak, zeggende:

  • 1Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, in het negende jaar, in de tiende maand, op den tienden der maand, zeggende:

  • 8Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 17Daarna geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:

  • 11Daarna geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende: