Ezechiël 28:20

Statenvertaling (States Bible)

Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 1Voorts geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 11Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 85%

    21Mensenkind! zet uw aangezicht tegen Sidon, en profeteer tegen haar,

    22En zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik wil aan u, o Sidon! en zal in het midden van u verheerlijkt worden; en zij zullen weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik gerichten in haar zal hebben geoefend, en in haar geheiligd zal zijn.

  • Ezech 21:1-2
    2 verzen
    84%

    1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

    2Mensenkind! zet uw aangezicht tegen Jeruzalem, en drup tegen de heiligdommen, en profeteer tegen het land van Israel;

  • 8Wederom geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 21Wederom geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:

  • 1Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 45Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 18Wederom geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 26Verder geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:

  • 2Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 17Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 15Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 23Voorts geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 1Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 2Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 14Toen geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:

  • 16Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 23Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 17Daarna geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:

  • 12Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 1Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 15Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 20En ik zeide tot hen: Het woord des HEEREN is tot mij geschied, zeggende:

  • 1En het woord des HEEREN geschiedde tot mij, zeggende:

  • 1Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1Daarna geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:

  • 8Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 9En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 11Daarna geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 8En des morgens geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 5En de HEERE sprak nog verder tot mij, zeggende:

  • 8Het woord des HEEREN geschiedde verder tot mij, zeggende:

  • 19Allen, die u kennen onder de volken, zijn over u ontzet; gij zijt een grote schrik geworden, en zult er niet meer zijn tot in eeuwigheid.

  • 1Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, zeggende: