Ezechiël 20:45
Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
15Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:
2Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
1Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
1Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
20Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
17Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
23Voorts geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
21Wederom geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:
1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:
1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:
1Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
16Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
1En het woord des HEEREN geschiedde tot mij, zeggende:
1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:
15Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
46Mensenkind, zet uw aangezicht naar den weg van het zuiden, en drup tegen het zuiden; en profeteer tegen het woud van het veld in het zuiden.
47En zeg tot het zuiderwoud: Hoor des HEEREN woord: Alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal een vuur in u aansteken, hetwelk in u allen groenen boom en allen dorren boom verteren zal; de vlammende vlam zal niet uitgeblust worden, maar daardoor zullen verbrand worden alle aangezichten van het zuiden tot het noorden toe.
1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:
1Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
20En ik zeide tot hen: Het woord des HEEREN is tot mij geschied, zeggende:
11Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
23Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
2Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
26Verder geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:
1Daarna geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:
11Daarna geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
12Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
1Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
1Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
18Wederom geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
8Wederom geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:
1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:
1Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
1Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
1Voorts geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:
9En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:
14Toen geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:
1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:
4Het woord des HEEREN dan geschiedde tot mij, zeggende:
17Daarna geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:
8Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
44Zo zult gij weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik met u gedaan zal hebben, om Mijns Naams wil, niet naar uw boze wegen, noch naar uw verdorven handelingen, o huis Israels, spreekt de Heere HEERE.
1Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, zeggende:
1Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
5Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
19En des HEEREN woord geschiedde tot Jeremia, zeggende:
8En des morgens geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende: