Ezechiël 28:1

Statenvertaling (States Bible)

Voorts geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ezech 27:1-3
    3 verzen
    90%

    1Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

    2Gij dan, mensenkind! hef een klaaglied op over Tyrus;

    3En zeg tot Tyrus, die daar woont aan de ingangen der zee, handelende met de volken in vele eilanden: Zo zegt de Heere HEERE: O Tyrus! gij zegt: Ik ben volmaakt in schoonheid.

  • 87%

    11Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

    12Mensenkind! hef een klaaglied op over den koning van Tyrus, en zeg tot hem: Zo zegt de Heere HEERE: Gij verzegelaar der som, vol van wijsheid en volmaakt in schoonheid!

  • 1Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 2Mensenkind! zeg tot den vorst van Tyrus: Zo zegt de Heere HEERE: Omdat uw hart zich verheft en zegt: Ik ben God, ik zit in Godes stoel, in het hart der zeeen! daar gij een mens en geen God zijt, stelt gij nochtans uw hart, als Gods hart.

  • 20Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 2Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 26Verder geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 1Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 17Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 1Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 15Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1Daarna geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:

  • 18Wederom geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1En het woord des HEEREN geschiedde tot mij, zeggende:

  • 2Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 8Wederom geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 14Toen geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:

  • 12Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 23Voorts geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 21Wederom geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:

  • 1En het gebeurde in het elfde jaar, op den eersten der maand, dat des HEEREN woord tot mij geschiedde, zeggende:

  • 15Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 16Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 45Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 17Voorts gebeurde het in het zeven en twintigste jaar, in de eerste maand, op den eersten der maand, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 1Het gebeurde ook in het elfde jaar, in de derde maand, op den eersten der maand, dat des HEEREN woord tot mij geschiedde, zeggende:

  • 8Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 4Het woord des HEEREN dan geschiedde tot mij, zeggende:

  • 23Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 11Daarna geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 1In het tiende jaar, in de tiende maand, op den twaalfden der maand, geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 8Het woord des HEEREN geschiedde verder tot mij, zeggende:

  • 16Het gebeurde nu ten einde van zeven dagen, dat het woord des HEEREN tot mij geschiedde, zeggende: