Jeremia 7:1

Statenvertaling (States Bible)

Het woord, dat tot Jeremia geschied is, van den HEERE, zeggende:

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Jer 11:1-2
    2 verzen
    91%

    1Het woord, dat tot Jeremia geschied is, van den HEERE, zeggende:

    2Hoort gijlieden de woorden dezes verbonds, en spreekt tot de mannen van Juda, en tot de inwoners van Jeruzalem;

  • 1Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, zeggende:

  • 1Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, zeggende:

  • 2Sta in de poort van des HEEREN huis, en roep aldaar dit woord uit, en zeg: Hoort des HEEREN woord, o gans Juda! gij, die door deze poorten ingaat, om den HEERE aan te bidden.

  • 1Daarna geschiedde het woord des HEEREN tot mij, zeggende:

  • 1In het begin des koninkrijks van Jojakim, zoon van Josia, koning van Juda, geschiedde dit woord tot Jeremia, van den HEERE, zeggende:

  • 12Daarom geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia, van den HEERE, zeggende:

  • 12Toen geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia, zeggende:

  • 6Jeremia dan zeide: Des HEEREN woord is tot mij geschied, zeggende:

  • 19En des HEEREN woord geschiedde tot Jeremia, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 4Toen geschiedde het woord des HEEREN der heirscharen tot mij, zeggende:

  • 6Toen geschiedde des HEEREN woord tot den profeet Jeremia, zeggende:

  • 1Het woord, dat tot Jeremia geschied is van den HEERE, in de dagen van Jojakim, den zoon van Josia, den koning van Juda, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 8Verder geschiedde het woord des HEEREN tot Zacharia, zeggende:

  • 4Het woord des HEEREN dan geschiedde tot mij, zeggende:

  • 1In het begin des koninkrijks van Jojakim, den zoon van Josia, koning van Juda, geschiedde dit woord van den HEERE, zeggende:

  • 30Daarom geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia, zeggende:

  • 26Toen geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia, zeggende:

  • Jer 17:19-20
    2 verzen
    79%

    19Alzo heeft de HEERE tot mij gezegd: Ga henen en sta in de poort van de kinderen des volks, door dewelke de koningen van Juda ingaan, en door dewelke zij uitgaan, ja, in alle poorten van Jeruzalem;

    20En zeg tot hen: Hoort des HEEREN woord, gij koningen van Juda, en gans Juda, en alle inwoners van Jeruzalem, die door deze poorten ingaat!

  • 1Het gebeurde ook in het vierde jaar van Jojakim, den zoon van Josia, den koning van Juda, dat dit woord tot Jeremia geschiedde van den HEERE, zeggende:

  • 9En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 1En het woord des HEEREN geschiedde tot mij, zeggende:

  • 1Alzo zegt de HEERE: Ga af in het huis des konings van Juda, en spreek aldaar dit woord.

  • 8Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 14Toen nu Jeremia van Tofeth kwam, waarhenen hem de HEERE gezonden had, om te profeteren, stond hij in het voorhof van des HEEREN huis, en zeide tot al het volk:

  • 1Voorts geschiedde des HEEREN woord ten tweeden male tot Jeremia, als hij nog in het voorhof der bewaring was opgesloten, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • Jer 1:1-2
    2 verzen
    77%

    1De woorden van Jeremia, den zoon van Hilkia, uit de priesteren, die te Anathoth waren, in het land van Benjamin;

    2Tot welken het woord des HEEREN geschiedde, in de dagen van Josia, zoon van Amon, koning van Juda, in het dertiende jaar zijner regering.

  • 2Hetwelk de profeet Jeremia gesproken heeft tot het ganse volk van Juda, en tot al de inwoners van Jeruzalem, zeggende:

  • 1Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 23Voorts geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia, zeggende:

  • 1Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 7En de priesters, en de profeten, en al het volk, hoorden Jeremia deze woorden spreken in het huis des HEEREN.

  • 7Maar hoor nu dit woord, dat ik spreek voor uw oren, en voor de oren des gansen volks:

  • 11En aangaande het huis des konings van Juda, hoort des HEEREN woord.

  • 7En het gebeurde ten einde van tien dagen, dat des HEEREN woord tot Jeremia geschiedde.

  • 1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

  • 8Toen geschiedde des HEEREN woord tot Jeremia te Tachpanhes, zeggende:

  • 2Toen geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende: