Nehemia 7:69

Statenvertaling (States Bible)

Kemelen, vierhonderd vijf en dertig; ezelen, zes duizend, zevenhonderd en twintig.

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ezra 2:64-67
    4 verzen
    93%

    64Deze ganse gemeente te zamen was twee en veertig duizend driehonderd en zestig.

    65Behalve hun knechten en hun maagden, die waren zeven duizend driehonderd zeven en dertig; en zij hadden tweehonderd zangers en zangeressen.

    66Hun paarden waren zevenhonderd zes en dertig; hun muildieren, tweehonderd vijf en veertig;

    67Hun kemelen, vierhonderd vijf en dertig; de ezelen, zes duizend zevenhonderd en twintig.

  • Neh 7:66-68
    3 verzen
    87%

    66Deze ganse gemeente te zamen was twee en veertig duizend, driehonderd en zestig;

    67Behalve hun knechten en hun maagden, die waren zeven duizend, driehonderd zeven en dertig; en zij hadden tweehonderd vijf en veertig zangers en zangeressen.

    68Hun paarden, zevenhonderd zes en dertig; hun muildieren, tweehonderd vijf en veertig;

  • Num 31:32-34
    3 verzen
    78%

    32De buit nu, het overschot van den roof, dat het krijgsvolk geroofd had, was zeshonderd vijf en zeventig duizend schapen;

    33En twee en zeventig duizend runderen;

    34En een en zestig duizend ezelen;

  • Num 31:44-46
    3 verzen
    76%

    44En de runderen waren zes en dertig duizend;

    45En de ezelen dertig duizend en vijfhonderd;

    46En der mensen zielen zestien duizend;)

  • Num 31:37-39
    3 verzen
    76%

    37En de schatting voor den HEERE van schapen was zeshonderd vijf en zeventig.

    38En de runderen waren zes en dertig duizend, en hun schatting voor den HEERE twee en zeventig.

    39En de ezelen waren dertig duizend en vijfhonderd, en hun schatting voor den HEERE was een en zestig.

  • 15Dertig zogende kemelinnen met haar veulens, veertig koeien en tien varren, twintig ezelinnen en tien jonge ezels.

  • Neh 7:70-72
    3 verzen
    74%

    70Een deel nu van de hoofden der vaderen gaven tot het werk. Hattirsatha gaf tot den schat, aan goud, duizend drachmen, vijftig sprengbekkens, vijfhonderd en dertig priesterrokken.

    71En anderen van de hoofden der vaderen gaven tot den schat des werks, aan goud, twintig duizend drachmen, en aan zilver, twee duizend en tweehonderd ponden.

    72En wat de overigen des volks gaven, was aan goud, twintig duizend drachmen, en aan zilver, twee duizend mijnen, en zeven en zestig priesterrokken.

  • Neh 7:17-19
    3 verzen
    72%

    17De kinderen van Azgad, twee duizend, driehonderd twee en twintig;

    18De kinderen van Adonikam, zeshonderd zeven en zestig;

    19De kinderen van Bigvai, twee duizend, zeven en zestig;

  • Neh 7:12-14
    3 verzen
    71%

    12De kinderen van Elam, duizend, tweehonderd vier en vijftig;

    13De kinderen van Zatthu, achthonderd vijf en veertig;

    14De kinderen van Zakkai, zevenhonderd en zestig;

  • Neh 7:7-8
    2 verzen
    71%

    7Dewelke kwamen met Zerubbabel, Jesua, Nehemia, Azaria, Raamja, Nahamani, Mordechai, Bilsan, Mispereth, Bigvai, Nehim en Baena. Dit is het getal der mannen van het volk van Israel.

    8De kinderen van Parhos waren twee duizend, honderd twee en zeventig;

  • 69Zij gaven naar hun vermogen tot den schat des werks, aan goud, een en zestig duizend drachmen, en aan zilver, vijf duizend ponden, en honderd priesterrokken.

  • 60Al de Nethinim, en de kinderen der knechten van Salomo, waren driehonderd twee en negentig.

  • 21En zij voerden hun vee gevankelijk weg; van hun kemelen vijftig duizend, en tweehonderd en vijftig duizend schapen, en twee duizend ezelen, en honderd duizend zielen der mensen.

  • 7Twee wagens en vier runderen gaf hij den zonen van Gerson, naar hun dienst;

  • 33Nog waren der geheiligde dingen zeshonderd runderen en drie duizend schapen.

  • Ezra 2:7-9
    3 verzen
    70%

    7De kinderen van Elam, duizend tweehonderd vier en vijftig.

    8De kinderen van Zatthu, negenhonderd zestig.

    9De kinderen van Zakkai, zevenhonderd zestig.

  • Neh 7:37-39
    3 verzen
    70%

    37De kinderen van Lod, Hadid en Ono, zevenhonderd een en twintig;

    38De kinderen van Senaa, drie duizend, negenhonderd en dertig;

    39De priesters: de kinderen van Jedaja, van het huis van Jesua, negenhonderd drie en zeventig;

  • 43De Levieten: de kinderen van Jesua, van Kadmiel, van de kinderen van Hodeva, vier en zeventig;

  • 34De kinderen des anderen Elams, duizend, tweehonderd vier en vijftig;

  • 9En dit is hun getal: dertig gouden bekkens, duizend zilveren bekkens, negen en twintig messen;

  • 62De kinderen van Delaja, de kinderen van Tobia, de kinderen van Nekoda, zeshonderd twee en veertig.

  • Neh 7:29-30
    2 verzen
    69%

    29De mannen van Kirjath-Jearim, Cefira en Beeroth, zevenhonderd drie en veertig;

    30De mannen van Rama en Gaba, zeshonderd en twintig;

  • 11En zij offerden den HEERE ten zelfden dage van den roof, dien zij gebracht hadden, zevenhonderd runderen en zeven duizend schapen.

  • 3De kinderen van Paros, twee duizend honderd twee en zeventig.

  • 40Hun getelden waren, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen, twee duizend zeshonderd en dertig.

  • 26Ik woog dan aan hun hand zeshonderd en vijftig talenten zilvers, en honderd zilveren vaten in talenten; aan goud, honderd talenten;