Nehemia 7:29

Statenvertaling (States Bible)

De mannen van Kirjath-Jearim, Cefira en Beeroth, zevenhonderd drie en veertig;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Joz 18:25 : 25 Gibeon, en Rama, en Beeroth,
  • Ezra 2:25 : 25 De kinderen van Kirjath-Arim, Cefira en Beeroth, zevenhonderd drie en veertig.
  • Joz 9:17 : 17 Want toen de kinderen Israels voorttogen, zo kwamen zij ten derden dage aan hun steden; hun steden nu waren Gibeon, en Chefira, en Beeroth, en Kirjath-Jearim.
  • Richt 18:12 : 12 En zij togen op, en legerden zich bij Kirjath-Jearim, in Juda; daarom noemden zij deze plaats, Machane-Dan, tot op dezen dag; ziet, het is achter Kirjath-Jearim.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ezra 2:25-26
    2 verzen
    90%

    25De kinderen van Kirjath-Arim, Cefira en Beeroth, zevenhonderd drie en veertig.

    26De kinderen van Rama en Gaba, zeshonderd een en twintig.

  • Neh 7:30-33
    4 verzen
    82%

    30De mannen van Rama en Gaba, zeshonderd en twintig;

    31De mannen van Michmas, honderd twee en twintig;

    32De mannen van Beth-El en Ai, honderd drie en twintig;

    33De mannen van het andere Nebo, twee en vijftig;

  • Neh 7:23-28
    6 verzen
    80%

    23De kinderen van Bezai, driehonderd vier en twintig;

    24De kinderen van Harif, honderd en twaalf;

    25De kinderen van Gibeon, vijf en negentig;

    26De mannen van Bethlehem en Netofa, honderd acht en tachtig;

    27De mannen van Anathoth, honderd acht en twintig;

    28De mannen van Beth-Azmaveth, twee en veertig;

  • Neh 7:35-40
    6 verzen
    76%

    35De kinderen van Harim, driehonderd en twintig;

    36De kinderen van Jericho, driehonderd vijf en veertig;

    37De kinderen van Lod, Hadid en Ono, zevenhonderd een en twintig;

    38De kinderen van Senaa, drie duizend, negenhonderd en dertig;

    39De priesters: de kinderen van Jedaja, van het huis van Jesua, negenhonderd drie en zeventig;

    40De kinderen van Immer, duizend twee en vijftig;

  • 37Bezer, en Hod, en Samma, en Silsa, en Jithran, en Beera.

  • Neh 7:7-10
    4 verzen
    75%

    7Dewelke kwamen met Zerubbabel, Jesua, Nehemia, Azaria, Raamja, Nahamani, Mordechai, Bilsan, Mispereth, Bigvai, Nehim en Baena. Dit is het getal der mannen van het volk van Israel.

    8De kinderen van Parhos waren twee duizend, honderd twee en zeventig;

    9De kinderen van Sefatja, driehonderd twee en zeventig;

    10De kinderen van Arach, zeshonderd twee en vijftig;

  • Neh 7:42-43
    2 verzen
    75%

    42De kinderen van Harim, duizend en zeventien;

    43De Levieten: de kinderen van Jesua, van Kadmiel, van de kinderen van Hodeva, vier en zeventig;

  • 1 Kron 7:4-9
    6 verzen
    75%

    4En met hen naar hun geslachten, naar hun vaderlijke huizen, waren de hopen des krijgsheirs zes en dertig duizend; want zij hadden vele vrouwen en kinderen.

    5En hun broeders, in alle huisgezinnen van Issaschar, kloeke helden, waren zeven en tachtig duizend, al dezelve in geslachtsregisters gesteld zijnde.

    6De kinderen van Benjamin waren Bela, en Becher, en Jediael; drie.

    7En de kinderen van Bela waren Ezbon, en Uzzi, en Uzziel, en Jerimoth, en Iri; vijf hoofden in de huizen der vaderen, kloeke helden; die, in geslachtsregisters gesteld zijnde, waren twee en twintig duizend en vier en dertig.

    8De kinderen van Becher nu waren Zemira, en Joas, en Eliezer, en Eljoenai, en Omri, en Jeremoth, en Abija, en Anathoth, en Alemeth; deze allen waren kinderen van Becher.

    9Dezen nu in geslachtsregisters gesteld zijnde, naar hun geslachten, hoofden der huizen hunner vaderen, kloeke helden, waren twintig duizend en tweehonderd.

  • Neh 7:67-68
    2 verzen
    75%

    67Behalve hun knechten en hun maagden, die waren zeven duizend, driehonderd zeven en dertig; en zij hadden tweehonderd vijf en veertig zangers en zangeressen.

    68Hun paarden, zevenhonderd zes en dertig; hun muildieren, tweehonderd vijf en veertig;

  • Neh 7:13-14
    2 verzen
    74%

    13De kinderen van Zatthu, achthonderd vijf en veertig;

    14De kinderen van Zakkai, zevenhonderd en zestig;

  • Neh 7:18-19
    2 verzen
    73%

    18De kinderen van Adonikam, zeshonderd zeven en zestig;

    19De kinderen van Bigvai, twee duizend, zeven en zestig;

  • 60Al de Nethinim, en de kinderen der knechten van Salomo, waren driehonderd twee en negentig.

  • 5De kinderen van Arach, zevenhonderd vijf en zeventig.

  • 11Alle dezen waren kinderen van Jediael, tot hoofden der vaderen, kloeke helden, zeventien duizend en tweehonderd, uitgaande in het heir ten strijde.

  • 7Dit zijn de geslachten der Rubenieten; en hun getelden waren drie en veertig duizend zevenhonderd en dertig.

  • 8En hij telde hen te Bezek; en van de kinderen Israels waren driehonderd duizend, en van de mannen van Juda dertig duizend.

  • 39De kinderen van Harim, duizend en zeventien.

  • Ezra 2:33-34
    2 verzen
    71%

    33De kinderen van Lod, Hadid en Ono, zevenhonderd vijf en twintig.

    34De kinderen van Jericho, driehonderd vijf en veertig.

  • 17De kinderen van Bezai, driehonderd drie en twintig.

  • 15En de kinderen van Benjamin werden te dien dage geteld uit de steden, zes en twintig duizend mannen, die het zwaard uittrokken, behalve dat de inwoners van Gibea geteld werden, zevenhonderd uitgelezene mannen.

  • 9De kinderen van Zakkai, zevenhonderd zestig.

  • 47De kinderen van Keros, de kinderen van Sia, de kinderen van Padon;