Nehemia 7:23

Statenvertaling (States Bible)

De kinderen van Bezai, driehonderd vier en twintig;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ezra 2:17 : 17 De kinderen van Bezai, driehonderd drie en twintig.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 17De kinderen van Bezai, driehonderd drie en twintig.

  • Neh 7:21-22
    2 verzen
    81%

    21De kinderen van Ater, van Hizkia, acht en negentig;

    22De kinderen van Hassum, driehonderd acht en twintig;

  • Neh 7:12-19
    8 verzen
    79%

    12De kinderen van Elam, duizend, tweehonderd vier en vijftig;

    13De kinderen van Zatthu, achthonderd vijf en veertig;

    14De kinderen van Zakkai, zevenhonderd en zestig;

    15De kinderen van Binnui, zeshonderd acht en veertig;

    16De kinderen van Bebai, zeshonderd acht en twintig;

    17De kinderen van Azgad, twee duizend, driehonderd twee en twintig;

    18De kinderen van Adonikam, zeshonderd zeven en zestig;

    19De kinderen van Bigvai, twee duizend, zeven en zestig;

  • Ezra 2:7-12
    6 verzen
    78%

    7De kinderen van Elam, duizend tweehonderd vier en vijftig.

    8De kinderen van Zatthu, negenhonderd zestig.

    9De kinderen van Zakkai, zevenhonderd zestig.

    10De kinderen van Bani, zeshonderd twee en veertig.

    11De kinderen van Bebai, zeshonderd drie en twintig.

    12De kinderen van Azgad, duizend tweehonderd twee en twintig.

  • Neh 7:8-9
    2 verzen
    78%

    8De kinderen van Parhos waren twee duizend, honderd twee en zeventig;

    9De kinderen van Sefatja, driehonderd twee en zeventig;

  • Ezra 2:24-25
    2 verzen
    77%

    24De kinderen van Azmaveth, twee en veertig.

    25De kinderen van Kirjath-Arim, Cefira en Beeroth, zevenhonderd drie en veertig.

  • 32De mannen van Beth-El en Ai, honderd drie en twintig;

  • 24De kinderen van Harif, honderd en twaalf;

  • Neh 7:34-38
    5 verzen
    76%

    34De kinderen des anderen Elams, duizend, tweehonderd vier en vijftig;

    35De kinderen van Harim, driehonderd en twintig;

    36De kinderen van Jericho, driehonderd vijf en veertig;

    37De kinderen van Lod, Hadid en Ono, zevenhonderd een en twintig;

    38De kinderen van Senaa, drie duizend, negenhonderd en dertig;

  • 21De kinderen van Bethlehem, honderd drie en twintig.

  • Neh 7:52-54
    3 verzen
    75%

    52De kinderen van Bezai, de kinderen van Meunim, de kinderen van Nefussim;

    53De kinderen van Bakbuk, de kinderen van Hakufa, de kinderen van Harhur;

    54De kinderen van Bazlith, de kinderen van Mehida, de kinderen van Harsa;

  • Neh 7:28-29
    2 verzen
    75%

    28De mannen van Beth-Azmaveth, twee en veertig;

    29De mannen van Kirjath-Jearim, Cefira en Beeroth, zevenhonderd drie en veertig;

  • Ezra 2:32-34
    3 verzen
    75%

    32De kinderen van Harim, driehonderd en twintig.

    33De kinderen van Lod, Hadid en Ono, zevenhonderd vijf en twintig.

    34De kinderen van Jericho, driehonderd vijf en veertig.

  • Ezra 2:28-29
    2 verzen
    75%

    28De mannen van Beth-El en Ai, tweehonderd drie en twintig.

    29De kinderen van Nebo, twee en vijftig.

  • Ezra 2:3-4
    2 verzen
    75%

    3De kinderen van Paros, twee duizend honderd twee en zeventig.

    4De kinderen van Sefatja, driehonderd twee en zeventig.

  • 1 Kron 7:6-7
    2 verzen
    75%

    6De kinderen van Benjamin waren Bela, en Becher, en Jediael; drie.

    7En de kinderen van Bela waren Ezbon, en Uzzi, en Uzziel, en Jerimoth, en Iri; vijf hoofden in de huizen der vaderen, kloeke helden; die, in geslachtsregisters gesteld zijnde, waren twee en twintig duizend en vier en dertig.

  • 43De Levieten: de kinderen van Jesua, van Kadmiel, van de kinderen van Hodeva, vier en zeventig;

  • 9Dezen nu in geslachtsregisters gesteld zijnde, naar hun geslachten, hoofden der huizen hunner vaderen, kloeke helden, waren twintig duizend en tweehonderd.

  • 8En hij telde hen te Bezek; en van de kinderen Israels waren driehonderd duizend, en van de mannen van Juda dertig duizend.

  • 19De kinderen van Hasum, tweehonderd drie en twintig.

  • 60Al de Nethinim, en de kinderen der knechten van Salomo, waren driehonderd twee en negentig.

  • 62De kinderen van Delaja, de kinderen van Tobia, de kinderen van Nekoda, zeshonderd twee en veertig.

  • 52De kinderen van Bazluth, de kinderen van Mehida, de kinderen van Harsa;