Ezra 2:5

Statenvertaling (States Bible)

De kinderen van Arach, zevenhonderd vijf en zeventig.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Neh 7:10 : 10 De kinderen van Arach, zeshonderd twee en vijftig;
  • Neh 6:18 : 18 Want velen in Juda hadden hem gezworen, omdat hij was een schoonzoon van Sechanja, den zoon van Arah; en zijn zoon Johanan had genomen de dochter van Mesullam, den zoon van Berechja.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Neh 7:7-14
    8 verzen
    91%

    7Dewelke kwamen met Zerubbabel, Jesua, Nehemia, Azaria, Raamja, Nahamani, Mordechai, Bilsan, Mispereth, Bigvai, Nehim en Baena. Dit is het getal der mannen van het volk van Israel.

    8De kinderen van Parhos waren twee duizend, honderd twee en zeventig;

    9De kinderen van Sefatja, driehonderd twee en zeventig;

    10De kinderen van Arach, zeshonderd twee en vijftig;

    11De kinderen van Pahath-Moab, van de kinderen van Jesua en Joab, twee duizend, achthonderd en achttien;

    12De kinderen van Elam, duizend, tweehonderd vier en vijftig;

    13De kinderen van Zatthu, achthonderd vijf en veertig;

    14De kinderen van Zakkai, zevenhonderd en zestig;

  • Ezra 2:25-26
    2 verzen
    80%

    25De kinderen van Kirjath-Arim, Cefira en Beeroth, zevenhonderd drie en veertig.

    26De kinderen van Rama en Gaba, zeshonderd een en twintig.

  • Ezra 2:32-35
    4 verzen
    80%

    32De kinderen van Harim, driehonderd en twintig.

    33De kinderen van Lod, Hadid en Ono, zevenhonderd vijf en twintig.

    34De kinderen van Jericho, driehonderd vijf en veertig.

    35De kinderen van Senaa, drie duizend zeshonderd en dertig.

  • Ezra 2:3-4
    2 verzen
    79%

    3De kinderen van Paros, twee duizend honderd twee en zeventig.

    4De kinderen van Sefatja, driehonderd twee en zeventig.

  • Ezra 2:6-12
    7 verzen
    78%

    6De kinderen van Pahath-Moab, van de kinderen van Jesua-Joab, twee duizend achthonderd en twaalf.

    7De kinderen van Elam, duizend tweehonderd vier en vijftig.

    8De kinderen van Zatthu, negenhonderd zestig.

    9De kinderen van Zakkai, zevenhonderd zestig.

    10De kinderen van Bani, zeshonderd twee en veertig.

    11De kinderen van Bebai, zeshonderd drie en twintig.

    12De kinderen van Azgad, duizend tweehonderd twee en twintig.

  • Neh 7:35-38
    4 verzen
    76%

    35De kinderen van Harim, driehonderd en twintig;

    36De kinderen van Jericho, driehonderd vijf en veertig;

    37De kinderen van Lod, Hadid en Ono, zevenhonderd een en twintig;

    38De kinderen van Senaa, drie duizend, negenhonderd en dertig;

  • Neh 7:16-21
    6 verzen
    76%

    16De kinderen van Bebai, zeshonderd acht en twintig;

    17De kinderen van Azgad, twee duizend, driehonderd twee en twintig;

    18De kinderen van Adonikam, zeshonderd zeven en zestig;

    19De kinderen van Bigvai, twee duizend, zeven en zestig;

    20De kinderen van Adin, zeshonderd vijf en vijftig;

    21De kinderen van Ater, van Hizkia, acht en negentig;

  • 42De kinderen van Harim, duizend en zeventien;

  • Ezra 2:39-40
    2 verzen
    76%

    39De kinderen van Harim, duizend en zeventien.

    40De Levieten. De kinderen van Jesua en Kadmiel, van de kinderen van Hodavja, vier en zeventig.

  • Ezra 2:14-18
    5 verzen
    75%

    14De kinderen van Bigvai, twee duizend zes en vijftig.

    15De kinderen van Adin, vierhonderd vier en vijftig.

    16De kinderen van Ater, van Hizkia, acht en negentig.

    17De kinderen van Bezai, driehonderd drie en twintig.

    18De kinderen van Jora, honderd en twaalf.

  • 37De kinderen van Immer, duizend twee en vijftig.

  • 40De kinderen van Immer, duizend twee en vijftig;

  • Neh 7:24-25
    2 verzen
    73%

    24De kinderen van Harif, honderd en twaalf;

    25De kinderen van Gibeon, vijf en negentig;

  • 29De kinderen van Nebo, twee en vijftig.

  • 38De kinderen van Jether nu waren Jefunne, en Pispa, en Ara.

  • 36Hun getelden nu waren, naar hun geslachten, twee duizend zevenhonderd en vijftig.

  • 29De mannen van Kirjath-Jearim, Cefira en Beeroth, zevenhonderd drie en veertig;

  • 60De kinderen van Delaja, de kinderen van Tobia, de kinderen van Nekoda, zeshonderd twee en vijftig.