Numeri 27:16

Statenvertaling (States Bible)

Dat de HEERE, de God der geesten van alle vlees, een man stelle over deze vergadering.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Num 16:22 : 22 Maar zij vielen op hun aangezichten, en zeiden: O God! God der geesten van alle vlees! een enig man zal gezondigd hebben, en zult Gij U over deze ganse vergadering grotelijks vertoornen?
  • Deut 31:14 : 14 En de HEERE zeide tot Mozes: Zie, uw dagen zijn genaderd, om te sterven; roep Jozua, en stelt ulieden in de tent der samenkomst, dat Ik hem bevel geve. Zo ging Mozes, en Jozua, en zij stelden zich in de tent der samenkomst.
  • 1 Sam 12:13 : 13 En nu, ziet daar den koning, dien gij verkoren hebt, dien gij begeerd hebt; en ziet, de HEERE heeft een koning over ulieden gezet.
  • 1 Kon 5:5 : 5 En zie, ik denk voor den Naam van den HEERE, mijn God, een huis te bouwen; gelijk als de HEERE gesproken heeft tot mijn vader David, zeggende: Uw zoon, dien Ik in uw plaats op uw troon zetten zal, die zal Mijn Naam dat huis bouwen.
  • Jer 3:15 : 15 En Ik zal ulieden herders geven naar Mijn hart; die zullen u weiden met wetenschap en verstand.
  • Jer 23:4-5 : 4 En Ik zal herderen over hen verwekken, die ze weiden zullen; en zij zullen niet meer vrezen, noch verschrikt worden, noch gemist worden, spreekt de HEERE. 5 Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik aan David een rechtvaardige Spruit zal verwekken; Die zal Koning zijnde regeren, en voorspoedig zijn, en recht en gerechtigheid doen op de aarde.
  • Ezech 34:11-16 : 11 Want zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik, ja, Ik zal naar Mijn schapen vragen, en zal ze opzoeken. 12 Gelijk een herder zijn kudde opzoekt, ten dage als hij in het midden zijner verspreide schapen is, alzo zal Ik Mijn schapen opzoeken; en Ik zal ze redden uit al de plaatsen, waarhenen zij verstrooid zijn, ten dage der wolke en der donkerheid. 13 En Ik zal ze uitvoeren van de volken, en zal ze vergaderen uit de landen, en brengen ze in hun land; en Ik zal ze weiden op de bergen Israels, bij de stromen en in alle bewoonbare plaatsen des lands. 14 Op een goede weide zal Ik ze weiden, en op de hoge bergen Israels zal hun kooi zijn; aldaar zullen zij nederliggen in een goede kooi, en zullen weiden in een vette weide, op de bergen Israels. 15 Ik zal Mijn schapen weiden, en Ik zal ze legeren, spreekt de Heere HEERE. 16 Het verlorene zal Ik zoeken, en het weggedrevene zal Ik wederbrengen, en het gebrokene zal Ik verbinden, en het kranke zal Ik sterken; maar het vette en het sterke zal Ik verdelgen, Ik zal ze weiden met oordeel.
  • Ezech 34:23 : 23 En Ik zal een enigen Herder over hen verwekken, en Hij zal hen weiden, namelijk Mijn knecht David; die zal ze weiden, en Die zal hun tot een Herder zijn.
  • Ezech 37:24 : 24 En Mijn Knecht David zal Koning over hen zijn; en zij zullen allen te zamen een Herder hebben; en zij zullen in Mijn rechten wandelen, en Mijn inzettingen bewaren en die doen.
  • Matt 9:38 : 38 Bidt dan den Heere des oogstes, dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitstote.
  • Joh 10:11 : 11 Ik ben de goede Herder; de goede herder stelt zijn leven voor de schapen.
  • Hand 20:28 : 28 Zo hebt dan acht op uzelven en op de gehele kudde, over dewelke u de Heilige Geest tot opzieners gesteld heeft, om de Gemeente Gods te weiden, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed.
  • Heb 12:9 : 9 Voorts, wij hebben de vaders onzes vleses wel tot kastijders gehad, en wij ontzagen hen; zullen wij dan niet veel meer den Vader der geesten onderworpen zijn, en leven?
  • 1 Petr 5:2-4 : 2 Weidt de kudde Gods, die onder u is, hebbende opzicht daarover, niet uit bedwang, maar gewilliglijk; noch om vuil gewin, maar met een volvaardig gemoed; 3 Noch als heerschappij voerende over het erfdeel des Heeren maar als voorbeelden der kudde geworden zijnde. 4 En als de overste Herder verschenen zal zijn, zo zult gij de onverwelkelijke kroon der heerlijkheid behalen.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Num 27:17-22
    6 verzen
    85%

    17Die voor hun aangezicht uitga, en die voor hun aangezicht inga, en die hen uitleide, en die hen inleide; opdat de vergadering des HEEREN niet zij als schapen, die geen herder hebben.

    18Toen zeide de HEERE tot Mozes: Neem tot u Jozua, den zoon van Nun, een man, in wien de Geest is; en leg uw hand op hem;

    19En stel hem voor het aangezicht van Eleazar, den priester, en voor het aangezicht der ganse vergadering; en geef hem bevel voor hun ogen;

    20En leg op hem van uw heerlijkheid, opdat zij horen, te weten de ganse vergadering der kinderen Israels.

    21En hij zal voor het aangezicht van Eleazar, den priester, staan, die voor hem raad vragen zal, naar de wijze van Urim, voor het aangezicht des HEEREN; naar zijn mond zullen zij uitgaan, en naar zijn mond zullen zij ingaan, hij, en al de kinderen Israels met hem, en de ganse vergadering.

    22En Mozes deed, gelijk als de HEERE hem geboden had; want hij nam Jozua, en stelde hem voor het aangezicht van Eleazar, den priester, en voor het aangezicht der ganse vergadering.

  • 15Toen sprak Mozes tot den HEERE, zeggende:

  • Num 11:16-17
    2 verzen
    75%

    16En de HEERE zeide tot Mozes: Verzamel Mij zeventig mannen uit de oudsten van Israel, dewelke gij weet, dat zij de oudsten des volks en deszelfs ambtlieden zijn; en gij zult hen brengen voor de tent der samenkomst, en zij zullen zich daar bij u stellen.

    17Zo zal Ik afkomen en met u aldaar spreken; en van den Geest, die op u is, zal Ik afzonderen, en op hen leggen; en zij zullen met u den last van dit volk dragen, opdat gij dien alleen niet draagt.

  • Num 16:20-23
    4 verzen
    75%

    20En de HEERE sprak tot Mozes en tot Aaron, zeggende:

    21Scheidt u af uit het midden van deze vergadering, en Ik zal hen als in een ogenblik verteren!

    22Maar zij vielen op hun aangezichten, en zeiden: O God! God der geesten van alle vlees! een enig man zal gezondigd hebben, en zult Gij U over deze ganse vergadering grotelijks vertoornen?

    23En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

  • 1En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

  • 24En Mozes ging uit, en sprak de woorden des HEEREN tot het volk; en hij verzamelde zeventig mannen uit de oudsten des volks, en stelde hen rondom de tent.

  • 44Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 1Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • Num 14:26-27
    2 verzen
    71%

    26Daarna sprak de HEERE tot Mozes en tot Aaron, zeggende:

    27Hoe lang zal Ik bij deze boze vergadering zijn, die tegen Mij zijn murmurerende? Ik heb gehoord de murmureringen van de kinderen Israels, waarmede zij tegen Mij zijn murmurerende.

  • 11Ook heeft de HEERE tot Mozes gesproken, zeggende:

  • 13Neemt u wijze, en verstandige, en ervarene mannen, van uw stammen, dat ik hen tot uw hoofden stelle.

  • 1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 7En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

  • 28Toen gebood Mozes, hunnenthalve, den priester Eleazar, en Jozua, den zoon van Nun, en den hoofden der vaderen van de stammen der kinderen Israels;

  • 13En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

  • 1Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 11En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

  • 17Voorts sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 17Toen namen Mozes en Aaron die mannen, welken met namen uitgedrukt zijn.

  • 16Voorts sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 21Doch zie gij om, onder al het volk, naar kloeke mannen, God vrezende, waarachtige mannen, de gierigheid hatende; stel ze over hen, oversten der duizenden, oversten der honderden, oversten der vijftigen, oversten der tienen.

  • 16Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 23En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

  • 1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 25En Mozes verkoos kloeke mannen, uit gans Israel, en maakte hen tot hoofden over het volk; oversten der duizenden, oversten der honderden, oversten der vijftigen, en oversten der tienen;

  • 7En doet morgen vuur daarin, legt reukwerk daarop voor het aangezicht des HEEREN; en het zal geschieden, dat de man, dien de HEERE verkiezen zal, die zal heilig zijn. Het is te veel voor u, gij, kinderen van Levi!

  • 1Daarna sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 1Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 1En Mozes sprak tot de hoofden der stammen van de kinderen Israels, zeggende: Dit is de zaak, die de HEERE geboden heeft:

  • 15Zo nam ik de hoofden uwer stammen, wijze en ervarene mannen, en stelde hen tot hoofden over u, oversten van duizenden, en oversten van honderden, en oversten van vijftigen, en oversten van tienen, en ambtlieden voor uw stammen.

  • 1En de HEERE sprak tot Mozes en tot Aaron, zeggende:

  • 16En hij zal voor u tot het volk spreken; en het zal geschieden, dat hij u tot een mond zal zijn, en gij zult hem tot een god zijn.

  • 1Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 21En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende:

  • 1En de HEERE sprak tot Mozes en tot Aaron, zeggende:

  • 16Voorts zeide Mozes tot Korach: Gij, en uw ganse vergadering, weest voor het aangezicht des HEEREN; gij, en zij, ook Aaron, op morgen.

  • 10Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende:

  • 5Toen zeide Mozes tot de vergadering: Dit is de zaak, die de HEERE geboden heeft te doen.