Spreuken 23:11
Want hun Verlosser is sterk; Die zal hun twistzaak tegen u twisten.
Want hun Verlosser is sterk; Die zal hun twistzaak tegen u twisten.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
34Maar hun Verlosser is sterk, HEERE der heirscharen is Zijn Naam; Hij zal hun twist zekerlijk twisten, opdat Hij het land in rust brenge, maar de inwoners van Babel beroere.
23Want de HEERE zal hun twistzaak twisten, en Hij zal dengenen, die hen beroven, de ziel roven.
10Zet de oude palen niet terug; en kom op de akkers der wezen niet;
11Want de HEERE heeft Jakob vrijgekocht, en Hij heeft hem verlost uit de hand desgenen, die sterker was dan hij.
13De HEERE stelt Zich om te pleiten, en Hij staat, om de volken te richten.
8Open uw mond voor den stomme, voor de rechtzaak van allen, die omkomen zouden.
9Open uw mond; oordeel gerechtelijk, en doe den verdrukte en nooddruftige recht.
6Zou Hij naar de grootheid Zijner macht met mij twisten? Neen; maar Hij zou acht op mij slaan.
7Daar zou de oprechte met Hem pleiten; en ik zou mij in eeuwigheid van mijn Rechter vrijmaken.
58Resch. Heere! Gij hebt de twistzaken mijner ziel getwist, Gij hebt mijn leven verlost.
3Doet recht den arme en den wees; rechtvaardigt den verdrukte en den arme.
4Verlost den arme en den behoeftige, rukt hem uit der goddelozen hand.
1Een psalm van David. Twist, HEERE! met mijn twisters; strijd met mijn bestrijders.
23Ontwaak en word wakker tot mijn recht; mijn God en HEERE! tot mijn twistzaak.
24Zou ook een machtige de vangst ontnomen worden, of zouden de gevangenen eens rechtvaardigen ontkomen?
25Doch alzo zegt de HEERE: Ja, de gevangenen des machtigen zullen hem ontnomen worden, en de vangst des tirans zal ontkomen; want met uw twisters zal Ik twisten, en uw kinderen zal Ik verlossen.
20En er zal een Verlosser tot Sion komen, namelijk voor hen, die zich bekeren van de overtreding in Jakob, spreekt de HEERE.
23Indien gij hen enigszins beledigt, en indien zij enigszins tot Mij roepen, Ik zal hun geroep zekerlijk verhoren;
4Onzes Verlossers Naam is HEERE der heirscharen, de Heilige Israels.
18Om den wees en verdrukte recht te doen; opdat een mens van de aarde niet meer voortvare geweld te bedrijven.
23Of bevrijdt mij van de hand des verdrukkers, en verlost mij van de hand der tirannen?
24Daarom spreekt de Heere, HEERE der heirscharen, de Machtige Israels: O wee! Ik zal Mij troosten van Mijn wederpartijders. Ik zal Mij wreken van Mijn vijanden.
9Vanwege hun grootheid doen zij de onderdrukten roepen; zij schreeuwen vanwege den arm der groten.
9De weduwen hebt gij ledig weggezonden, en de armen der wezen zijn verbrijzeld.
2Om de armen van het recht af te wenden, en om het recht der ellendigen Mijns volks te roven, opdat de weduwen hun buit worden, en opdat zij de wezen mogen plunderen!
9Daarom zal Ik nog met ulieden twisten, spreekt de HEERE; ja, met uw kindskinderen zal Ik twisten.
12Een man van kwade tong zal op de aarde niet bevestigd worden; een boos man des gewelds, dien zal men jagen, totdat hij geheel verdreven is.
45Hoor dan in den hemel hun gebed en hun smeking, en voer hun recht uit.
14Gij ziet het immers; want Gij aanschouwt de moeite en het verdriet, opdat men het in Uw hand geve; op U verlaat zich de arme, Gij zijt geweest een Helper van den wees.
17Leert goed doen, zoekt het recht, helpt den verdrukte, doet den wees recht, handelt de twistzaak der weduwe.
23Die den goddeloze rechtvaardigen om een geschenk, en de gerechtigheid der rechtvaardigen van dezelven afwenden.
35En gedachten, dat God hun Rotssteen was, en God, de Allerhoogste, hun Verlosser.
11Maar ik wandel in mijn oprechtigheid, verlos mij dan en wees mij genadig.
28Zij zijn vet, zij zijn glad, zelfs de daden der bozen gaan zij te boven; de rechtzaak richten zij niet, zelfs de rechtzaak des wezen, nochtans zijn zij voorspoedig; ook oordelen zij het recht der nooddruftigen niet.
29Zou Ik over die dingen geen bezoeking doen? spreekt de HEERE; zou Mijn ziel zich niet wreken aan zulk een volk als dit is?
6Gij zult het recht uws armen niet buigen in zijn twistige zaak.
31Want Hij zal den nooddruftige ter rechterhand staan, om hem te verlossen van degenen, die zijn ziel veroordelen.
11Laat uw wezen achter, en Ik zal hen in het leven behouden, en laat uw weduwen op Mij vertrouwen.
21Och, mocht men rechten voor een man met God, gelijk een kind des mensen voor zijn vriend.
37Dan zal Hij zeggen: Waar zijn hun goden; de rotssteen, op welken zij betrouwden?
21Zo ik mijn hand tegen den wees bewogen heb, omdat ik in de poort mijn hulp zag;
8Niemand van hen zal zijn broeder immermeer kunnen verlossen; hij zal Gode zijn rantsoen niet kunnen geven;
24Daarom zult gij, in het ganse land uwer bezitting, lossing voor het land toelaten.
14Hij zal hun zielen van list en geweld bevrijden, en hun bloed zal dierbaar zijn in zijn ogen.
35Mijn is de wraak en de vergelding, ten tijde als hunlieder voet zal wankelen; want de dag huns ondergangs is nabij, en de dingen, die hun zullen gebeuren, haasten.
12Want ik bevrijdde den ellendige, die riep, en den wees, die geen helper had.
26Maakt Mij indachtig, laat ons te zamen richten, vertelt gij uw redenen, opdat gij moogt gerechtvaardigd worden.
8En Hij zal Israel verlossen van al zijn ongerechtigheden.
2Dat zulks de bevrijden des HEEREN zeggen, die Hij van de hand der wederpartijders bevrijd heeft.