Psalmen 104:18

Statenvertaling (States Bible)

De hoge bergen zijn voor de steenbokken; de steenrotsen zijn een vertrek voor de konijnen.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Spr 30:26 : 26 De konijnen zijn een machteloos volk; nochtans stellen zij hun huis in den rotssteen.
  • Job 39:1 : 1 Zult gij voor den ouden leeuw roof jagen, of de graagheid der jonge leeuwen vervullen?
  • Lev 11:5 : 5 En het konijntje, want het herkauwt wel, maar verdeelt den klauw niet; dat zal u onrein zijn;
  • Deut 14:7 : 7 Maar deze zult gij niet eten, van degenen, die alleen herkauwen, of van degenen, die den gekloofden klauw alleen verdelen: den kemel, en den haas, en het konijn; want deze herkauwen wel, maar zij verdelen den klauw niet; onrein zullen zij ulieden zijn.
  • 1 Sam 24:2 : 2 En het geschiedde, nadat Saul wedergekeerd was van achter de Filistijnen, zo gaf men hem te kennen, zeggende: Zie, David is in de woestijn van En-gedi.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 26De konijnen zijn een machteloos volk; nochtans stellen zij hun huis in den rotssteen.

  • 17Alwaar de vogeltjes nestelen; des ooievaars huis zijn de dennebomen.

  • 4De bergen sprongen als rammen, de heuvelen als lammeren.

  • 8De bergen rezen op, de dalen daalden, ter plaatse, die Gij voor hen gegrond hadt.

  • Job 30:6-7
    2 verzen
    74%

    6Opdat zij wonen zouden in de kloven der dalen, de holen des stofs en der steenrotsen.

    7Zij schreeuwden tussen de struiken; onder de netelen vergaderden zij zich.

  • Jes 2:14-15
    2 verzen
    73%

    14En tegen alle hoge bergen, en tegen alle verhevene heuvelen;

    15En tegen allen hogen toren, en tegen allen vasten muur;

  • 20Zult gij den Leviathan met den angel trekken, of zijn tong met een koord, dat gij laat nederzinken?

  • 6Gij bergen, dat gij opsprongt als rammen? gij heuvelen! als lammeren?

  • Deut 14:4-5
    2 verzen
    72%

    4Dit zijn de beesten, die gijlieden eten zult; een os, klein vee der schapen, en klein vee der geiten;

    5Een hert, en een ree, en een buffel, en een steenbok, en een das, en een wilde os, en een gems.

  • Ps 104:10-13
    4 verzen
    72%

    10Die de fonteinen uitzendt door de dalen, dat zij tussen de gebergten henen wandelen.

    11Zij drenken al het gedierte des velds; de woudezels breken er hun dorst mede.

    12Bij dezelve woont het gevogelte des hemels, een stem gevende van tussen de takken.

    13Hij drenkt de bergen uit Zijn opperzalen; de aarde wordt verzadigd van de vrucht Uwer werken.

  • 1Zult gij voor den ouden leeuw roof jagen, of de graagheid der jonge leeuwen vervullen?

  • 18Om des bergs Sions wil, die verwoest is, waar de vossen op lopen.

  • Ps 148:9-10
    2 verzen
    71%

    9Gij bergen en alle heuvelen; vruchtbomen en alle cederbomen!

    10Het wild gedierte en alle vee; kruipend gedierte en gevleugeld gevogelte!

  • 34Hij maakt mijn voeten gelijk als der hinden, en stelt mij op mijn hoogten.

  • 33Het is God, Die mij met kracht omgordt; en Hij heeft mijn weg volkomen gemaakt.

  • 15En van het voornaamste der oude bergen, en van het uitnemendste der eeuwige heuvelen;

  • Ps 68:15-16
    2 verzen
    71%

    15Als de Almachtige de koningen daarin verstrooide, werd zij sneeuwwit als op Zalmon.

    16De berg Basan is een berg Gods; de berg Basan is een bultige berg.

  • 21Gaande in de reten der rotsen en in de kloven der steenrotsen, vanwege den schrik des HEEREN, en vanwege de heerlijkheid Zijner majesteit, wanneer Hij Zich opmaken zal, om de aarde geweldiglijk te verschrikken.

  • 12Gij kroont het jaar Uwer goedheid; en Uw voetstappen druipen van vettigheid.

  • 28In het volle geklank der bazuin, zegt het: Heah! en ruikt den krijg van verre, den donder der vorsten en het gejuich.

  • 8Wie heeft den woudezel vrij henengezonden, en wie heeft de banden des wilden ezels gelost?

  • Ps 104:19-22
    4 verzen
    69%

    19Hij heeft de maan gemaakt tot de gezette tijden, de zon weet haar ondergang.

    20Gij beschikt de duisternis, en het wordt nacht, in denwelken al het gedierte des wouds uittreedt:

    21De jonge leeuwen, briesende om een roof, en om hun spijs van God te zoeken.

    22De zon opgaande, maken zij zich weg, en liggen neder in hun holen.

  • 8En het gedierte gaat in de loerplaatsen, en blijft in zijn holen.

  • 18En voorwaar, een berg vallende vergaat, en een rots wordt versteld uit haar plaats;

  • Jer 14:5-6
    2 verzen
    69%

    5Want ook de hinden in het veld werpen jongen, en verlaten die, omdat er geen jong gras is.

    6En de woudezels staan op de hoge plaatsen, zij scheppen den wind gelijk de draken; hun ogen versmachten, omdat er geen kruid is.

  • 10Want al het gedierte des wouds is Mijn, de beesten op duizend bergen.

  • 40

  • 8Van den stroom der bergen worden zij nat, en zonder toevlucht zijnde, omhelzen zij de steenrotsen.

  • 22Doch de HEERE is mij geweest tot een Hoog Vertrek, en mijn God tot een Steenrots mijner toevlucht.

  • Job 28:8-9
    2 verzen
    68%

    8De jonge hoogmoedige dieren hebben het niet betreden, de felle leeuw is daarover niet heengegaan.

    9Hij legt zijn hand aan de keiachtige rots, hij keert de bergen van den wortel om.

  • 28Verlaat de steden, en woont in de steenrots, gij inwoners van Moab! en wordt gelijk een duif, die in de doorgangen van den mond eens hols nestelt.

  • 67%

    7Gij doet hem heersen over de werken Uwer handen; Gij hebt alles onder zijn voeten gezet;

  • 5En het konijntje, want het herkauwt wel, maar verdeelt den klauw niet; dat zal u onrein zijn;

  • 13Hij deed hem rijden op de hoogten der aarde, dat hij at de inkomsten des velds; en Hij deed hem honig zuigen uit de steenrots, en olie uit den kei der rots;

  • 16Die zal in de hoogten wonen, de sterkten der steenrotsen zullen zijn hoog vertrek zijn; zijn brood wordt hem gegeven, zijn wateren zijn gewis.

  • 19En zij zullen komen, en zij allen zullen rusten in de woeste dalen, en in de kloven der steenrotsen, en in al de doornhagen, en in alle geprezene plaatsen.

  • 3De bergen zullen den volke vrede dragen, ook de heuvelen, met gerechtigheid.