Psalmen 107:16

Statenvertaling (States Bible)

Want Hij heeft de koperen deuren gebroken, en de ijzeren grendelen in stukken gehouwen.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Jes 45:1-2 : 1 Alzo zegt de HEERE tot Zijn gezalfde, tot Cores, wiens rechterhand Ik vat, om de volken voor zijn aangezicht neder te werpen; en Ik zal de lendenen der koningen ontbinden, om voor zijn aangezicht de deuren te openen, en de poorten zullen niet gesloten worden: 2 Ik zal voor uw aangezicht gaan, en Ik zal de kromme wegen recht maken; de koperen deuren zal Ik verbreken, en de ijzeren grendelen zal Ik in stukken slaan.
  • Micha 2:13 : 13 De doorbreker zal voor hun aangezicht optrekken; zij zullen doorbreken, en door de poort gaan, en door dezelve uittrekken; en hun koning zal voor hun aangezicht henengaan; en de HEERE in hun spits.
  • Richt 16:3 : 3 Maar Simson lag tot middernacht toe; toen stond hij op ter middernacht, en hij greep de deuren der stadspoort met de beide posten, en nam ze weg met den grendelboom, en legde ze op zijn schouderen, en droeg ze opwaarts op de hoogte des bergs, die in het gezicht van Hebron is.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 107:12-15
    4 verzen
    82%

    12Waarom Hij hun het hart door zwarigheid vernederd heeft; zij zijn gestruikeld, en er was geen helper.

    13Doch roepende tot den HEERE in de benauwdheid, die zij hadden, verloste Hij hen uit hun angsten.

    14Hij voerde hen uit de duisternis en de schaduw des doods, en Hij brak hun banden.

    15Laat hen voor den HEERE Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen;

  • 17De zotten worden om den weg hunner overtreding, en om hun ongerechtigheden geplaagd;

  • 12Zal ook enig ijzer het ijzer van het noorden of koper verbreken?

  • Ps 107:19-21
    3 verzen
    72%

    19Doch roepende tot den HEERE in de benauwdheid, die zij hadden, verloste Hij hen uit hun angsten.

    20Hij zond Zijn woord uit, en heelde hen, en rukte hen uit hun kuilen.

    21Laat hen voor den HEERE Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen.

  • 8Laat hen voor den HEERE Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen.

  • Ps 118:18-20
    3 verzen
    72%

    18De HEERE heeft mij wel hard gekastijd; maar Hij heeft mij ter dood niet overgegeven.

    19Doet mij de poorten der gerechtigheid open, ik zal daardoor ingaan, ik zal den HEERE loven.

    20Dit is de poort des HEEREN, door dewelke de rechtvaardigen zullen ingaan.

  • 13Want Hij maakt de grendelen uwer poorten sterk; Hij zegent uw kinderen binnen in u.

  • 10Die in duisternis en de schaduw des doods zaten, gebonden met verdrukking en ijzer;

  • 10Toen Ik voor haar met Mijn besluit de aarde doorbrak, en zette grendel en deuren;

  • 13Maar nu zal Ik zijn juk van u breken, en zal uw banden verscheuren.

  • 31Laat hen voor den HEERE Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen.

  • 18Zie, hij doet de rivier geweld aan, en verhaast zich niet; hij vertrouwt, dat hij de Jordaan in zijn mond zou kunnen intrekken.

  • 8Om hun koningen te binden met ketenen, en hun achtbaren met ijzeren boeien;

  • 4De HEERE, Die rechtvaardig is, heeft de touwen der goddelozen afgehouwen.

  • 14Ziet, Hij breekt af, en het zal niet herbouwd worden; Hij besluit iemand, en er zal niet opengedaan worden.

  • 2Ik zal voor uw aangezicht gaan, en Ik zal de kromme wegen recht maken; de koperen deuren zal Ik verbreken, en de ijzeren grendelen zal Ik in stukken slaan.

  • 6Alzo hebben zij nu derzelver graveerselen samen met houwelen en beukhamers in stukken geslagen.

  • 40Gij hebt het verbond Uws knechts te niet gedaan; Gij hebt zijn kroon ontheiligd tegen de aarde.

  • 14Hij heeft mij gebroken met breuk op breuk; Hij is tegen mij aangelopen als een geweldige.

  • 27

  • 3En in Salem is Zijn hut, en Zijn woning in Sion.

  • 69%

    3Laat ons hun banden verscheuren, en hun touwen van ons werpen.

  • 18Men drukte zijn voeten in den stok; zijn persoon kwam in de ijzers.

  • 17Die de wereld als een woestijn stelde, en derzelver steden verstoorde, die zijn gevangenen niet liet los gaan naar huis toe?

  • 19Want Ik zal de hovaardigheid uwer kracht verbreken, en zal uw hemel als ijzer maken, en uw aarde als koper.

  • 13De doorbreker zal voor hun aangezicht optrekken; zij zullen doorbreken, en door de poort gaan, en door dezelve uittrekken; en hun koning zal voor hun aangezicht henengaan; en de HEERE in hun spits.

  • 69%

    9Gij zult hen verpletteren met een ijzeren scepter; Gij zult hen in stukken slaan als een pottenbakkersvat.

  • 35Hij leert mijn handen ten strijde, zodat een stalen boog met mijn armen verbroken is.

  • 13Ga henen en spreek tot Hananja, zeggende: Zo zegt de HEERE: Houten jukken hebt gij verbroken, nu zult gij in plaats van die ijzeren jukken maken.

  • 34Hij maakt mijn voeten gelijk als der hinden, en Hij stelt mij op mijn hoogten.

  • 4De boog der sterken is gebroken; en die struikelden, zijn met sterkte omgord.

  • 15Gij hebt een fontein en beek gekliefd; Gij hebt sterke rivieren uitgedroogd.

  • 12Door Zijn kracht klieft Hij de zee, en door Zijn verstand verslaat Hij haar verheffing.

  • 6Doch roepende tot den HEERE in de benauwdheid, die zij hadden, heeft Hij hen gered uit hun angsten;

  • 4Toen de ganse strijd dergenen, die streden, met gedruis geschiedde, en de klederen in het bloed gewenteld en verbrand werden, tot een voedsel des vuurs.

  • 28Doch roepende tot den HEERE in de benauwdheid, die zij hadden, zo voerde Hij hen uit hun angsten.

  • 7Gimel. Hij heeft mij toegemuurd, dat ik er niet uit gaan kan; Hij heeft mijn koperen boeien verzwaard.

  • 7Heft uw hoofden op, gij poorten, en verheft u, gij eeuwige deuren, opdat de Koning der ere inga!

  • 6De poorten der rivieren zullen geopend worden, en het paleis zal versmelten.

  • 10De brulling des leeuws, en de stem des fellen leeuws, en de tanden der jonge leeuwen worden verbroken.

  • 5De HEERE heeft den stok der goddelozen gebroken, den scepter der heersers.

  • 24Hij vermorzelt de geweldigen, dat men het niet doorzoeken kan, en stelt anderen in hun plaats.

  • 21Gij verbergt hen in het verborgene Uws aangezichts voor de hoogmoedigheden des mans; Gij versteekt hen in een hut voor de twist der tongen.