Job 40:18

Statenvertaling (States Bible)

Zie, hij doet de rivier geweld aan, en verhaast zich niet; hij vertrouwt, dat hij de Jordaan in zijn mond zou kunnen intrekken.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Job 7:12 : 12 Ben ik dan een zee, of walvis, dat Gij om mij wachten zet?
  • Jes 48:4 : 4 Omdat Ik wist, dat gij hard zijt, en uw nek een ijzeren zenuw is, en uw voorhoofd koper;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Job 40:15-17
    3 verzen
    82%

    15Omdat de bergen hem voeder voortbrengen, daarom spelen al de dieren des velds aldaar.

    16Onder schaduwachtige bomen ligt hij neder, in een schuilplaats des riets en des slijks.

    17De schaduwachtige bomen bedekken hem, elkeen met zijn schaduw; de beekwilgen omringen hem.

  • Job 41:21-28
    8 verzen
    77%

    21Onder hem zijn scherpe scherven; hij spreidt zich op het puntachtige, als op slijk.

    22Hij doet de diepte zieden gelijk een pot; hij stelt de zee als een apothekerskokerij.

    23Achter zich verlicht hij het pad; men zou den afgrond voor grijzigheid houden.

    24Op de aarde is niets met hem te vergelijken, die gemaakt is om zonder schrik te wezen.

    25Hij aanziet alles, wat hoog is, hij is een koning over alle jonge hoogmoedige dieren.

    26

    27

    28

  • 19Zou men hem voor zijn ogen kunnen vangen? Zou men hem met strikken den neus doorboren kunnen?

  • 12Is mijn kracht stenen kracht? Is mijn vlees staal?

  • Dan 2:32-33
    2 verzen
    72%

    32Het hoofd van dit beeld was van goed goud; zijn borst en zijn armen van zilver; zijn buik en zijn dijen van koper;

    33Zijn schenkelen van ijzer; zijn voeten eensdeels van ijzer, en eensdeels van leem.

  • 2Het ijzer wordt uit stof genomen, en uit steen wordt koper gegoten.

  • 24Hij zij gevloden van de ijzeren wapenen, de stalen boog zal hem doorschieten.

  • Job 41:14-15
    2 verzen
    72%

    14De stukken van zijn vlees kleven samen; elkeen is vast in hem, het wordt niet bewogen.

    15Zijn hart is vast gelijk een steen; ja, vast gelijk een deel van den ondersten molensteen.

  • 7Het een is zo na aan het andere, dat de wind daar niet kan tussen komen.

  • Job 39:20-21
    2 verzen
    72%

    20Want God heeft haar van wijsheid ontbloot, en heeft haar des verstands niet medegedeeld.

    21Als het tijd is, verheft zij zich in de hoogte; zij belacht het paard en zijn rijder.

  • 25Ijzer en koper zal onder uw schoen zijn; en uw sterkte gelijk uw dagen!

  • 6En een koperen scheenharnas boven zijn voeten, en een koperen schild tussen zijn schouders;

  • 24Zijn melkvaten waren vol melk, en het merg zijner benen was bevochtigd.

  • 30

  • 16Want Hij heeft de koperen deuren gebroken, en de ijzeren grendelen in stukken gehouwen.

  • 4Beth. Hij heeft mijn vlees en mijn huid oud gemaakt, Hij heeft mijn beenderen gebroken.

  • 21Dat zijn vlees verdwijnt uit het gezicht, en zijn beenderen, die niet gezien werden, uitsteken;

  • 26Hij loopt tegen Hem aan met den hals, met zijn dikke, hoog verhevene schilden.

  • Ps 18:33-34
    2 verzen
    70%

    33Het is God, Die mij met kracht omgordt; en Hij heeft mijn weg volkomen gemaakt.

    34Hij maakt mijn voeten gelijk als der hinden, en Hij stelt mij op mijn hoogten.

  • 19Ook wordt hij gestraft met smart op zijn leger, en de sterke menigte zijner beenderen;

  • 12Zal ook enig ijzer het ijzer van het noorden of koper verbreken?

  • 69%

    14Zijn handen zijn als gouden ringen, gevuld met turkoois; Zijn buik is als blinkend elpenbeen, overtogen met saffieren.

    15Zijn schenkelen zijn als marmeren pilaren, gegrond op voeten van het dichtste goud; Zijn gestalte is als de Libanon, uitverkoren als de cederen.

  • 19De pijl zal hem niet doen vlieden, de slingerstenen worden hem in stoppelen veranderd.

  • 11Zijn beenderen zullen vol van zijn verborgene zonden zijn; van welke elkeen met hem op het stof nederliggen zal.

  • 69%

    34Hij maakt mijn voeten gelijk als der hinden, en stelt mij op mijn hoogten.

    35Hij leert mijn handen ten strijde, zodat een stalen boog met mijn armen verbroken is.

  • 20Resch. Vele zijn de tegenspoeden des rechtvaardigen; maar uit alle die redt hem de HEERE.

  • 23Zult gij het beroeren als een sprinkhaan? De pracht van zijn gesnuif is een verschrikking.

  • 10De brulling des leeuws, en de stem des fellen leeuws, en de tanden der jonge leeuwen worden verbroken.

  • 4Omdat Ik wist, dat gij hard zijt, en uw nek een ijzeren zenuw is, en uw voorhoofd koper;

  • Job 18:12-13
    2 verzen
    68%

    12Zijn macht zal hongerig wezen, en het verderf is bereid aan zijn zijde.

    13De eerstgeborene des doods zal de grendelen zijner huid verteren, zijn grendelen zal hij verteren.

  • 14Hij heeft mij gebroken met breuk op breuk; Hij is tegen mij aangelopen als een geweldige.

  • 18Men drukte zijn voeten in den stok; zijn persoon kwam in de ijzers.

  • 40En het vierde koninkrijk zal hard zijn, gelijk ijzer; aangezien het ijzer alles vermaalt en verzwakt; gelijk nu het ijzer, dat zulks alles verbreekt, alzo zal het vermalen en verbreken.

  • 13Ik stelde mij voor tot den morgenstond toe; gelijk een leeuw, alzo zal Hij al mijn beenderen breken; van den dag tot den nacht, zult Gij mij ten einde gebracht hebben.