Job 28:2

Statenvertaling (States Bible)

Het ijzer wordt uit stof genomen, en uit steen wordt koper gegoten.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Deut 8:9 : 9 Een land, waarin gij brood zonder schaarsheid eten zult, waarin u niets ontbreken zal; een land, welks stenen ijzer zijn, en uit welks bergen gij koper uithouwen zult.
  • Gen 4:22 : 22 En Zilla baarde ook Tubal-Kain, een leermeester van allen werker in koper en ijzer; en de zuster van Tubal-Kain was Naema.
  • Num 31:22 : 22 Alleen het goud en het zilver, en het koper, het ijzer, het tin en het lood;
  • 1 Kron 22:14 : 14 Zie daar, ik heb in mijn verdrukking voor het huis des HEEREN bereid honderd duizend talenten gouds, en duizend maal duizend talenten zilvers; en des kopers en des ijzers is geen gewicht, want het is er in menigte; ik heb ook hout en stenen bereid; doe gij er nog meer bij.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 1Gewisselijk, er is voor het zilver een uitgang, en een plaats voor het goud, dat zij smelten.

  • 3Het einde, dat God gesteld heeft voor de duisternis, en al het uiterste onderzoekt hij; het gesteente der donkerheid en der schaduw des doods.

  • Job 28:5-6
    2 verzen
    78%

    5Uit de aarde komt het brood voort, en onder zich wordt zij veranderd, alsof zij vuur ware.

    6Haar stenen zijn de plaats van den saffier, en zij heeft stofjes van goud.

  • 27

  • 4Doe het schuim van het zilver weg, en er zal een vat voor den smelter uitkomen;

  • 23En uw hemel, die boven uw hoofd is, zal koper zijn, en de aarde, die onder u is, zal ijzer zijn.

  • 9Een land, waarin gij brood zonder schaarsheid eten zult, waarin u niets ontbreken zal; een land, welks stenen ijzer zijn, en uit welks bergen gij koper uithouwen zult.

  • 4Om te bedenken vernuftigen arbeid; te werken in goud, en in zilver, en in koper,

  • 12Zal ook enig ijzer het ijzer van het noorden of koper verbreken?

  • 15Het gesloten goud kan voor haar niet gegeven worden, en met zilver kan haar prijs niet worden opgewogen.

  • 18Zie, hij doet de rivier geweld aan, en verhaast zich niet; hij vertrouwt, dat hij de Jordaan in zijn mond zou kunnen intrekken.

  • Job 28:9-10
    2 verzen
    72%

    9Hij legt zijn hand aan de keiachtige rots, hij keert de bergen van den wortel om.

    10In de rotsstenen houwt hij stromen uit, en zijn oog ziet al het kostelijke.

  • 9Uitgerekt zilver wordt van Tarsis gebracht, en goud van Ufaz, tot een werk des werkmeesters en van de handen des goudsmids; hemelsblauw en purper is hun kleding, een werk der wijzen zijn zij al te zamen.

  • 24Dan zult gij het goud op het stof leggen, en het goud van Ofir bij den rotssteen der beken;

  • 17Voor koper zal Ik goud brengen, en voor ijzer zal Ik zilver brengen, en voor hout koper, en voor stenen ijzer; en zal uw opzieners vreedzaam maken, en uw drijvers rechtvaardigen.

  • 22Alleen het goud en het zilver, en het koper, het ijzer, het tin en het lood;

  • 2Ik heb nu uit al mijn kracht bereid tot het huis mijns Gods, goud tot gouden, en zilver tot zilveren, en koper tot koperen, ijzer tot ijzeren, en hout tot houten werken; sardonixstenen en vervullende stenen, versierstenen en borduursel, en allerlei kostelijke stenen, en marmerstenen in menigte.

  • 35Toen werden te zamen vermaald het ijzer, leem, koper, zilver en goud, en zij werden gelijk kaf van de dorsvloeren des zomers, en de wind nam ze weg, en er werd geen plaats voor dezelve gevonden; maar de steen, die het beeld geslagen heeft, werd tot een groten berg, alzo dat hij de gehele aarde vervulde.

  • 24Dat zij met een ijzeren griffie en lood voor eeuwig in een rots gehouwen wierden!

  • 32En om te bedenken vernuftigen arbeid, te werken in goud, en in zilver, en in koper,

  • 12Is mijn kracht stenen kracht? Is mijn vlees staal?

  • Job 28:19-20
    2 verzen
    70%

    19Men kan de Topaas van Morenland haar niet gelijk waarderen; en bij het fijn louter goud kan zij niet geschat worden.

    20Die wijsheid dan, van waar komt zij, en waar is de plaats des verstands?

  • 29De blaasbalg is verbrand, het lood is van het vuur verteerd; te vergeefs heeft de smelter zo vlijtiglijk gesmolten, dewijl de bozen niet afgetrokken zijn.

  • 3De smeltkroes is voor het zilver, en de oven voor het goud; maar de HEERE proeft de harten.

  • 18En voorwaar, een berg vallende vergaat, en een rots wordt versteld uit haar plaats;

  • 19De werkmeester giet een beeld, en de goudsmid overtrekt het met goud, en giet er zilveren ketenen toe.

  • 16Des gouds, des zilvers, en des kopers, en des ijzers is geen getal; maak u op, en doe het, en de HEERE zal met u zijn.

  • 18Mensenkind, die van het huis Israels zijn Mij tot schuim geworden; zij zijn allen koper, of tin, of ijzer, of lood, in het midden des ovens; zilverschuim zijn zij geworden.

  • 33Zijn schenkelen van ijzer; zijn voeten eensdeels van ijzer, en eensdeels van leem.

  • 12De ijzersmid maakt een bijl, en werkt in den gloed, en formeert het met hamers, en werkt het met zijn sterken arm; ook lijdt hij honger, totdat hij krachteloos wordt, hij drinkt geen water, totdat hij amechtig wordt.

  • 12Maar de wijsheid, van waar zal zij gevonden worden? En waar is de plaats des verstands?

  • 21De smeltkroes is voor het zilver, en de oven voor het goud; alzo is een man naar zijn lof te proeven.

  • 8Die den rotssteen veranderde in een watervloed, den keisteen in een waterfontein.

  • 3En David bereidde ijzer in menigte, tot nagelen aan de deuren der poorten, en tot de samenvoegingen; ook koper in menigte, zonder gewicht;

  • 17Men kan het goud of het kristal haar niet gelijk waarderen; ook is zij niet te verwisselen voor een kleinood van dicht goud.

  • 12En het goud van dit land is goed; daar is ook bedolah, en de steen sardonix.

  • 18En Salomo maakte al deze vaten, in grote menigte; want het gewicht des kopers werd niet onderzocht.

  • 12Tarsis dreef koophandel met u vanwege de veelheid van allerlei goed; met zilver, ijzer, tin, en lood handelden zij op uw markten.

  • 20Gelijk zilver, of koper, of ijzer, of lood, of tin in het midden eens ovens vergaderd wordt, om het vuur daarover op te blazen, opdat men het smelte; alzo zal Ik ulieden vergaderen in Mijn toorn, en in Mijn grimmigheid daar laten, en smelten.

  • 27Toen zag Hij haar, en vertelde ze; Hij schikte ze, en ook doorzocht Hij ze.

  • 4Zo gij haar zoekt als zilver, en naspeurt als verborgen schatten;

  • 22Hij openbaart de diepten uit de duisternis, en des doods schaduwe brengt Hij voort in het licht.

  • 19Want Ik zal de hovaardigheid uwer kracht verbreken, en zal uw hemel als ijzer maken, en uw aarde als koper.

  • Job 38:13-14
    2 verzen
    69%

    13Opdat hij de einden der aarde vatten zou; en de goddelozen uit haar uitgeschud zouden worden?

    14Dat zij veranderd zou worden gelijk zegelleem, en zij gesteld worden als een kleed?

  • 11Want de steen uit den muur roept, en de balk uit het hout antwoordt dien.