Job 28:1

Statenvertaling (States Bible)

Gewisselijk, er is voor het zilver een uitgang, en een plaats voor het goud, dat zij smelten.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Gen 2:11-12 : 11 De naam der eerste rivier is Pison; deze is het, die het ganse land van Havila omloopt, waar het goud is. 12 En het goud van dit land is goed; daar is ook bedolah, en de steen sardonix.
  • Gen 23:15 : 15 Mijn heer! hoor mij; een land van vierhonderd sikkelen zilvers, wat is dat tussen mij en tussen u? begraaf slechts uw dode.
  • Gen 24:22 : 22 En het geschiedde, als de kemelen voleindigd hadden te drinken, dat die man een gouden voorhoofdsiersel nam, welks gewicht was een halve sikkel, en twee armringen aan haar handen, welker gewicht was tien sikkelen gouds.
  • 1 Kon 7:48-50 : 48 Ook maakte Salomo al de vaten, die voor het huis des HEEREN waren; het gouden altaar, en de gouden tafel, op dewelke de toonbroden waren; 49 En de kandelaren, vijf aan de rechterhand, en vijf aan de linkerhand, voor de aanspraakplaats, van gesloten goud; en de bloemen, en de lampen, en de snuiters van goud; 50 Mitsgaders de schalen, en de gaffelen, en de sprengbekkens, en de rookschalen, en de wierookvaten, van gesloten goud; daartoe de herren der deuren van het binnenste huis, van het heilige der heiligen, en der deuren van het huis des tempels, van goud.
  • 1 Kon 10:21 : 21 Ook waren alle drinkvaten van den koning Salomo van goud, en alle vaten van het huis des wouds van Libanon waren van gesloten goud; geen zilver was er aan; want het werd in de dagen van Salomo niet voor enig ding geacht.
  • 1 Kron 29:2-5 : 2 Ik heb nu uit al mijn kracht bereid tot het huis mijns Gods, goud tot gouden, en zilver tot zilveren, en koper tot koperen, ijzer tot ijzeren, en hout tot houten werken; sardonixstenen en vervullende stenen, versierstenen en borduursel, en allerlei kostelijke stenen, en marmerstenen in menigte. 3 En daartoe, uit mijn welgevallen tot het huis mijns Gods, geef ik het bijzonder goud en zilver, dat ik heb, tot het huis mijns Gods daarenboven, behalve al wat ik ten huize des heiligdoms bereid heb; 4 Drie duizend talenten gouds, van het goud van Ofir, en zeven duizend talenten gelouterd zilver, om de wanden der huizen te overtrekken; 5 Goud tot de gouden, en zilver tot de zilveren vaten, en tot alle werk, door de hand der werkmeesteren te maken. En wie is er willig, heden zijn hand den HEERE te vullen?
  • Ps 12:6 : 6 Om de verwoesting der ellendigen, om het kermen der nooddruftigen, zal Ik nu opstaan, zegt de HEERE; Ik zal in behoudenis zetten, dien hij aanblaast.
  • Spr 17:3 : 3 De smeltkroes is voor het zilver, en de oven voor het goud; maar de HEERE proeft de harten.
  • Spr 27:21 : 21 De smeltkroes is voor het zilver, en de oven voor het goud; alzo is een man naar zijn lof te proeven.
  • Jes 48:10 : 10 Ziet, Ik heb u gelouterd, doch niet als zilver, Ik heb u gekeurd in den smeltkroes der ellende.
  • Zach 13:9 : 9 En Ik zal dat derde deel in het vuur brengen, en Ik zal het louteren, gelijk men zilver loutert, en Ik zal het beproeven, gelijk men goud beproeft; het zal Mijn Naam aanroepen, en Ik zal het verhoren; Ik zal zeggen: Het is Mijn volk; en het zal zeggen: De HEERE is mijn God.
  • Mal 3:2-3 : 2 Maar wie zal den dag Zijner toekomst verdragen, en wie zal bestaan, als Hij verschijnt? Want Hij zal zijn als het vuur van een goudsmid, en als zeep der vollers. 3 En Hij zal zitten, louterende, en het zilver reinigende, en Hij zal de kinderen van Levi reinigen, en Hij zal ze doorlouteren als goud, en als zilver; dan zullen zij den HEERE spijsoffer toebrengen in gerechtigheid.
  • 1 Petr 1:7 : 7 Opdat de beproeving uws geloofs, die veel kostelijker is dan van het goud, hetwelk vergaat en door het vuur beproefd wordt, bevonden worde te zijn tot lof, en eer, en heerlijkheid, in de openbaring van Jezus Christus;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Job 28:2-3
    2 verzen
    86%

    2Het ijzer wordt uit stof genomen, en uit steen wordt koper gegoten.

    3Het einde, dat God gesteld heeft voor de duisternis, en al het uiterste onderzoekt hij; het gesteente der donkerheid en der schaduw des doods.

  • Job 28:5-7
    3 verzen
    80%

    5Uit de aarde komt het brood voort, en onder zich wordt zij veranderd, alsof zij vuur ware.

    6Haar stenen zijn de plaats van den saffier, en zij heeft stofjes van goud.

    7De roofvogel heeft het pad niet gekend, en het oog der kraai heeft het niet gezien.

  • 4Doe het schuim van het zilver weg, en er zal een vat voor den smelter uitkomen;

  • Job 28:12-17
    6 verzen
    75%

    12Maar de wijsheid, van waar zal zij gevonden worden? En waar is de plaats des verstands?

    13De mens weet haar waarde niet, en zij wordt niet gevonden in het land der levenden.

    14De afgrond zegt: Zij is in mij niet; en de zee zegt: Zij is niet bij mij.

    15Het gesloten goud kan voor haar niet gegeven worden, en met zilver kan haar prijs niet worden opgewogen.

    16Zij kan niet geschat worden tegen fijn goud van Ofir, tegen den kostelijken Schoham, en den Saffier.

    17Men kan het goud of het kristal haar niet gelijk waarderen; ook is zij niet te verwisselen voor een kleinood van dicht goud.

  • Job 22:24-25
    2 verzen
    74%

    24Dan zult gij het goud op het stof leggen, en het goud van Ofir bij den rotssteen der beken;

    25Ja, de Almachtige zal uw overvloedig goud zijn, en uw krachtig zilver zijn;

  • 4Zo gij haar zoekt als zilver, en naspeurt als verborgen schatten;

  • Job 28:19-20
    2 verzen
    74%

    19Men kan de Topaas van Morenland haar niet gelijk waarderen; en bij het fijn louter goud kan zij niet geschat worden.

    20Die wijsheid dan, van waar komt zij, en waar is de plaats des verstands?

  • 3De smeltkroes is voor het zilver, en de oven voor het goud; maar de HEERE proeft de harten.

  • 9Uitgerekt zilver wordt van Tarsis gebracht, en goud van Ufaz, tot een werk des werkmeesters en van de handen des goudsmids; hemelsblauw en purper is hun kleding, een werk der wijzen zijn zij al te zamen.

  • 21De smeltkroes is voor het zilver, en de oven voor het goud; alzo is een man naar zijn lof te proeven.

  • Job 27:16-17
    2 verzen
    72%

    16Zo hij zilver opgehoopt zal hebben als stof, en kleding bereid als leem;

    17Hij zal ze bereiden, maar de rechtvaardige zal ze aantrekken, en de onschuldige zal het zilver delen.

  • 10In de rotsstenen houwt hij stromen uit, en zijn oog ziet al het kostelijke.

  • 10Doch Hij kent den weg, die bij mij is; Hij beproeve mij; als goud zal ik uitkomen.

  • 27Toen zag Hij haar, en vertelde ze; Hij schikte ze, en ook doorzocht Hij ze.

  • 4Om te bedenken vernuftigen arbeid; te werken in goud, en in zilver, en in koper,

  • 4Door uw wijsheid en door uw verstand, hebt gij vermogen voor u verkregen; ja, gij hebt goud en zilver verkregen in uw schatten.

  • 14Want haar koophandel is beter dan de koophandel van zilver, en haar inkomst dan het uitgegraven goud.

  • 15Of met de vorsten, die goud hadden, die hun huizen met zilver vervulden.

  • 10Neemt Mijn tucht aan, en niet zilver, en wetenschap, meer dan het uitgelezen uitgegraven goud.

  • 24Zo ik het goud tot mijn hoop gezet heb, of tot het fijn goud gezegd heb: Gij zijt mijn vertrouwen;

  • 32En om te bedenken vernuftigen arbeid, te werken in goud, en in zilver, en in koper,

  • 12En het goud van dit land is goed; daar is ook bedolah, en de steen sardonix.

  • 5Goud tot de gouden, en zilver tot de zilveren vaten, en tot alle werk, door de hand der werkmeesteren te maken. En wie is er willig, heden zijn hand den HEERE te vullen?

  • 14Het goud gaf hij naar het goudgewicht, tot alle vaten van elken dienst; ook zilver tot alle zilveren vaten bij gewicht, tot al de vaten van elken dienst;

  • 9Een land, waarin gij brood zonder schaarsheid eten zult, waarin u niets ontbreken zal; een land, welks stenen ijzer zijn, en uit welks bergen gij koper uithouwen zult.

  • 15Goud is er, en menigte van robijnen; maar de lippen de wetenschap zijn een kostelijk kleinood.

  • Spr 8:18-19
    2 verzen
    69%

    18Rijkdom en eer is bij Mij, duurachtig goed en gerechtigheid.

    19Mijn vrucht is beter dan uitgegraven goud, en dan dicht goud; en Mijn inkomen dan uitgelezen zilver.

  • 23God verstaat haar weg, en Hij weet haar plaats.

  • 8Dit is die stad, die opspringt van vreugde, die zeker woont, die in haar hart zegt: Ik ben het, en buiten mij is geen meer; hoe is zij geworden tot woestheid, een rustplaats van het gedierte! Een ieder, die daardoor trekt, zal ze aanfluiten, hij zal zijn hand bewegen.

  • 13Alle kostelijk goed zullen wij vinden, onze huizen zullen wij met roof vullen.

  • 39Uit een talent louter goud zal men dat maken, met al dit gereedschap.

  • 19De werkmeester giet een beeld, en de goudsmid overtrekt het met goud, en giet er zilveren ketenen toe.

  • 16Hoeveel beter is het wijsheid te bekomen, dan uitgegraven goud, en uitnemender, verstand te bekomen, dan zilver!

  • 14Zie daar, ik heb in mijn verdrukking voor het huis des HEEREN bereid honderd duizend talenten gouds, en duizend maal duizend talenten zilvers; en des kopers en des ijzers is geen gewicht, want het is er in menigte; ik heb ook hout en stenen bereid; doe gij er nog meer bij.

  • 22Alleen het goud en het zilver, en het koper, het ijzer, het tin en het lood;

  • 16Des gouds, des zilvers, en des kopers, en des ijzers is geen getal; maak u op, en doe het, en de HEERE zal met u zijn.

  • 2Ik heb nu uit al mijn kracht bereid tot het huis mijns Gods, goud tot gouden, en zilver tot zilveren, en koper tot koperen, ijzer tot ijzeren, en hout tot houten werken; sardonixstenen en vervullende stenen, versierstenen en borduursel, en allerlei kostelijke stenen, en marmerstenen in menigte.

  • 34Is dat niet bij Mij opgesloten, verzegeld in Mijn schatten?