Job 28:10

Statenvertaling (States Bible)

In de rotsstenen houwt hij stromen uit, en zijn oog ziet al het kostelijke.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Spr 14:23 : 23 In allen smartelijke arbeid is overschot; maar het woord der lippen strekt alleen tot gebrek.
  • Spr 24:4 : 4 En door wetenschap worden de binnenkameren vervuld met alle kostelijk en liefelijk goed.
  • Hab 3:9 : 9 De naakte grond werd ontbloot door Uw boog, om de eden, aan de stammen gedaan door het woord. Sela. Gij hebt de rivieren der aarde gekloofd.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 9Hij legt zijn hand aan de keiachtige rots, hij keert de bergen van den wortel om.

  • 11Hij bindt de rivier toe, dat niet een traan uitkomt, en het verborgene brengt hij uit in het licht.

  • Job 28:1-4
    4 verzen
    74%

    1Gewisselijk, er is voor het zilver een uitgang, en een plaats voor het goud, dat zij smelten.

    2Het ijzer wordt uit stof genomen, en uit steen wordt koper gegoten.

    3Het einde, dat God gesteld heeft voor de duisternis, en al het uiterste onderzoekt hij; het gesteente der donkerheid en der schaduw des doods.

    4Breekt er een beek door, bij dengene, die daar woont, de wateren vergeten zijnde van den voet, worden van den mens uitgeput, en gaan weg.

  • Job 28:23-25
    3 verzen
    74%

    23God verstaat haar weg, en Hij weet haar plaats.

    24Want Hij schouwt tot aan de einden der aarde, Hij ziet onder al de hemelen.

    25Als Hij den wind het gewicht maakte, en de wateren opwoog in mate;

  • 27Toen zag Hij haar, en vertelde ze; Hij schikte ze, en ook doorzocht Hij ze.

  • 21Want Zijn ogen zijn op ieders wegen, en Hij ziet al zijn treden.

  • 15Ziet, Hij houdt de wateren op, en zij drogen uit; ook laat Hij ze uit, en zij keren de aarde om.

  • Ps 78:15-16
    2 verzen
    74%

    15Hij kliefde de rotsstenen in de woestijn, en drenkte hen overvloedig, als uit afgronden.

    16Want Hij bracht stromen voort uit de steenrots, en deed de wateren afdalen als rivieren.

  • 10Die de fonteinen uitzendt door de dalen, dat zij tussen de gebergten henen wandelen.

  • 8Die den rotssteen veranderde in een watervloed, den keisteen in een waterfontein.

  • Job 41:31-32
    2 verzen
    72%

    31

    32

  • Job 28:6-7
    2 verzen
    72%

    6Haar stenen zijn de plaats van den saffier, en zij heeft stofjes van goud.

    7De roofvogel heeft het pad niet gekend, en het oog der kraai heeft het niet gezien.

  • 5Die de bergen verzet, dat zij het niet gewaar worden, Die ze omkeert in Zijn toorn;

  • 15Gij hebt een fontein en beek gekliefd; Gij hebt sterke rivieren uitgedroogd.

  • Job 14:18-19
    2 verzen
    72%

    18En voorwaar, een berg vallende vergaat, en een rots wordt versteld uit haar plaats;

    19De wateren vermalen de stenen, het stof der aarde overstelpt het gewas, dat van zelf daaruit voortkomt; alzo verderft Gij de verwachting des mensen.

  • Job 40:23-24
    2 verzen
    71%

    23Zal hij een verbond met u maken? Zult gij hem aannemen tot een eeuwigen slaaf?

    24Zult gij met hem spelen gelijk met een vogeltje, of zult gij hem binden voor uw jonge dochters? [ (Job 40:25) Zullen de metgezellen over hem een maaltijd bereiden? Zullen zij hem delen onder de kooplieden? ] [ (Job 40:26) Zult gij zijn huid met haken vullen, of met een visserskrauwel zijn hoofd? ] [ (Job 40:27) Leg uw hand op hem, gedenk des strijds, doe het niet meer. ] [ (Job 40:28) Zie, zijn hoop zal feilen; zal hij ook voor zijn gezicht nedergeslagen worden? ]

  • 10Indien Hij voorbijgaat, opdat Hij overlevere of vergadere, wie zal dan Hem afkeren?

  • 25Wie deelt voor den stortregen een waterloop uit, en een weg voor het weerlicht der donderen?

  • 13Hij drenkt de bergen uit Zijn opperzalen; de aarde wordt verzadigd van de vrucht Uwer werken.

  • 27Want Hij trekt de druppelen der wateren op, die den regen na zijn damp uitgieten;

  • 12Door Zijn kracht klieft Hij de zee, en door Zijn verstand verslaat Hij haar verheffing.

  • 18Hij is licht op het vlakke der wateren; vervloekt is hun deel op de aarde; hij wendt zich niet tot den weg der wijngaarden.

  • 10Die grote dingen doet, die men niet doorzoeken kan; en wonderen, die men niet tellen kan.

  • 14Hij ziet uit van Zijn vaste woonplaats op alle inwoners der aarde.

  • Job 5:9-10
    2 verzen
    70%

    9Die grote dingen doet, die men niet doorzoeken kan; wonderen, die men niet tellen kan;

    10Die den regen geeft op de aarde, en water zendt op de straten;

  • 17Zijn wortelen worden bij de springader ingevlochten; hij ziet een stenige plaats.

  • 13Als Hij Zijn stem geeft, zo is er een gedruis van wateren in den hemel, en Hij doet de dampen opklimmen van het einde der aarde; Hij maakt de bliksemen met den regen, en doet den wind voortkomen uit Zijn schatkameren.

  • 4In Wiens hand de diepste plaatsen der aarde zijn, en de hoogten der bergen zijn Zijne;

  • 41Hij opende een steenrots, en er vloeiden wateren uit, die gingen door de dorre plaatsen als een rivier.

  • 30Zie, Hij breidt over hem Zijn licht uit, en de wortelen der zee bedekt Hij.

  • 15En van het voornaamste der oude bergen, en van het uitnemendste der eeuwige heuvelen;

  • 25Alle mensen zien het aan; de mens schouwt het van verre.

  • 7Dan zegelt Hij de hand van ieder mens toe, opdat Hij kenne al de lieden Zijns werks.

  • 21En: Zij hadden geen dorst, toen Hij hen leidde door de woeste plaatsen; Hij deed hun water uit den rotssteen vlieten; als Hij den rotssteen kliefde, zo vloeiden de wateren daarhenen.

  • 10De bergen zagen U, en leden smart; de waterstroom ging door, de afgrond gaf zijn stem, hij hief zijn zijden op in de hoogte.

  • 4Ziet Hij niet mijn wegen, en telt Hij niet al mijn treden?

  • 22Hij openbaart de diepten uit de duisternis, en des doods schaduwe brengt Hij voort in het licht.

  • 10Doch Hij kent den weg, die bij mij is; Hij beproeve mij; als goud zal ik uitkomen.

  • 3Dat zendt Hij rechtuit onder den gansen hemel, en Zijn licht over de einden der aarde.