Klaagliederen 3:7

Statenvertaling (States Bible)

Gimel. Hij heeft mij toegemuurd, dat ik er niet uit gaan kan; Hij heeft mijn koperen boeien verzwaard.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Job 3:23 : 23 Aan den man, wiens weg verborgen is, en dien God overdekt heeft?
  • Job 19:8 : 8 Hij heeft mijn weg toegemuurd, dat ik niet doorgaan kan, en over mijn paden heeft Hij duisternis gesteld.
  • Ps 88:8 : 8 Uw grimmigheid ligt op mij; Gij hebt mij nedergedrukt met al Uw baren. Sela.
  • Jer 38:6 : 6 Toen namen zij Jeremia en wierpen hem in den kuil van Malchia, den zoon van Hammelech, die in het voorhof der bewaring was, en zij lieten Jeremia af met zelen; in den kuil nu was geen water, maar slijk; en Jeremia zonk in het slijk.
  • Jer 40:4 : 4 Nu dan, zie, ik heb u heden losgemaakt van de ketenen, die aan uw hand waren; indien het goed is in uw ogen met mij naar Babel te komen, zo kom, en ik zal mijn oog op u stellen; maar indien het kwaad is in uw ogen met mij naar Babel te komen, zo laat het; zie, het ganse land is voor uw aangezicht, waarhenen het goed en recht in uw ogen is te gaan, ga daar.
  • Klaagl 1:14 : 14 Nun. Het juk mijner overtredingen is aangebonden door Zijn hand, zij zijn samengevlochten, zij zijn op mijn hals geklommen; Hij heeft mijn kracht doen vervallen; de HEERE heeft mij in hun handen gegeven, ik kan niet opstaan.
  • Klaagl 3:9 : 9 Gimel. Hij heeft mij wegen toegemuurd met uitgehouwen stenen, Hij heeft mijn paden verkeerd.
  • Klaagl 5:5 : 5 Wij lijden vervolging op onze halzen; zijn wij woede, men laat ons geen rust.
  • Dan 9:12 : 12 En Hij heeft Zijn woorden bevestigd, die Hij gesproken heeft tegen ons, en tegen onze richters, die ons richtten, brengende over ons een groot kwaad, hetwelk niet geschied is onder den gansen hemel, gelijk aan Jeruzalem geschied is.
  • Hos 2:6 : 6 En zij zal haar boelen nalopen, maar dezelve niet aantreffen; en zij zal hen zoeken, maar niet vinden; dan zal zij zeggen: Ik zal henengaan, en keren weder tot mijn vorigen Man, want toen was mij beter dan nu.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 84%

    8Gimel. Ook wanneer ik roep en schreeuw, sluit Hij de oren voor mijn gebed.

    9Gimel. Hij heeft mij wegen toegemuurd met uitgehouwen stenen, Hij heeft mijn paden verkeerd.

    10Daleth. Hij is mij een loerende beer, een leeuw in verborgen plaatsen.

    11Daleth. Hij heeft mijn wegen afgewend; en Hij heeft mij in stukken gebroken; Hij heeft mij woest gemaakt.

    12Daleth. Hij heeft Zijn boog gespannen, en Hij heeft mij den pijl als ten doel gesteld.

  • Klaagl 3:1-6
    6 verzen
    84%

    1Aleph. Ik ben de man, die ellende gezien heeft door de roede Zijner verbolgenheid.

    2Aleph. Hij heeft mij geleid en gevoerd in de duisternis, en niet in het licht.

    3Aleph. Hij heeft Zich immers tegen mij gewend, Hij heeft Zijn hand den gansen dag veranderd.

    4Beth. Hij heeft mijn vlees en mijn huid oud gemaakt, Hij heeft mijn beenderen gebroken.

    5Beth. Hij heeft tegen mij gebouwd, en Hij heeft mij met galle en moeite omringd.

    6Beth. Hij heeft mij gezet in duistere plaatsen, als degenen, die over lang dood zijn.

  • Job 19:6-11
    6 verzen
    84%

    6Weet nu, dat God mij heeft omgekeerd, en mij met Zijn net omsingeld.

    7Ziet, ik roep, geweld! doch word niet verhoord; ik schreeuw, doch er is geen recht.

    8Hij heeft mijn weg toegemuurd, dat ik niet doorgaan kan, en over mijn paden heeft Hij duisternis gesteld.

    9Mijn eer heeft Hij van mij afgetrokken, en de kroon mijns hoofds heeft Hij weggenomen.

    10Hij heeft mij rondom afgebroken, zodat ik henenga, en heeft mijn verwachting als een boom weggerukt.

    11Daartoe heeft Hij Zijn toorn tegen mij ontstoken, en mij bij Zich geacht als Zijn vijanden.

  • 53Tsade. Zij hebben mijn leven in een kuil uitgeroeid, en zij hebben een steen op mij geworpen.

  • 76%

    13Mem. Van de hoogte heeft Hij een vuur in mijn beenderen gezonden, waarover Hij geheerst heeft; Hij heeft voor mijn voeten een net uitgebreid, Hij heeft mij achterwaarts doen keren, Hij heeft mij woest en ziek gemaakt den gansen dag.

    14Nun. Het juk mijner overtredingen is aangebonden door Zijn hand, zij zijn samengevlochten, zij zijn op mijn hals geklommen; Hij heeft mijn kracht doen vervallen; de HEERE heeft mij in hun handen gegeven, ik kan niet opstaan.

  • 11Hij legt mijn voeten in den stok; Hij neemt al mijn paden waar.

  • 11Want Hij heeft mijn zeel losgemaakt, en mij bedrukt; daarom hebben zij den breidel voor mijn aangezicht afgeworpen.

  • Ps 143:3-4
    2 verzen
    75%

    3Want de vijand vervolgt mijn ziel, hij vertreedt mijn leven ter aarde; hij legt mij in duisternissen, als degenen, die over lang dood zijn.

    4Daarom wordt mijn geest overstelpt in mij, mijn hart is verbaasd in het midden van mij.

  • 23Aan den man, wiens weg verborgen is, en dien God overdekt heeft?

  • 6Banden der hel omringden mij; strikken des doods bejegenden mij.

  • Job 16:11-14
    4 verzen
    74%

    11God heeft mij den verkeerde overgegeven, en heeft mij afgewend in de handen der goddelozen.

    12Ik had rust, maar Hij heeft mij verbroken, en bij mijn nek gegrepen, en mij verpletterd; en Hij heeft mij Zich tot een doelwit opgericht.

    13Zijn schutters hebben mij omringd; Hij heeft mijn nieren doorspleten, en niet gespaard; Hij heeft mijn gal op de aarde uitgegoten.

    14Hij heeft mij gebroken met breuk op breuk; Hij is tegen mij aangelopen als een geweldige.

  • Job 30:18-19
    2 verzen
    74%

    18Door de veelheid der kracht is mijn kleed veranderd; Hij omgordt mij als de kraag mijns roks.

    19Hij heeft mij in het slijk geworpen, en ik ben gelijk geworden als stof en as.

  • 3Want het zou nu zwaarder zijn dan het zand der zeeen; daarom worden mijn woorden opgezwolgen.

  • 10Toen Ik voor haar met Mijn besluit de aarde doorbrak, en zette grendel en deuren;

  • 5Banden des doods hadden mij omvangen, en beken Belials verschrikten mij.

  • 3Ik stortte mijn klacht uit voor Zijn aangezicht; ik gaf te kennen voor Zijn aangezicht mijn benauwdheid.

  • 3De banden des doods hadden mij omvangen, en de angsten der hel hadden mij getroffen; ik vond benauwdheid en droefenis.

  • 18Hij laat mij niet toe mijn adem te verhalen; maar Hij verzadigt mij met bitterheden.

  • 8Uw grimmigheid ligt op mij; Gij hebt mij nedergedrukt met al Uw baren. Sela.

  • 7Gewisselijk, Hij heeft mij nu vermoeid; Gij hebt mijn ganse vergadering verwoest.

  • 73%

    15He. Hij heeft mij met bitterheden verzadigd, Hij heeft mij met alsem dronken gemaakt.

    16Vau. Hij heeft mijn tanden met zandsteentjes verbrijzeld, Hij heeft mij in de as nedergedrukt.

  • 5De wateren hadden mij omgeven tot de ziel toe, de afgrond omving mij; het wier was aan mijn hoofd gebonden.

  • 3Alzo zijn mij maanden der ijdelheid ten erve geworden, en nachten der moeite zijn mij voorbereid.

  • 17Omdat ik niet uitgedelgd ben voor de duisternis, en dat Hij van mijn aangezicht de donkerheid bedekt heeft.

  • 7De treden zijner macht zullen benauwd worden, en zijn raad zal hem nederwerpen.

  • 5Bewaar mij, HEERE! van de handen des goddelozen; behoed mij van den man alles gewelds; van hen, die mijn voeten denken weg te stoten.

  • 12Ben ik dan een zee, of walvis, dat Gij om mij wachten zet?

  • 8En zo zij, gebonden zijnde in boeien, vast gehouden worden met banden der ellende;

  • 13Is dan mijn hulp niet in mij, en is de wijsheid uit mij verdreven?