Psalmen 107:36

Statenvertaling (States Bible)

En Hij doet de hongerigen aldaar wonen, en zij stichten een stad ter woning;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 107:7 : 7 En Hij leidde hen op een rechten weg, om te gaan tot een stad ter woning.
  • Ps 146:7 : 7 Die den verdrukte recht doet, Die den hongerige brood geeft; de HEERE maakt de gevangenen los.
  • Luk 1:53 : 53 Hongerigen heeft Hij met goederen vervuld; en rijken heeft Hij ledig weggezonden.
  • Hand 17:26 : 26 En heeft uit een bloede het ganse geslacht der mensen gemaakt, om op den gehelen aardbodem te wonen, bescheiden hebbende de tijden te voren geordineerd, en de bepalingen van hun woning.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 107:33-35
    3 verzen
    81%

    33Hij stelt de rivieren tot een woestijn, en watertochten tot dorstig land.

    34Het vruchtbaar land tot zouten grond, om de boosheid dergenen, die daarin wonen.

    35Hij stelt de woestijn tot een waterpoel, en het dorre land tot watertochten.

  • 37En bezaaien akkers, en planten wijngaarden, die inkomende vrucht voortbrengen.

  • 9Want Hij heeft de dorstige ziel verzadigd, en de hongerige ziel met goed vervuld;

  • Ps 107:4-7
    4 verzen
    74%

    4Die in de woestijn dwaalden, in een weg der wildernis, die geen stad ter woning vonden;

    5Zij waren hongerig, ook dorstig; hun ziel was in hen overstelpt.

    6Doch roepende tot den HEERE in de benauwdheid, die zij hadden, heeft Hij hen gered uit hun angsten;

    7En Hij leidde hen op een rechten weg, om te gaan tot een stad ter woning.

  • Ps 107:40-41
    2 verzen
    72%

    40Hij stort verachting uit over de prinsen, en doet hen dwalen in het woeste, waar geen weg is.

    41Maar Hij brengt den nooddruftige uit de verdrukking in een hoog vertrek, en maakt de huisgezinnen als kudden.

  • 6Als zij zich krommen, haar jongen met versplijting voortbrengen, haar smarten uitwerpen?

  • 28En heeft bewoond verdelgde steden, en huizen, die men niet bewoonde, die gereed waren tot steen hopen te worden.

  • 35Dat Hem prijzen de hemel en de aarde, de zeeen, en al wat daarin wriemelt.

  • 15Ik zal haar kost rijkelijk zegenen, haar nooddruftigen zal Ik met brood verzadigen.

  • 31Want daardoor richt Hij de volken; Hij geeft spijze ten overvloede.

  • 5Bouwt huizen en woont daarin, en plant hoven en eet de vrucht daarvan;

  • 16Die zal in de hoogten wonen, de sterkten der steenrotsen zullen zijn hoog vertrek zijn; zijn brood wordt hem gegeven, zijn wateren zijn gewis.

  • 11En huizen, vol van alle goeds, die gij niet gevuld hebt, en uitgehouwen bornputten, die gij niet uitgehouwen hebt, wijngaarden en olijfgaarden, die gij niet geplant hebt, en gij gegeten hebt en verzadigd zijt;

  • 70%

    34En het verwoeste land zal bebouwd worden, in plaats dat het een verwoesting was, voor de ogen van een ieder, die er doorging.

    35En zij zullen zeggen: Dit land, dat verwoest was, is geworden als een hof van Eden; en de eenzame, en de verwoeste en verstoorde steden zijn vast en bewoond.

  • Job 38:26-27
    2 verzen
    70%

    26Om te regenen op het land, waar niemand is, op de woestijn, waarin geen mens is;

    27Om het woeste en het verwoeste te verzadigen, en om het uitspruitsel der grasscheutjes te doen wassen.

  • Job 22:7-8
    2 verzen
    70%

    7Den moede hebt gij geen water te drinken gegeven, en van den hongerige hebt gij het brood onthouden.

    8Maar was er een man van geweld, voor dien was het land, en een aanzienlijk persoon woonde daarin.

  • 24En Juda, mitsgaders al zijn steden, zullen te zamen daarin wonen; de akkerlieden, en die met de kudde reizen.

  • 21En zij zullen huizen bouwen en bewonen, en zij zullen wijngaarden planten, en derzelver vrucht eten.

  • 10Gij hebt zeer milden regen doen druipen, o God! en Gij hebt Uw erfenis gesterkt, als zij mat was geworden.

  • 16Alzo zou Hij ook u afgekeerd hebben van den mond des angstes tot de ruimte, onder dewelke geen benauwing zou geweest zijn; en het gerecht uwer tafel zou vol vettigheid geweest zijn.

  • 7Die den verdrukte recht doet, Die den hongerige brood geeft; de HEERE maakt de gevangenen los.

  • Ps 104:13-14
    2 verzen
    69%

    13Hij drenkt de bergen uit Zijn opperzalen; de aarde wordt verzadigd van de vrucht Uwer werken.

    14Hij doet het gras uitspruiten voor de beesten, en het kruid tot dienst des mensen, doende het brood uit de aarde voortkomen.

  • 6Hij is een Vader der wezen, en een Rechter der weduwen; God, in de woonstede Zijner heiligheid.

  • 12Zo zegt de HEERE der heirscharen: In deze plaats, die zo woest is, dat er geen mens, zelfs tot het vee toe, in is, mitsgaders in al derzelver steden, zullen wederom woningen zijn van herderen, die de kudden doen legeren.

  • 10En Ik zal mensen op u vermenigvuldigen, het ganse huis Israels, ja, dat geheel; en de steden zullen bewoond, en de eenzame plaatsen bebouwd worden.

  • 11Tussen hun muren persen zij olie uit, treden de wijnpersen, en zijn dorstig.

  • 15Laat hen dan tegen de avond wederkeren, laat hen tieren als een hond, en rondom de stad gaan;

  • 5Die verzadigd waren, hebben zich verhuurd om brood, en die hongerig waren, zijn het niet meer; totdat de onvruchtbare zeven heeft gebaard, en die vele kinderen had, krachteloos is geworden.

  • 23Dan zal Hij uw zaad, waarmede gij het land bezaaid hebt, regen geven, en brood van des lands inkomen, en hetzelve zal vet en smoutig zijn; uw vee zal te dien dage in een wijde landouwe weiden.

  • 27Zij allen wachten op U, dat Gij hun hun spijze geeft te zijner tijd.

  • Jes 58:10-11
    2 verzen
    68%

    10En zo gij uw ziel opent voor den hongerige, en de bedrukte ziel verzadigt; dan zal uw licht in de duisternis opgaan, en uw donkerheid zal zijn als de middag.

    11En de HEERE zal u geduriglijk leiden, en Hij zal uw ziel verzadigen in grote droogten, en uw beenderen vaardig maken; en gij zult zijn als een gewaterde hof, en als een springader der wateren, welker wateren niet ontbreken.

  • 8Hoe dierbaar is Uw goedertierenheid, o God! Dies de mensenkinderen onder de schaduw Uwer vleugelen toevlucht nemen.

  • 26Die het woord Zijns knechts bevestigt, en den raad Zijner boden volbrengt; Die tot Jeruzalem zegt: Gij zult bewoond worden; en tot de steden van Juda: Gij zult herbouwd worden, en Ik zal haar verwoeste plaatsen oprichten.

  • Ps 113:8-9
    2 verzen
    68%

    8Om te doen zitten bij de prinsen, bij de prinsen Zijns volks.

    9Die de onvruchtbare doet wonen met een huisgezin, een blijde moeder van kinderen. Hallelujah!

  • 9En die op de einden wonen, vrezen voor Uw tekenen; Gij doet de uitgangen des morgens en des avonds juichen.

  • 18Ik zal rivieren op de hoge plaatsen openen, en fonteinen in het midden der valleien; Ik zal de woestijn tot een waterpoel zetten, en het dorre land tot watertochten.

  • 36Zo zal de spijze zijn tot voorraad voor het land, voor zeven jaren des hongers, die in Egypteland wezen zullen; opdat het land van honger niet verga.

  • 16En het recht zal in de woestijn wonen, en de gerechtigheid zal op het vruchtbare veld verblijven.