Psalmen 121:2

Statenvertaling (States Bible)

Mijn hulp is van den HEERE, Die hemel en aarde gemaakt heeft.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 124:8 : 8 Onze hulp is in den Naam des HEEREN, Die hemel en aarde gemaakt heeft.
  • Ps 115:15 : 15 Gijlieden zijt den HEERE gezegend, Die den hemel en de aarde gemaakt heeft.
  • Jes 40:28-29 : 28 Weet gij het niet? Hebt gij niet gehoord, dat de eeuwige God, de HEERE, de Schepper van de einden der aarde, noch moede noch mat wordt? Er is geen doorgronding van Zijn verstand. 29 Hij geeft den moeden kracht, en Hij vermenigvuldigt de sterkte dien, die geen krachten heeft.
  • Jes 41:13 : 13 Want Ik, de HEERE, uw God, grijp uw rechterhand aan, Die tot u zeg: Vrees niet, Ik help u.
  • Heb 13:6 : 6 Zodat wij vrijmoediglijk durven zeggen: De Heere is mij een Helper, en ik zal niet vrezen, wat mij een mens zal doen.
  • Ps 46:1 : 1 Een lied op Alamoth, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach.
  • Ps 146:5-6 : 5 Welgelukzalig is hij, die den God Jakobs tot zijn Hulp heeft, wiens verwachting op den HEERE, zijn God is; 6 Die den hemel en de aarde gemaakt heeft, de zee en al wat in dezelve is; Die trouwe houdt in der eeuwigheid.
  • Jer 20:11 : 11 Maar de HEERE is met mij als een verschrikkelijk Held; daarom zullen mijn vervolgers struikelen, en niets vermogen; zij zijn zeer beschaamd geworden, omdat zij niet verstandiglijk gehandeld hebben; het zal een eeuwige schande zijn, zij zal niet vergeten worden.
  • Hos 13:9 : 9 Het heeft u bedorven, o Israel! want in Mij is uw hulp.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 1Een lied Hammaaloth. Ik hef mijn ogen op naar de bergen, van waar mijn hulp komen zal.

  • 8Onze hulp is in den Naam des HEEREN, Die hemel en aarde gemaakt heeft.

  • 2De HEERE verhore u in den dag der benauwdheid; de Naam van den God Jakobs zette u in een hoog vertrek.

  • 1Een lied op Hammaaloth. Ik hef mijn ogen op tot U, Die in de hemelen zit.

  • 3Hij zal uw voet niet laten wankelen; uw Bewaarder zal niet sluimeren.

  • 1Een lied op Alamoth, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach.

  • 26Help mij, HEERE, mijn God! verlos mij naar Uw goedertierenheid.

  • 2Hij zeide dan: Ik zal U hartelijk liefhebben, HEERE, mijn Sterkte!

  • Ps 118:13-14
    2 verzen
    73%

    13Gij hadt mij zeer hard gestoten, tot vallens toe, maar de HEERE heeft mij geholpen.

    14De HEERE is mijn Sterkte en Psalm, want Hij is mij tot heil geweest.

  • 10Wat gewin is er in mijn bloed, in mijn nederdalen tot de groeve? Zal U het stof loven? Zal het Uw waarheid verkondigen?

  • 4O God! hoor mijn gebed; neig de oren tot de redenen mijns monds.

  • 6De HEERE bewaart de eenvoudigen; ik was uitgeteerd, doch Hij heeft mij verlost.

  • Ps 146:5-6
    2 verzen
    72%

    5Welgelukzalig is hij, die den God Jakobs tot zijn Hulp heeft, wiens verwachting op den HEERE, zijn God is;

    6Die den hemel en de aarde gemaakt heeft, de zee en al wat in dezelve is; Die trouwe houdt in der eeuwigheid.

  • 19Dat zal geschreven worden voor het navolgende geslacht; en het volk, dat geschapen zal worden, zal den HEERE loven;

  • 12Zult Gij het niet zijn, o God! Die ons verstoten hadt, en Die niet uittoogt, o God! met onze heirkrachten?

  • 3De HEERE zegene u uit Sion, Hij, Die den hemel en de aarde gemaakt heeft.

  • 7De HEERE is mijn Sterkte en mijn Schild; op Hem heeft mijn hart vertrouwd, en ik ben geholpen; dies springt mijn hart van vreugde, en ik zal Hem met mijn gezang loven.

  • 11Wie zal mij voeren in een vaste stad? Wie zal mij leiden tot in Edom?

  • 2Ik zal tot den HEERE zeggen: Mijn Toevlucht en mijn Burg! mijn God, op Welken ik vertrouw!

  • 32Want wie is God, behalve de HEERE? En wie is een Rotssteen, dan alleen onze God?

  • 1Een lied op Hammaaloth. Ik heb tot den HEERE geroepen in mijn benauwdheid, en Hij heeft mij verhoord.

  • 22Verlaat mij niet, o HEERE, mijn God! wees niet verre van mij. [ (Psalms 38:23) Haast U tot mijn hulp, HEERE, mijn Heil! ]

  • 2Hij zeide dan: De HEERE is mij mijn Steenrots, en mijn Burg, en mijn Uithelper.

  • 17Ten ware dat de HEERE mij een Hulp geweest ware, mijn ziel had bijna in de stilte gewoond.

  • 11Op U ben ik geworpen van de baarmoeder af; van den buik mijner moeder aan zijt Gij mijn God.

  • 12O God, wees niet verre van mij; mijn God! haast U tot mijn hulp.

  • 19Zij delen mijn klederen onder zich, en werpen het lot over mijn gewaad.

  • 2Mijn Goedertierenheid en mijn Burg, mijn Hoog Vertrek en mijn Bevrijder voor mij, mijn Schild, en op Wien ik mij betrouwe; Die mijn volk aan mij onderwerpt!

  • 7De HEERE is bij mij onder degenen, die mij helpen; daarom zal ik mijn lust zien aan degenen, die mij haten.

  • 1Een psalm van David. De HEERE is mijn Herder, mij zal niets ontbreken.

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, om te doen gedenken.

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, over Jeduthun.

  • Ps 121:7-8
    2 verzen
    70%

    7De HEERE zal u bewaren van alle kwaad; uw ziel zal Hij bewaren.

    8De HEERE zal uw uitgang en uw ingang bewaren, van nu aan tot in der eeuwigheid.

  • Ps 115:15-16
    2 verzen
    70%

    15Gijlieden zijt den HEERE gezegend, Die den hemel en de aarde gemaakt heeft.

    16Aangaande den hemel, de hemel is des HEEREN; maar de aarde heeft Hij de mensenkinderen gegeven.

  • 33God is mijn Sterkte en Kracht; en Hij heeft mijn weg volkomen geopend.

  • 1Een gouden kleinood van David. Bewaar mij, o God! want ik betrouw op U.

  • 1Een lied Hammaaloth. Uit de diepten roep ik tot U, o HEERE!

  • 9Israel! vertrouw gij op den HEERE; Hij is hun Hulp en hun Schild.

  • 15Ain. Mijn ogen zijn geduriglijk op den HEERE, want Hij zal mijn voeten uit het net uitvoeren.

  • 19Zij hadden mij bejegend ten dage mijns ongevals; maar de HEERE was mij een Steunsel.

  • 3Ik zal roepen tot God, den Allerhoogste, tot God, Die het aan mij voleinden zal.

  • 2O God! hoor mijn geschrei, merk op mijn gebed.

  • 69%

    2O HEERE! hoe zijn mijn tegenpartijders vermenigvuldigd; velen staan tegen mij op.

  • 8Doch op U zijn mijn ogen, HEERE, Heere! op U betrouw ik, ontbloot mijn ziel niet.

  • 20Onze ziel verbeidt den HEERE: Hij is onze Hulp en ons Schild.

  • 11Gij hebt Rahab verbrijzeld als een verslagene; Gij hebt Uw vijanden verstrooid met den arm Uwer sterkte.