Psalmen 51:10

Statenvertaling (States Bible)

Doe mij vreugde en blijdschap horen; dat de beenderen zich verheugen, die Gij verbrijzeld hebt.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ezech 11:19 : 19 En Ik zal hun enerlei hart geven, en zal een nieuwen geest in het binnenste van u geven; en Ik zal het stenen hart uit hun vlees wegnemen, en zal hun een vlesen hart geven;
  • 2 Kor 5:17 : 17 Zo dan, indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel; het oude is voorbijgegaan, ziet, het is alles nieuw geworden.
  • Ezech 18:31 : 31 Werpt van u weg al uw overtredingen, waardoor gij overtreden hebt, en maakt u een nieuw hart en een nieuwen geest; want waarom zoudt gij sterven, o huis Israels?
  • Matt 5:8 : 8 Zalig zijn de reinen van hart; want zij zullen God zien.
  • Ef 4:22-24 : 22 Te weten dat gij zoudt afleggen, aangaande de vorige wandeling, den ouden mens, die verdorven wordt door de begeerlijkheden der verleiding; 23 En dat gij zoudt vernieuwd worden in den geest uws gemoeds, 24 En den nieuwen mens aandoen, die naar God geschapen is in ware rechtvaardigheid en heiligheid.
  • Ezech 36:25-27 : 25 Dan zal Ik rein water op u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinigheden en van al uw drekgoden zal Ik u reinigen. 26 En Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een nieuwen geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlesen hart geven. 27 En Ik zal Mijn Geest geven in het binnenste van u; en Ik zal maken, dat gij in Mijn inzettingen zult wandelen, en Mijn rechten zult bewaren en doen.
  • Hand 15:9 : 9 En heeft geen onderscheid gemaakt tussen ons en hen, gereinigd hebbende hun harten door het geloof.
  • 1 Petr 1:22 : 22 Hebbende dan uw zielen gereinigd in de gehoorzaamheid der waarheid, door den Geest, tot ongeveinsde broederlijke liefde, zo hebt elkander vuriglijk lief uit een rein hart;
  • Tit 3:5 : 5 Heeft Hij ons zalig gemaakt, niet uit de werken der rechtvaardigheid, die wij gedaan hadden, maar naar Zijn barmhartigheid, door het bad der wedergeboorte en vernieuwing des Heiligen Geestes;
  • Rom 12:2 : 2 En wordt dezer wereld niet gelijkvormig; maar wordt veranderd door de vernieuwing uws gemoeds, opdat gij moogt beproeven, welke de goede, en welbehagelijke en volmaakte wil van God zij.
  • Ps 24:4 : 4 Die rein van handen, en zuiver van hart is, die zijn ziel niet opheft tot ijdelheid, en die niet bedriegelijk zweert;
  • Spr 20:9 : 9 Wie kan zeggen: Ik heb mijn hart gezuiverd, ik ben rein van mijn zonde?
  • Jer 32:39 : 39 En Ik zal hun enerlei hart en enerlei weg geven, om Mij te vrezen al de dagen, hun ten goede, mitsgaders hun kinderen na hen.
  • Ef 2:10 : 10 Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen.
  • Ps 73:1 : 1 Een psalm van Asaf. Immers is God Israel goed, dengenen, die rein van harte zijn.
  • 1 Kor 15:58 : 58 Zo dan, mijn geliefde broeders! Zijt standvastig, onbewegelijk, altijd overvloedig zijnde in het werk des Heeren, als die weet, dat uw arbeid niet ijdel is in den Heere.
  • Hand 11:23 : 23 Dewelke, daar gekomen zijnde, en de genade Gods ziende, werd verblijd, en vermaande hen allen, dat zij met een voornemen des harten bij den Heere zouden blijven.
  • Ps 78:8 : 8 En dat zij niet zouden worden gelijk hun vaders, een wederhorig en wederspannig geslacht; een geslacht, dat zijn hart niet richtte, en welks geest niet getrouw was met God.
  • Ps 78:37 : 37 Want hun hart was niet recht met Hem, en zij waren niet getrouw in Zijn verbond.
  • 1 Kon 15:3-5 : 3 En hij wandelde in al de zonden zijns vaders, die hij voor hem gedaan had; en zijn hart was niet volkomen met den HEERE, zijn God, gelijk het hart van zijn vader David. 4 Maar om Davids wil, gaf de HEERE, zijn God, hem een lamp in Jeruzalem, verwekkende zijn zoon na hem, en bevestigende Jeruzalem. 5 Omdat David gedaan had wat recht was in de ogen des HEEREN, en niet geweken was van alles, wat Hij hem geboden had, al de dagen zijns levens, dan alleen in de zaak van Uria, den Hethiet.
  • Jer 13:27 : 27 Uw overspelen en uw hunkeringen, de schandelijkheid uws hoerdoms, op heuvelen, in het veld; Ik heb uw verfoeiselen gezien; wee u, Jeruzalem! zult gij niet rein worden? Hoe lang nog na dezen?
  • Ezech 36:37 : 37 Alzo zegt de Heere HEERE: Daarenboven zal Ik hierom van het huis Israels verzocht worden, dat Ik het hun doe; Ik zal ze vermenigvuldigen van mensen, als schapen.
  • Kol 3:10 : 10 En aangedaan hebt den nieuwen mens, die vernieuwd wordt tot kennis, naar het evenbeeld Desgenen, Die hem geschapen heeft;
  • Jak 1:8 : 8 Een dubbelhartig man is ongestadig in al zijn wegen.
  • Joz 14:14 : 14 Daarom werd Hebron aan Kaleb, den zoon van Jefunne, den Keneziet, ten erfdeel tot op dezen dag; omdat hij volhard had den HEERE, den God Israels, na te volgen.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 51:11-15
    5 verzen
    84%

    11Verberg Uw aangezicht van mijn zonden, en delg uit al mijn ongerechtigheden.

    12Schep mij een rein hart, o God! en vernieuw in het binnenste van mij een vasten geest.

    13Verwerp mij niet van Uw aangezicht, en neem Uw Heiligen Geest niet van mij.

    14Geef mij weder de vreugde Uws heils; en de vrijmoedige geest ondersteune mij.

    15Zo zal ik de overtreders Uw wegen leren; en de zondaars zullen zich tot U bekeren.

  • Ps 51:1-9
    9 verzen
    83%

    1Een psalm van David, voor den opperzangmeester.

    2Toen de profeet Nathan tot hem was gekomen, nadat hij tot Bathseba was ingegaan.

    3Wees mij genadig, o God! naar Uw goedertierenheid; delg mijn overtreding uit, naar de grootheid Uwer barmhartigheden.

    4Was mij wel van mijn ongerechtigheid, en reinig mij van mijn zonde.

    5Want ik ken mijn overtredingen, en mijn zonde is steeds voor mij.

    6Tegen U, U alleen, heb ik gezondigd, en gedaan, dat kwaad is in Uw ogen; opdat Gij rechtvaardig zijt in Uw spreken, en rein zijt in Uw richten.

    7Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren, en in zonde heeft mij mijn moeder ontvangen.

    8Zie, Gij hebt lust tot waarheid in het binnenste, en in het verborgene maakt Gij mij wijsheid bekend.

    9Ontzondig mij met hysop, en ik zal rein zijn; was mij, en ik zal witter zijn dan sneeuw.

  • Ps 139:23-24
    2 verzen
    75%

    23Doorgrond mij, o God! en ken mijn hart; beproef mij, en ken mijn gedachten.

    24En zie, of bij mij een schadelijke weg zij; en leid mij op den eeuwigen weg.

  • 26En Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een nieuwen geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlesen hart geven.

  • Ps 143:10-11
    2 verzen
    73%

    10Leer mij Uw welbehagen doen, want Gij zijt mijn God! Uw goede Geest geleide mij in een effen land.

    11O HEERE! maak mij levend, om Uws Naams wil; voer mijn ziel uit de benauwdheid, om Uw gerechtigheid.

  • 17Heere, open mijn lippen, zo zal mijn mond Uw lof verkondigen.

  • 31Werpt van u weg al uw overtredingen, waardoor gij overtreden hebt, en maakt u een nieuw hart en een nieuwen geest; want waarom zoudt gij sterven, o huis Israels?

  • 4De HEERE zal hem ondersteunen op het ziekbed; in zijn krankheid verandert Gij zijn ganse leger.

  • 2Proef mij, HEERE, en verzoek mij; toets mijn nieren en mijn hart.

  • 9Wie kan zeggen: Ik heb mijn hart gezuiverd, ik ben rein van mijn zonde?

  • Ps 19:12-14
    3 verzen
    71%

    12Ook wordt Uw knecht door dezelve klaarlijk vermaand; in het houden van die is grote loon.

    13Wie zou de afdwalingen verstaan? Reinig mij van de verborgene afdwalingen.

    14Houd Uw knecht ook terug van trotsheden; laat ze niet over mij heersen; dan zal ik oprecht zijn en rein van grote overtreding. [ (Psalms 19:15) Laat de redenen mijns monds, en de overdenking mijns harten welbehagelijk zijn voor Uw aangezicht, o HEERE, mijn Rotssteen en mijn Verlosser! ]

  • Ps 119:10-11
    2 verzen
    71%

    10Ik zoek U met mijn gehele hart, laat mij van Uw geboden niet afdwalen.

    11Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.

  • 21Als mijn hart opgezwollen was, en ik in mijn nieren geprikkeld werd,

  • 19En Ik zal hun enerlei hart geven, en zal een nieuwen geest in het binnenste van u geven; en Ik zal het stenen hart uit hun vlees wegnemen, en zal hun een vlesen hart geven;

  • 8Mijn hart zegt tot U: Gij zegt: Zoek Mijn aangezicht; ik zoek Uw aangezicht, o HEERE!

  • 10Wat gewin is er in mijn bloed, in mijn nederdalen tot de groeve? Zal U het stof loven? Zal het Uw waarheid verkondigen?

  • 30Zendt Gij Uw Geest uit, zo worden zij geschapen, en Gij vernieuwt het gelaat des aardrijks.

  • 7Cheth. Gedenk niet der zonden mijner jonkheid, noch mijner overtredingen; gedenk mijner naar Uw goedertierenheid, om Uwer goedheid wil, o HEERE!

  • 16Wast u, reinigt u, doet de boosheid uwer handelingen van voor Mijn ogen weg, laat af van kwaad te doen.

  • 11Uw gerechtigheid bedek ik niet in het midden mijns harten; Uw waarheid en Uw heil spreek ik uit; Uw weldadigheid en Uw trouw verheel ik niet in de grote gemeente.

  • Ps 7:9-10
    2 verzen
    70%

    9De HEERE zal den volken recht doen; richt mij, HEERE, naar mijn gerechtigheid, en naar mijn oprechtigheid, die bij mij is.

    10Laat toch de boosheid der goddelozen een einde nemen, maar bevestig den rechtvaardige, Gij, Die harten en nieren beproeft, o rechtvaardige God!

  • 8Doe mij Uw goedertierenheid in den morgenstond horen, want ik betrouw op U; maak mij bekend den weg, dien ik te gaan heb, want ik hef mijn ziel tot U op.

  • 37Wend mijn ogen af, dat zij geen ijdelheid zien; maak mij levend door Uw wegen.

  • 11Maar ik wandel in mijn oprechtigheid, verlos mij dan en wees mij genadig.

  • 10Ik ben verstomd, ik zal mijn mond niet opendoen, want Gij hebt het gedaan.

  • 1Een onderwijzing, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach.

  • 5Mijn zonde maakte ik U bekend, en mijn ongerechtigheid bedekte ik niet. Ik zeide: Ik zal belijdenis van mijn overtredingen doen voor den HEERE; en Gij vergaaft de ongerechtigheid mijner zonde. Sela.

  • 3Gij hoort het gebed; tot U zal alle vlees komen.

  • 69%

    2O HEERE, straf mij niet in Uw toorn, en kastijd mij niet in Uw grimmigheid!

  • 21HEERE, bekeer ons tot U, zo zullen wij bekeerd zijn; vernieuw onze dagen als van ouds.

  • 1Een gouden kleinood van David. Bewaar mij, o God! want ik betrouw op U.

  • 69%

    8Maar ik zal door de grootheid Uwer goedertierenheid in Uw huis ingaan; ik zal mij buigen naar het paleis Uwer heiligheid, in Uw vreze.