Psalmen 51:11

Statenvertaling (States Bible)

Verberg Uw aangezicht van mijn zonden, en delg uit al mijn ongerechtigheden.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 2 Kon 13:23 : 23 Doch de HEERE was hun genadig, en ontfermde Zich hunner, en wendde Zich tot hen, om Zijns verbonds wil met Abraham, Izak en Jakob; en Hij wilde hen niet verderven, en heeft hen niet verworpen van Zijn aangezicht, tot nu toe.
  • Ef 4:30 : 30 En bedroeft den Heiligen Geest Gods niet, door Welken gij verzegeld zijt tot den dag der verlossing.
  • Jes 63:10-11 : 10 Maar zij zijn wederspannig geworden, en zij hebben Zijn Heiligen Geest smarten aangedaan; daarom is Hij hun in een vijand verkeerd, Hij Zelf heeft tegen hen gestreden. 11 Nochtans dacht Hij aan de dagen van ouds, aan Mozes en Zijn volk; maar nu, waar is Hij, Die hen uit de zee opgebracht heeft, met de herders Zijner kudde? Waar is Hij, Die Zijn Heiligen Geest in het midden van hen stelde?
  • 1 Sam 10:10 : 10 Toen zij daar aan den heuvel kwamen, zie, zo kwam hem een hoop profeten tegemoet; en de Geest des HEEREN werd vaardig over hem, en hij profeteerde in het midden van hen.
  • Rom 8:9 : 9 Doch gijlieden zijt niet in het vlees, maar in den Geest, zo anders de Geest Gods in u woont. Maar zo iemand den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe.
  • Ps 71:18 : 18 Daarom ook, terwijl de ouderdom en grijsheid daar is, verlaat mij niet, o God, totdat ik dezen geslachte verkondige Uw arm, allen nakomelingen Uw macht.
  • Jer 7:15 : 15 En Ik zal ulieden van Mijn aangezicht wegwerpen, gelijk als Ik al uw broederen, het ganse zaad van Efraim, weggeworpen heb.
  • Luk 11:13 : 13 Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader den Heiligen Geest geven dengenen, die Hem bidden?
  • Joh 14:26 : 26 Maar de Trooster, de Heilige Geest, Welken de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb.
  • Rom 1:4 : 4 Die krachtelijk bewezen is te zijn de Zoon van God, naar den Geest der heiligmaking, uit de opstanding der doden) namelijk Jezus Christus, onzen Heere:
  • 2 Thess 1:9 : 9 Dewelken zullen tot straf lijden het eeuwig verderf, van het aangezicht des Heeren, en van de heerlijkheid Zijner sterkte,
  • 1 Sam 16:14 : 14 En de Geest des HEEREN week van Saul; en een boze geest van den HEERE verschrikte hem.
  • 2 Sam 7:15 : 15 Maar Mijn goedertierenheid zal van hem niet wijken, gelijk als Ik die weggenomen heb van Saul, dien Ik van voor uw aangezicht heb weggenomen.
  • 2 Kon 17:18-23 : 18 Daarom vertoornde zich de HEERE zeer over Israel, dat Hij hen wegdeed van Zijn aangezicht; er bleef niets over, behalve de stam van Juda alleen. 19 Zelfs hield Juda de geboden des HEEREN, huns Gods, niet; maar zij wandelden in de inzettingen van Israel, die zij gemaakt hadden. 20 Zo verwierp de HEERE het ganse zaad van Israel, en bedrukte hen, en gaf ze in de hand der rovers, totdat Hij hen van Zijn aangezicht weggeworpen had. 21 Want Hij scheurde Israel van het huis van David af, en zij maakten Jerobeam, den zoon van Nebat, koning; en Jerobeam dreef Israel af van achter den HEERE, en hij deed ze een grote zonde zondigen. 22 Alzo wandelden de kinderen Israels in alle zonden van Jerobeam die hij gedaan had; zij weken daarvan niet af; 23 Totdat de HEERE Israel van Zijn aangezicht wegdeed, gelijk als Hij gesproken had door den dienst van al Zijn knechten, de profeten; alzo werd Israel weggevoerd uit zijn land naar Assyrie, tot op dezen dag.
  • 2 Kon 23:27 : 27 En de HEERE zeide: Ik zal Juda ook van Mijn aangezicht wegdoen, gelijk als Ik Israel weggedaan heb; en Ik zal deze stad Jeruzalem verwerpen, die Ik verkoren heb, en het huis, waarvan Ik gezegd heb: Mijn Naam zal daar wezen.
  • 2 Kon 24:20 : 20 Want het geschiedde, om den toorn des HEEREN tegen Jeruzalem en tegen Juda, totdat Hij hen van Zijn aangezicht weggeworpen had. En Zedekia rebelleerde tegen den koning van Babel.
  • Ps 43:2 : 2 Want Gij zijt de God mijner sterkte; waarom verstoot Gij mij dan? Waarom ga ik steeds in het zwart, vanwege des vijands onderdrukking?
  • Ps 71:9 : 9 Verwerp mij niet in den tijd des ouderdoms; verlaat mij niet, terwijl mijn kracht vergaat.
  • Gen 4:14 : 14 Zie, Gij hebt mij heden verdreven van den aardbodem, en ik zal voor Uw aangezicht verborgen zijn; en ik zal zwervende en dolende zijn op de aarde, en het zal geschieden, dat al wie mij vindt, mij zal doodslaan.
  • Gen 6:3 : 3 Toen zeide de HEERE: Mijn Geest zal niet in eeuwigheid twisten met den mens, dewijl hij ook vlees is; doch zijn dagen zullen zijn honderd en twintig jaren.
  • Richt 13:25 : 25 En de Geest des HEEREN begon hem bij wijlen te drijven in het leger van Dan, tussen Zora en tussen Esthaol.
  • Richt 15:14 : 14 Als hij kwam tot Lechi, zo juichten de Filistijnen hem tegemoet; maar de Geest des HEEREN werd vaardig over hem; en de touwen, die aan zijn armen waren, werden als linnen draden, die van het vuur gebrand zijn, en zijn banden versmolten van zijn handen.
  • Richt 16:20 : 20 En zij zeide: De Filistijnen over u, Simson! En hij ontwaakte uit zijn slaap, en zeide: Ik zal ditmaal uitgaan, als op andere malen, en mij uitschudden; want hij wist niet, dat de HEERE van hem geweken was.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 12Schep mij een rein hart, o God! en vernieuw in het binnenste van mij een vasten geest.

  • Ps 51:9-10
    2 verzen
    84%

    9Ontzondig mij met hysop, en ik zal rein zijn; was mij, en ik zal witter zijn dan sneeuw.

    10Doe mij vreugde en blijdschap horen; dat de beenderen zich verheugen, die Gij verbrijzeld hebt.

  • 9Verwerp mij niet in den tijd des ouderdoms; verlaat mij niet, terwijl mijn kracht vergaat.

  • Ps 27:8-9
    2 verzen
    77%

    8Mijn hart zegt tot U: Gij zegt: Zoek Mijn aangezicht; ik zoek Uw aangezicht, o HEERE!

    9Verberg Uw aangezicht niet voor mij, keer Uw knecht niet af in toorn; Gij zijt mijn Hulp geweest, begeef mij niet, en verlaat mij niet, o God mijns heils!

  • 21En die kwaad voor goed vergelden, staan mij tegen, omdat ik het goede najaag.

  • 11Uw gerechtigheid bedek ik niet in het midden mijns harten; Uw waarheid en Uw heil spreek ik uit; Uw weldadigheid en Uw trouw verheel ik niet in de grote gemeente.

  • 7Waar zou ik heengaan voor Uw Geest en waar zou ik heenvlieden voor Uw aangezicht?

  • 4En ik zeide: Ik ben uitgestoten van voor Uw ogen; nochtans zal ik den tempel Uwer heiligheid weder aanschouwen.

  • 13Hoor, HEERE! mijn gebed, en neem mijn geroep ter ore; zwijg niet tot mijn tranen; want ik ben een vreemdeling bij U, een bijwoner, gelijk al mijn vaders. [ (Psalms 39:14) Wend U van mij af, dat ik mij verkwikke, eer dat ik heenga, en ik niet meer zij. ]

  • 14Maar ik, HEERE! roep tot U, en mijn gebed komt U voor in den morgenstond.

  • 21Doe Uw hand verre van op mij, en Uw verschrikking make mij niet verbaasd.

  • Ps 51:1-2
    2 verzen
    73%

    1Een psalm van David, voor den opperzangmeester.

    2Toen de profeet Nathan tot hem was gekomen, nadat hij tot Bathseba was ingegaan.

  • 19Hoe lang keert Gij U niet af van mij, en laat niet van mij af, totdat ik mijn speeksel inzwelge?

  • 7Verhoor mij haastelijk, HEERE! mijn geest bezwijkt; verberg Uw aangezicht niet van mij, want ik zou gelijk worden dengenen, die in den kuil dalen.

  • 24Hij heeft mijn kracht op den weg ter nedergedrukt; mijn dagen heeft Hij verkort.

  • 8Ik zal Uw inzettingen bewaren; verlaat mij niet al te zeer.

  • 10Ik ben verstomd, ik zal mijn mond niet opendoen, want Gij hebt het gedaan.

  • 2Want Gij zijt de God mijner sterkte; waarom verstoot Gij mij dan? Waarom ga ik steeds in het zwart, vanwege des vijands onderdrukking?

  • 11Strek Uw goedertierenheid uit over degenen, die U kennen, en Uw gerechtigheid over de oprechten van hart.

  • 72%

    1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth, op de Scheminith.

  • Ps 143:10-11
    2 verzen
    72%

    10Leer mij Uw welbehagen doen, want Gij zijt mijn God! Uw goede Geest geleide mij in een effen land.

    11O HEERE! maak mij levend, om Uws Naams wil; voer mijn ziel uit de benauwdheid, om Uw gerechtigheid.

  • 1Een psalm van David, om te doen gedenken.

  • 13Wie zou de afdwalingen verstaan? Reinig mij van de verborgene afdwalingen.

  • 19Zij delen mijn klederen onder zich, en werpen het lot over mijn gewaad.

  • 4Daarom wordt mijn geest overstelpt in mij, mijn hart is verbaasd in het midden van mij.

  • Ps 25:16-17
    2 verzen
    71%

    16Pe. Wend U tot mij, en wees mij genadig, want ik ben eenzaam en ellendig.

    17Tsade. De benauwdheden mijns harten hebben zich wijd uitgestrekt; voer mij uit mijn noden.

  • Ps 119:10-11
    2 verzen
    71%

    10Ik zoek U met mijn gehele hart, laat mij van Uw geboden niet afdwalen.

    11Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.

  • 7Ik dacht aan mijn snarenspel; in den nacht overlegde ik in mijn hart, en mijn geest onderzocht:

  • 1Een gouden kleinood van David. Bewaar mij, o God! want ik betrouw op U.

  • 8En nu, wat verwacht ik, o HEERE! Mijn hoop, die is op U.

  • 22Geloofd zij de HEERE, want Hij heeft Zijn goedertierenheid aan mij wonderlijk gemaakt, mij voerende als in een vaste stad.

  • 22Wentel van mij versmaadheid en verachting, want ik heb Uw getuigenissen onderhouden.

  • 10Want Gij zult mijn ziel in de hel niet verlaten; Gij zult niet toelaten, dat Uw Heilige de verderving zie.

  • 11Op U ben ik geworpen van de baarmoeder af; van den buik mijner moeder aan zijt Gij mijn God.

  • 9Raap mijn ziel niet weg met de zondaren, noch mijn leven met de mannen des bloeds;

  • Ps 139:23-24
    2 verzen
    70%

    23Doorgrond mij, o God! en ken mijn hart; beproef mij, en ken mijn gedachten.

    24En zie, of bij mij een schadelijke weg zij; en leid mij op den eeuwigen weg.

  • 25Wien heb ik nevens U in den hemel? Nevens U lust mij ook niets op de aarde!

  • 10Want ik eet as als brood, en vermeng mijn drank met tranen.

  • 37Wend mijn ogen af, dat zij geen ijdelheid zien; maak mij levend door Uw wegen.

  • 7Cheth. Gedenk niet der zonden mijner jonkheid, noch mijner overtredingen; gedenk mijner naar Uw goedertierenheid, om Uwer goedheid wil, o HEERE!

  • 12O God, wees niet verre van mij; mijn God! haast U tot mijn hulp.

  • 10Wat gewin is er in mijn bloed, in mijn nederdalen tot de groeve? Zal U het stof loven? Zal het Uw waarheid verkondigen?

  • 3Trek mij niet weg met de goddelozen, en met de werkers der ongerechtigheid, die van vrede spreken met hun naasten, maar kwaad is in hun hart.