Psalmen 39:8

Statenvertaling (States Bible)

En nu, wat verwacht ik, o HEERE! Mijn hoop, die is op U.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 44:13 : 13 Gij verkoopt Uw volk om geen waardij; en Gij verhoogt hun prijs niet.
  • Ps 51:14 : 14 Geef mij weder de vreugde Uws heils; en de vrijmoedige geest ondersteune mij.
  • Ps 79:4 : 4 Wij zijn onzen naburen een smaadheid geworden; een spot en schimp dien, die rondom ons zijn.
  • Ps 119:39 : 39 Wend mijn smaadheid af, die ik vreze, want Uw rechten zijn goed.
  • Ps 130:8 : 8 En Hij zal Israel verlossen van al zijn ongerechtigheden.
  • Joël 2:17 : 17 Laat de priesters, des HEEREN dienaars, wenen tussen het voorhuis en het altaar, en laat hen zeggen: Spaar Uw volk, o HEERE! en geef Uw erfenis niet over tot een smaadheid, dat de heidenen over hen zouden heersen; waarom zouden zij onder de volken zeggen: Waar is hunlieder God?
  • Joël 2:19 : 19 En de HEERE zal antwoorden en tot Zijn volk zeggen: Ziet, Ik zend ulieden het koren, en den most, en de olie, dat gij daarvan verzadigd zult worden; en Ik zal u niet meer overgeven tot een smaadheid onder de heidenen.
  • Micha 7:19 : 19 Hij zal Zich onzer weder ontfermen; Hij zal onze ongerechtigheden dempen; ja, Gij zult al hun zonden in de diepten der zee werpen.
  • Matt 1:21 : 21 En zij zal een Zoon baren, en gij zult Zijn naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.
  • Rom 2:23-24 : 23 Die op de wet roemt, onteert gij God door de overtreding der wet? 24 Want de Naam van God wordt om uwentwil gelasterd onder de heidenen, gelijk geschreven is.
  • Tit 2:14 : 14 Die Zichzelven voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid, en Zichzelven een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken.
  • Ps 57:3 : 3 Ik zal roepen tot God, den Allerhoogste, tot God, Die het aan mij voleinden zal.
  • Ps 65:3 : 3 Gij hoort het gebed; tot U zal alle vlees komen.
  • Ps 51:7-9 : 7 Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren, en in zonde heeft mij mijn moeder ontvangen. 8 Zie, Gij hebt lust tot waarheid in het binnenste, en in het verborgene maakt Gij mij wijsheid bekend. 9 Ontzondig mij met hysop, en ik zal rein zijn; was mij, en ik zal witter zijn dan sneeuw. 10 Doe mij vreugde en blijdschap horen; dat de beenderen zich verheugen, die Gij verbrijzeld hebt.
  • 2 Sam 16:7-8 : 7 Aldus nu zeide Simei in zijn vloeken: Ga uit, ga uit, gij, man des bloeds, en gij, Belials man! 8 De HEERE heeft op u doen wederkomen al het bloed van Sauls huis, in wiens plaats gij geregeerd hebt; nu heeft de HEERE het koninkrijk gegeven in de hand van Absalom, uw zoon; zie nu, gij zijt in uw ongeluk, omdat gij een man des bloeds zijt.
  • Ps 25:11 : 11 Lamed. Om Uws Naams wil, HEERE! zo vergeef mijn ongerechtigheid, want die is groot.
  • Ps 25:18 : 18 Resch. Aanzie mijn ellende, en mijn moeite, en neem weg al mijn zonden.
  • Ps 35:21 : 21 En zij sperren hun mond wijd op tegen mij; zij zeggen: Ha, ha, ons oog heeft het gezien!

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 5Die mij zonder oorzaak haten, zijn meer dan de haren mijns hoofds; die mij zoeken te vernielen, die mij om valse oorzaken vijand zijn, zijn machtig geworden; wat ik niet geroofd heb, moet ik alsdan wedergeven.

  • 7Immers wandelt de mens als in een beeld, immers woelen zij ijdelijk; men brengt bijeen, en men weet niet, wie het naar zich nemen zal.

  • 13Wie zou de afdwalingen verstaan? Reinig mij van de verborgene afdwalingen.

  • Ps 39:9-10
    2 verzen
    76%

    9Verlos mij van al mijn overtredingen; en stel mij niet tot een smaad des dwazen.

    10Ik ben verstomd, ik zal mijn mond niet opendoen, want Gij hebt het gedaan.

  • 20Schin. Bewaar mijn ziel, en red mij; laat mij niet beschaamd worden, want ik betrouw op U.

  • Ps 40:13-14
    2 verzen
    75%

    13Want kwaden, tot zonder getal toe, hebben mij omgeven; mijn ongerechtigheden hebben mij aangegrepen, dat ik niet heb kunnen zien; zij zijn menigvuldiger dan de haren mijns hoofds, en mijn hart heeft mij verlaten.

    14Het behage U, HEERE! mij te verlossen; HEERE! haast U tot mijn hulp.

  • 5Want mijn ongerechtigheden gaan over mijn hoofd; als een zware last zijn zij mij te zwaar geworden.

  • 22Wentel van mij versmaadheid en verachting, want ik heb Uw getuigenissen onderhouden.

  • 1Doe mij recht, o God! en twist Gij mijn twistzaak; bevrijd mij van het ongoedertieren volk, van den man des bedrogs en des onrechts.

  • 9Red mij, HEERE! van mijn vijanden; bij U schuil ik.

  • 39Wend mijn smaadheid af, die ik vreze, want Uw rechten zijn goed.

  • 1Een psalm van David, om te doen gedenken.

  • 2Red mij door Uw gerechtigheid, en bevrijd mij; neig Uw oor tot mij, en verlos mij.

  • 9Ontzondig mij met hysop, en ik zal rein zijn; was mij, en ik zal witter zijn dan sneeuw.

  • 22Thau. Laat al hun kwaad voor Uw aangezicht komen, en doe hun, gelijk als Gij mij gedaan hebt vanwege al mijn overtredingen; want mijn zuchtingen zijn vele, en mijn hart is mat.

  • 11Strek Uw goedertierenheid uit over degenen, die U kennen, en Uw gerechtigheid over de oprechten van hart.

  • 23Of bevrijdt mij van de hand des verdrukkers, en verlost mij van de hand der tirannen?

  • 21En die kwaad voor goed vergelden, staan mij tegen, omdat ik het goede najaag.

  • 22Sta op, o God! twist Uw twistzaak; gedenk der smaadheid, die U van den dwaze wedervaart den gansen dag.

  • 24Doe mij recht naar Uw gerechtigheid, HEERE, mijn God! en laat hen zich over mij niet verblijden.

  • 8Toen zeide David tot God: Ik heb zeer gezondigd, dat ik deze zaak gedaan heb; maar neem toch nu de misdaad Uws knechts weg, want ik heb zeer zottelijk gehandeld.

  • 15Maar ik vertrouw op U, o HEERE! Ik zeg: Gij zijt mijn God.

  • 14Maar mij aangaande, mijn gebed is tot U, o HEERE; er is een tijd des welbehagens, o God! door de grootheid Uwer goedertierenheid; verhoor mij door de getrouwheid Uws heils.

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, om te doen gedenken.

  • 4Mijn God, bevrijd mij van de hand des goddelozen, van de hand desgenen, die verkeerdelijk handelt, en des opgeblazenen.

  • Ps 38:15-16
    2 verzen
    72%

    15Ja, ik ben als een man, die niet hoort, en in wiens mond geen tegenredenen zijn.

    16Want op U, HEERE! hoop ik; Gij zult verhoren, HEERE, mijn God!

  • 28Zo schroom ik voor al mijn smarten; ik weet, dat Gij mij niet onschuldig zult houden.

  • 1Een gouden kleinood van David, voor den opperzangmeester, Altascheth; toen Saul gezonden had, die zijn huis bewaren zouden, om hem te doden.

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester.

  • 26Help mij, HEERE, mijn God! verlos mij naar Uw goedertierenheid.

  • 72%

    1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth, op de Scheminith.

  • 14Geef mij weder de vreugde Uws heils; en de vrijmoedige geest ondersteune mij.

  • 22Toen was ik onvernuftig, en wist niets; ik was een groot beest bij U.

  • 21Maar Gij, o HEERE Heere! maak het met mij om Uws Naams wil; dewijl Uw goedertierenheid goed is, verlos mij.

  • 19Zij delen mijn klederen onder zich, en werpen het lot over mijn gewaad.

  • 72%

    1Davids Schiggajon, dat hij den HEERE gezongen heeft, over de woorden van Cusch, den zoon van Jemini.

  • 50HEERE! waar zijn Uw vorige goedertierenheden, die Gij David gezworen hebt bij Uw trouw?

  • 13Hoor, HEERE! mijn gebed, en neem mijn geroep ter ore; zwijg niet tot mijn tranen; want ik ben een vreemdeling bij U, een bijwoner, gelijk al mijn vaders. [ (Psalms 39:14) Wend U van mij af, dat ik mij verkwikke, eer dat ik heenga, en ik niet meer zij. ]

  • 18Gedenk hieraan; de vijand heeft den HEERE gesmaad, en een dwaas volk heeft Uw Naam gelasterd.

  • 2O HEERE! red mijn ziel van de valse lippen, van de bedriegelijke tong.

  • 17Laat Uw aangezicht over Uw knecht lichten; verlos mij door Uw goedertierenheid.

  • 9Bewaar mij voor het geweld des striks, dien zij mij gelegd hebben, en voor de valstrikken van de werkers der ongerechtigheid.

  • 5Indien gijlieden waarlijk u verheft tegen mij, en mijn smaad tegen mij drijft;

  • 4Zij scherpen hun tong, als een slang; heet addervergift is onder hun lippen. Sela.

  • 7Laat hen door mij niet beschaamd worden, die U verwachten, o Heere, HEERE der heirscharen, laat hen door mij niet te schande worden, die U zoeken, o God Israels!

  • 8Allen, die mij zien, bespotten mij; zij steken de lip uit, zij schudden het hoofd, zeggende:

  • 13Want Hij zoekt de bloedstortingen, Hij gedenkt derzelve; Hij vergeet het geroep der ellendigen niet.