1 Korintiërs 15:33

Statenvertaling (States Bible)

Dwaalt niet, kwade samensprekingen verderven goede zeden.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Spr 13:20 : 20 Die met de wijzen omgaat, zal wijs worden; maar die der zotten metgezel is, zal verbroken worden.
  • Matt 24:4 : 4 En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Ziet toe, dat u niemand verleide.
  • 1 Kor 5:6 : 6 Uw roem is niet goed. Weet gij niet, dat een weinig zuurdesem het gehele deeg zuur maakt?
  • Ef 5:6 : 6 Dat u niemand verleide met ijdele woorden; want om deze dingen komt de toorn Gods over de kinderen der ongehoorzaamheid.
  • 1 Kor 6:9 : 9 Of weet gij niet, dat de onrechtvaardigen het Koninkrijk Gods niet zullen beerven?
  • Gal 6:7 : 7 Dwaalt niet; God laat Zich niet bespotten; want zo wat de mens zaait, dat zal hij ook maaien.
  • 2 Tim 2:16-18 : 16 Maar stel u tegen het ongoddelijk ijdelroepen; want zij zullen in meerdere goddeloosheid toenemen. 17 En hun woord zal voorteten, gelijk de kanker; onder welke is Hymeneus en Filetus; 18 Die van de waarheid zijn afgeweken, zeggende, dat de opstanding alrede geschied is, en verkeren sommiger geloof.
  • Spr 9:6 : 6 Verlaat de slechtigheden, en leeft; en treedt in den weg des verstands.
  • Heb 12:15 : 15 Toeziende, dat niet iemand verachtere van de genade Gods; dat niet enige wortel der bitterheid, opwaarts spruitende, beroerte make en door dezelve velen ontreinigd worden.
  • Matt 24:24 : 24 Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan, en zullen grote tekenen en wonderheden doen, alzo dat zij (indien het mogelijk ware) ook de uitverkorenen zouden verleiden.
  • 2 Petr 2:18-20 : 18 Want zij, zeer opgeblazene ijdelheid sprekende, verlokken, door de begeerlijkheden des vleses en door ontuchtigheden, degenen, die waarlijk ontvloden waren van degenen, die in dwaling wandelen; 19 Belovende hun vrijheid, daar zijzelven dienstknechten zijn der verdorvenheid; want van wien iemand overwonnen is, dien is hij ook tot een dienstknecht gemaakt. 20 Want indien zij, nadat zij door de kennis van den Heere en Zaligmaker Jezus Christus, de besmettingen der wereld ontvloden zijn, en in dezelve wederom ingewikkeld zijnde, van dezelve overwonnen worden, zo is hun het laatste erger geworden dan het eerste.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 34Waakt op rechtvaardiglijk, en zondigt niet. Want sommigen hebben de kennis van God niet. Ik zeg het u tot schaamte.

  • 16Dat dan uw goed niet gelasterd worde.

  • 13Doch de boze mensen en bedriegers zullen tot erger voortgaan, verleidende en wordende verleid.

  • Ef 5:6-7
    2 verzen
    73%

    6Dat u niemand verleide met ijdele woorden; want om deze dingen komt de toorn Gods over de kinderen der ongehoorzaamheid.

    7Zo zijt dan hun medegenoten niet.

  • 16Dwaalt niet, mijn geliefde broeders!

  • 18Niemand bedriege zichzelven. Zo iemand onder u dunkt, dat hij wijs is in deze wereld, die worde dwaas, opdat hij wijs moge worden.

  • 14Trekt niet een ander juk aan met de ongelovigen; want wat mededeel heeft de gerechtigheid met de ongerechtigheid, en wat gemeenschap heeft het licht met de duisternis?

  • Gal 6:7-8
    2 verzen
    71%

    7Dwaalt niet; God laat Zich niet bespotten; want zo wat de mens zaait, dat zal hij ook maaien.

    8Want die in zijn eigen vlees zaait, zal uit het vlees verderfenis maaien; maar die in den Geest zaait, zal uit den Geest het eeuwige leven maaien.

  • 4En dit zeg ik, opdat niet iemand u misleide met beweegredenen, die een schijn hebben.

  • 11Geliefde, volgt het kwade niet na, maar het goede. Die goed doet, is uit God; maar die kwaad doet, heeft God niet gezien.

  • 22Onthoudt u van allen schijn des kwaads.

  • 11Want die tot hem zegt: Zijt gegroet, die heeft gemeenschap aan zijn boze werken.

  • 29Geen vuile rede ga uit uw mond, maar zo er enige goede rede is tot nuttige stichting, opdat zij genade geve dien, die dezelve horen.

  • 1 Kor 5:9-11
    3 verzen
    70%

    9Ik heb u geschreven in den brief, dat gij u niet zoudt vermengen met de hoereerders;

    10Doch niet geheellijk met de hoereerders dezer wereld, of met de gierigaards, of met de rovers, of met de afgodendienaars; want anders zoudt gij moeten uit de wereld gaan.

    11Maar nu heb ik u geschreven, dat gij u niet zult vermengen, namelijk indien iemand, een broeder genaamd zijnde, een hoereerder is, of een gierigaard, of een afgodendienaar, of een lasteraar, of een dronkaard, of een rover; dat gij met zodanig een ook niet zult eten.

  • 17Gij dan, geliefden, zulks te voren wetende, wacht u, dat gij niet door de verleiding der gruwelijke mensen mede afgerukt wordt, en uitvalt van uw vastigheid;

  • 1Zijt niet nijdig over de boze lieden, en laat u niet gelusten, om bij hen te zijn.

  • 20Broeders, wordt geen kinderen in het verstand, maar zijt kinderen in de boosheid, en wordt in het verstand volwassen.

  • 20Die met de wijzen omgaat, zal wijs worden; maar die der zotten metgezel is, zal verbroken worden.

  • 4Waarin zij zich vreemd houden, als gij niet medeloopt tot dezelfde uitgieting der overdadigheid, en u lasteren;

  • 33Of maakt den boom goed en zijn vrucht goed; of maakt den boom kwaad en zijn vrucht kwaad; want uit de vrucht wordt de boom gekend.

  • Spr 4:14-15
    2 verzen
    69%

    14Kom niet op het pad der goddelozen, en treed niet op den weg der bozen.

    15Verwerp dien, ga er niet door; wijk er van, en ga voorbij.

  • Matt 7:17-18
    2 verzen
    69%

    17Alzo een ieder goede boom brengt voort goede vruchten, en een kwade boom brengt voort kwade vruchten.

    18Een goede boom kan geen kwade vruchten voortbrengen, noch een kwade boom goede vruchten voortbrengen.

  • Heb 3:12-13
    2 verzen
    69%

    12Ziet toe, broeders, dat niet te eniger tijd in iemand van u zij een boos, ongelovig hart, om af te wijken van den levenden God;

    13Maar vermaant elkander te allen dage, zolang als het heden genaamd wordt, opdat niet iemand uit u verhard worde door de verleiding der zonde.

  • 15Mijn zoon! wandel niet met hen op den weg; weer uw voet van hun pad.

  • 9Of weet gij niet, dat de onrechtvaardigen het Koninkrijk Gods niet zullen beerven?

  • 3Doch ik vrees, dat niet enigszins, gelijk de slang Eva door haar arglistigheid bedrogen heeft, alzo uw zinnen bedorven worden, om af te wijken van de eenvoudigheid, die in Christus is.

  • 14Maar indien iemand ons woord, door deze brief geschreven, niet gehoorzaam is, tekent dien; en vermengt u niet met hem, opdat hij beschaamd worde;

  • 15Ziet, dat niemand kwaad voor kwaad iemand vergelde; maar jaagt allen tijd het goede na, zo jegens elkander als jegens allen.

  • Ef 5:15-16
    2 verzen
    68%

    15Ziet dan, hoe gij voorzichtiglijk wandelt, niet als onwijzen, maar als wijzen.

    16Den tijd uitkopende, dewijl de dagen boos zijn.

  • 7Kinderkens, dat u niemand verleide. Die de rechtvaardigheid doet, die is rechtvaardig, gelijk Hij rechtvaardig is.

  • 3Want onze vermaning is niet geweest uit verleiding, noch uit onreinigheid, noch met bedrog;

  • 2En velen zullen hun verderfenissen navolgen, door welke de weg der waarheid zal gelasterd worden.

  • 16En hebt een goed geweten, opdat in hetgeen zij kwalijk van u spreken, als van kwaaddoeners, zij beschaamd mogen worden, die uw goeden wandel in Christus lasteren.

  • Rom 16:17-18
    2 verzen
    68%

    17En ik bid u, broeders, neemt acht op degenen, die tweedracht en ergernissen aanrichten tegen de leer, die gij van ons geleerd hebt; en wijkt af van dezelve.

    18Want dezulken dienen onzen Heere Jezus Christus niet, maar hun buik; en verleiden door schoonspreken en prijzen de harten der eenvoudigen.

  • 22Te weten dat gij zoudt afleggen, aangaande de vorige wandeling, den ouden mens, die verdorven wordt door de begeerlijkheden der verleiding;

  • 21Wordt van het kwade niet overwonnen, maar overwint het kwade door het goede.

  • 13Mem. Wie is de man, die lust heeft ten leven, die dagen liefheeft, om het goede te zien?

  • 13Die kwaad voor goed vergeldt, het kwaad zal van zijn huis niet wijken.

  • 7Daar er geen ander is; maar er zijn sommigen, die u ontroeren, en het Evangelie van Christus willen verkeren.

  • 19Belovende hun vrijheid, daar zijzelven dienstknechten zijn der verdorvenheid; want van wien iemand overwonnen is, dien is hij ook tot een dienstknecht gemaakt.

  • 22En zijt daders des Woords, en niet alleen hoorders, uzelven met valse overlegging bedriegende.