2 Samuël 23:29
Heleb, de zoon van Baena, de Netofathiet; Ithai, de zoon van Ribai, van Gibea der kinderen Benjamins;
Heleb, de zoon van Baena, de Netofathiet; Ithai, de zoon van Ribai, van Gibea der kinderen Benjamins;
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
26De helden nu der heiren waren: Asahel, de broeder van Joab; Elhanan, de zoon van Dodo, van Bethlehem;
27Sammoth, de Harodiet; Helez, de Peloniet;
28Ira, de zoon van Ikkes, de Thekoiet; Abiezer, de Anathothiet;
29Sibbechai, de Husathiet; Ilai, de Ahohiet;
30Maharai, de Netofathiet; Heled, de zoon van Baana, de Netofathiet;
31Ithai, de zoon van Ribai, van Gibea der kinderen Benjamins; Benaja, de Pirhathoniet;
32Hurai, van de beken van Gaas; Abiel; de Arbathiet;
33Azmaveth, de Baharumiet; Eljahba, de Saalboniet;
30Benaja, de Pirhathoniet; Hiddai, van de beken van Gaas;
31Abi-Albon, de Arbathiet; Azmaveth, de Barhumiet;
32Eljachba, de Saalboniet; van de zonen van Jazen, Jonathan;
33Samma, de Harariet; Ahiam, de zoon van Sarar, de Harariet;
34Elifelet, de zoon van Ahasbai, de zoon van een Maachathiet; Eliam, de zoon van Achitofel, de Giloniet;
35Hezrai, de Karmeliet; Paerai, de Arbiet;
36Jig-al, de zoon van Nathan, van Zoba; Bani, de Gadiet;
37Zelek, de Ammoniet; Naharai, de Beerothiet, de wapendrager van Joab, den zoon van Zeruja;
38Ira, de Jethriet; Gareb, de Jethriet;
24Asahel, Joabs broeder, was onder de dertig; Elhanan, de zoon van Dodo, van Bethlehem;
25Samma, de Harodiet; Elika, de Harodiet;
26Helez, de Paltiet; Ira, de zoon van Ikes, de Thekoiet;
27Abi-ezer, de Anetothiet; Mebunnai, de Husathiet;
28Zalmon, de Ahohiet; Maharai, de Netofathiet;
35Ahiam, de zoon van Sachar, de Harariet; Elifal, de zoon van Ur;
36Hefer, de Mecherathiet; Ahia, de Peloniet;
37Hezro, de Karmeliet; Naari, de zoon van Ezbai;
38Joel, de broeder van Nathan; Mibhar, de zoon van Geri;
39Zelek, de Ammoniet; Nahrai, de Berothiet, wapendrager van Joab, den zoon van Zeruja;
35Benaja, Bedeja, Cheluhu,
41Uria, de Hethiet; Zabad, de zoon van Ahlai;
2En Sauls zoon had twee mannen, oversten van benden; de naam des enen was Baena, en de naam des anderen Rechab, zonen van Rimmon, den Beerothiet, van de kinderen van Benjamin; want ook Beeroth werd aan Benjamin gerekend.
17En Zebadja, en Mesullam, en Hizki, en Heber,
3Het hoofd was Ahiezer, en Joas, zonen van Semaa, den Gibeathiet; daarna Jeziel en Pelet, zonen van Azmaveth, en Beracha, en Jehu, de Anathothiet.
23Joab nu was over het ganse heir van Israel; en Benaja, de zoon van Jojada, over de Krethi en over de Plethi;
18Simei, de zoon van Ela, in Benjamin.
8En Jibnea, de zoon van Jeroham, en Ela, de zoon van Uzzi, den zoon van Michri; en Mesullam, de zoon van Sefatja, den zoon van Reuel, den zoon van Jibnija;
22En Jispan, en Eber, en Eliel,
23En Abdon, en Zichri, en Hanan,
46Eliel Hammahavim en Jeribai, en Josavia, de zonen van Elnaam; en Jithma, de Moabiet;
22Die dingen deed Benaja, de zoon van Jojada; dies had hij een naam onder de drie helden.
34En na Achitofel was Jojada, de zoon van Benaja, en Abjathar; maar Joab was des konings krijgsoverste.
15De twaalfde, in de twaalfde maand, was Heldai, de Nethofathiet, van Othniel; in zijn verdeling waren er ook vier en twintig duizend.
17En Benaja, de zoon van Jojada, was over de Krethi en Plethi; maar de zonen van David waren de eersten aan de hand des konings.
5En Jibchar, en Elisua, en Elpelet,
28En van de kinderen van Bebai: Johanan, Hananja, Sabbai, en Athlai.
6Daartoe Jibchar, en Elisama, en Elifelet,
12Baana, de zoon van Ahilud, had Taanach, en Megiddo, en het ganse Beth-Sean, hetwelk is bij Zartana, beneden van Jizreel, van Beth-Sean aan tot Abel-Mehola, tot op gene zijde van Jokmeam.
20En Eljoenai, en Zillethai, en Eliel,
36En Eljoenai, en Jaakoba, en Jesohaja, en Asaja, en Adiel, en Jesimeel, en Benaja,
24Deze dingen deed Benaja, de zoon van Jojada; dies had hij een naam onder die drie helden.
38De zonen van Benjamin, naar hun geslachten: van Bela het geslacht der Belaieten; van Asbel het geslacht der Asbelieten; van Ahiram het geslacht der Ahirmieten;