2 Samuël 23:28

Statenvertaling (States Bible)

Zalmon, de Ahohiet; Maharai, de Netofathiet;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 2 Kon 25:23 : 23 Toen nu al de oversten der heiren, zij en hun mannen, hoorden, dat de koning van Babel Gedalia tot overste gesteld had, kwamen zij tot Gedalia naar Mizpa; namelijk, Ismael, de zoon van Nethanja, en Johanan, de zoon van Kareah, en Seraja, de zoon van Tanhumeth, de Netofathiet, en Jaazanja, de zoon van den Maachathiet, zij en hun mannen.
  • 1 Kron 27:13 : 13 De tiende, in de tiende maand, was Maharai, de Nethofathiet, van de Zerahieten; in zijn verdeling waren er ook vier en twintig duizend.
  • 1 Kron 11:30 : 30 Maharai, de Netofathiet; Heled, de zoon van Baana, de Netofathiet;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 82%

    27Sammoth, de Harodiet; Helez, de Peloniet;

    28Ira, de zoon van Ikkes, de Thekoiet; Abiezer, de Anathothiet;

    29Sibbechai, de Husathiet; Ilai, de Ahohiet;

    30Maharai, de Netofathiet; Heled, de zoon van Baana, de Netofathiet;

    31Ithai, de zoon van Ribai, van Gibea der kinderen Benjamins; Benaja, de Pirhathoniet;

    32Hurai, van de beken van Gaas; Abiel; de Arbathiet;

    33Azmaveth, de Baharumiet; Eljahba, de Saalboniet;

  • 80%

    29Heleb, de zoon van Baena, de Netofathiet; Ithai, de zoon van Ribai, van Gibea der kinderen Benjamins;

    30Benaja, de Pirhathoniet; Hiddai, van de beken van Gaas;

    31Abi-Albon, de Arbathiet; Azmaveth, de Barhumiet;

    32Eljachba, de Saalboniet; van de zonen van Jazen, Jonathan;

    33Samma, de Harariet; Ahiam, de zoon van Sarar, de Harariet;

    34Elifelet, de zoon van Ahasbai, de zoon van een Maachathiet; Eliam, de zoon van Achitofel, de Giloniet;

    35Hezrai, de Karmeliet; Paerai, de Arbiet;

    36Jig-al, de zoon van Nathan, van Zoba; Bani, de Gadiet;

    37Zelek, de Ammoniet; Naharai, de Beerothiet, de wapendrager van Joab, den zoon van Zeruja;

    38Ira, de Jethriet; Gareb, de Jethriet;

  • 80%

    25Samma, de Harodiet; Elika, de Harodiet;

    26Helez, de Paltiet; Ira, de zoon van Ikes, de Thekoiet;

    27Abi-ezer, de Anetothiet; Mebunnai, de Husathiet;

  • 13De tiende, in de tiende maand, was Maharai, de Nethofathiet, van de Zerahieten; in zijn verdeling waren er ook vier en twintig duizend.

  • 46Eliel Hammahavim en Jeribai, en Josavia, de zonen van Elnaam; en Jithma, de Moabiet;

  • 72%

    35Ahiam, de zoon van Sachar, de Harariet; Elifal, de zoon van Ur;

    36Hefer, de Mecherathiet; Ahia, de Peloniet;

    37Hezro, de Karmeliet; Naari, de zoon van Ezbai;

    38Joel, de broeder van Nathan; Mibhar, de zoon van Geri;

    39Zelek, de Ammoniet; Nahrai, de Berothiet, wapendrager van Joab, den zoon van Zeruja;

    40Ira, de Jithriet; Gareb, de Jithriet;

    41Uria, de Hethiet; Zabad, de zoon van Ahlai;

  • 54De kinderen van Salma waren de Bethlehemieten, en de Netofathieten, Atroth, Beth-Joab, en de helft der Manathieten, en de Zorieten.

  • 20En Eljoenai, en Zillethai, en Eliel,

  • 68%

    22En Jispan, en Eber, en Eliel,

    23En Abdon, en Zichri, en Hanan,

  • Neh 10:26-27
    2 verzen
    68%

    26En Ahia, Hanan, Anan,

    27Malluch, Harim, Baana.

  • 43Hanan, de zoon van Maacha, en Josafat, de Mithniet;

  • 40Machnadbai, Sasai, Sarai,

  • 3Het hoofd was Ahiezer, en Joas, zonen van Semaa, den Gibeathiet; daarna Jeziel en Pelet, zonen van Azmaveth, en Beracha, en Jehu, de Anathothiet.

  • 15De twaalfde, in de twaalfde maand, was Heldai, de Nethofathiet, van Othniel; in zijn verdeling waren er ook vier en twintig duizend.

  • Neh 12:20-21
    2 verzen
    67%

    20Van Sallai, Kallai; van Amok, Heber;

    21Van Hilkia, Hasabja; van Jedaja, Nethaneel.

  • 17En Zebadja, en Mesullam, en Hizki, en Heber,

  • 33Van de kinderen van Hasum: Mathnai, Mattata, Zabad, Elifelet, Jeremai, Manasse, Simei.

  • 17Van Abia, Zichri; van Minjamin, van Moadja, Piltai;

  • Neh 10:11-12
    2 verzen
    67%

    11Micha, Rehob, Hasabja,

    12Zakkur, Serebja, Sebanja,

  • 28En van de kinderen van Bebai: Johanan, Hananja, Sabbai, en Athlai.

  • 15Van Harim, Adna; van Merajoth, Helkai;

  • 23Voor de Amramieten, van de Jizharieten, van de Hebronieten, van de Uzzielieten,

  • 28Van Maheli was Eleazar; en die had geen kinderen.