Job 10:5

Statenvertaling (States Bible)

Zijn Uw dagen als de dagen van een mens? Zijn Uw jaren als de dagen eens mans?

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 2 Petr 3:8 : 8 Doch deze ene zaak zij u niet onbekend, geliefden, dat een dag bij den Heere is als duizend jaren, en duizend jaren als een dag.
  • Job 36:26 : 26 Zie, God is groot, en wij begrijpen het niet; er is ook geen onderzoeking van het getal Zijner jaren.
  • Ps 90:2-4 : 2 Eer de bergen geboren waren, en Gij de aarde en de wereld voortgebracht hadt, ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God. 3 Gij doet den mens wederkeren tot verbrijzeling, en zegt: Keert weder, gij mensenkinderen! 4 Want duizend jaren zijn in Uw ogen als de dag van gisteren, als hij voorbijgegaan is, en als een nachtwaak.
  • Ps 102:12 : 12 Mijn dagen zijn als een afgaande schaduw, en ik verdor als gras.
  • Ps 102:24-27 : 24 Hij heeft mijn kracht op den weg ter nedergedrukt; mijn dagen heeft Hij verkort. 25 Ik zeide: Mijn God! neem mij niet weg in het midden mijner dagen; Uw jaren zijn van geslacht tot geslacht. 26 Gij hebt voormaals de aarde gegrond, en de hemelen zijn het werk Uwer handen; 27 Die zullen vergaan, maar Gij zult staande blijven; en zij alle zullen als een kleed verouden; Gij zult ze veranderen als een gewaad, en zij zullen veranderd zijn.
  • Heb 1:12 : 12 En als een dekkleed zult Gij ze ineenrollen, en zij zullen veranderd worden; maar Gij zijt Dezelfde, en Uw jaren zullen niet ophouden.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Job 10:3-4
    2 verzen
    85%

    3Is het U goed, dat Gij verdrukt, dat Gij verwerpt den arbeid Uwer handen, en over den raad der goddelozen schijnsel geeft?

    4Hebt Gij vleselijke ogen, ziet Gij, gelijk een mens ziet?

  • 6Dat Gij onderzoekt naar mijn ongerechtigheid, en naar mijn zonde verneemt?

  • Ps 39:4-5
    2 verzen
    77%

    4Mijn hart werd heet in mijn binnenste, een vuur ontbrandde in mijn overdenking; toen sprak ik met mijn tong:

    5HEERE! maak mij bekend mijn einde, en welke de mate mijner dagen zij; dat ik wete, hoe vergankelijk ik zij.

  • 1Heeft niet de mens een strijd op de aarde, en zijn zijn dagen niet als de dagen des dagloners?

  • Job 7:17-18
    2 verzen
    76%

    17Wat is de mens, dat Gij hem groot acht, en dat Gij Uw hart op hem zet?

    18En dat Gij hem bezoekt in elken morgenstond; dat Gij hem in elken ogenblik beproeft?

  • 5Dewijl zijn dagen bestemd zijn, het getal zijner maanden bij U is, en Gij zijn bepalingen gemaakt hebt, die hij niet overgaan zal;

  • Ps 144:3-4
    2 verzen
    75%

    3O HEERE! wat is de mens, dat Gij hem kent, het kind des mensen, dat Gij het acht?

    4De mens is der ijdelheid gelijk; zijn dagen zijn als een voorbijgaande schaduw.

  • 20Zijn mijn dagen niet weinig? Houd op, zet van mij af, dat ik mij een weinig verkwikke;

  • 4Weet gij dit? Van altoos af, van dat God den mens op de wereld gezet heeft,

  • 24Hij heeft mijn kracht op den weg ter nedergedrukt; mijn dagen heeft Hij verkort.

  • 3Nog doet Gij Uw ogen over zulk een open; en Gij betrekt mij in het gericht met U.

  • 5Gij hieldt mijn ogen wakende; ik was verslagen, en sprak niet.

  • 47Hoe lang, o HEERE! zult Gij U steeds verbergen, zal Uw grimmigheid branden als een vuur?

  • Ps 90:3-4
    2 verzen
    73%

    3Gij doet den mens wederkeren tot verbrijzeling, en zegt: Keert weder, gij mensenkinderen!

    4Want duizend jaren zijn in Uw ogen als de dag van gisteren, als hij voorbijgegaan is, en als een nachtwaak.

  • Job 15:10-14
    5 verzen
    73%

    10Onder ons is ook een grijze, ja, een stokoude, meerder van dagen dan uw vader.

    11Zijn de vertroostingen Gods u te klein, en schuilt er enige zaak bij u?

    12Waarom rukt uw hart u weg, en waarom wenken uw ogen?

    13Dat gij uw geest keert tegen God, en zulke redenen uit uw mond laat uitgaan.

    14Wat is de mens, dat hij zuiver zou zijn, en die geboren is van een vrouw, dat hij rechtvaardig zou zijn?

  • 21Gij weet het, want gij waart toen geboren, en uw dagen zijn veel in getal.

  • Ps 90:9-12
    4 verzen
    73%

    9Want al onze dagen gaan henen door Uw verbolgenheid; wij brengen onze jaren door als een gedachte.

    10Aangaande de dagen onzer jaren, daarin zijn zeventig jaren, of, zo wij zeer sterk zijn, tachtig jaren; en het uitnemendste van die is moeite en verdriet; want het wordt snellijk afgesneden, en wij vliegen daarheen.

    11Wie kent de sterkte Uws toorns, en Uw verbolgenheid, naardat Gij te vrezen zijt?

    12Leer ons alzo onze dagen tellen, dat wij een wijs hart bekomen.

  • 3Waarom worden wij geacht als beesten, en zijn onrein in ulieder ogen?

  • 7Zijt gij de eerste een mens geboren? Of zijt gij voor de heuvelen voortgebracht?

  • 9Want wij zijn van gisteren en weten niet; dewijl onze dagen op de aarde een schaduw zijn.

  • 15De dagen des mensen zijn als het gras, gelijk een bloem des velds, alzo bloeit hij.

  • 5Is niet uw boosheid groot, en uwer ongerechtigheden geen einde?

  • 11Mijn dagen zijn voorbijgegaan; uitgerukt zijn mijn gedachten, de bezittingen mijns harten.

  • 5Bemerk den hemel en zie; en aanschouw de bovenste wolken, zij zijn hoger dan gij.

  • 71%

    4Als ik Uw hemel aanzie, het werk Uwer vingeren, de maan en de sterren, die Gij bereid hebt;

  • 17Zou een mens rechtvaardiger zijn dan God? Zou een man reiner zijn dan zijn Maker?

  • 14Als een man gestorven is, zal hij weder leven? Ik zou al de dagen mijns strijds hopen, totdat mijn verandering komen zou.

  • 4Gelijk als ik was in de dagen mijner jonkheid, toen Gods verborgenheid over mijn tent was;

  • 7Ik zeide: Laat de dagen spreken, en de veelheid der jaren wijsheid te kennen geven.

  • Job 6:11-12
    2 verzen
    71%

    11Wat is mijn kracht, dat ik hopen zou? Of welk is mijn einde, dat ik mijn leven verlengen zou?

    12Is mijn kracht stenen kracht? Is mijn vlees staal?

  • 11Want door Mij zullen uw dagen vermenigvuldigen, en de jaren des levens zullen u toegedaan worden.

  • 71%

    2Als ik roep, verhoor mij, o God mijner gerechtigheid! In benauwdheid hebt Gij mij ruimte gemaakt; wees mij genadig, en hoor mijn gebed.

  • 8Verberg hen te zamen in het stof; verbind hun aangezichten in het verborgen!

  • 10Wees mij genadig, HEERE! want mij is bange; van verdriet is doorknaagd mijn oog, mijn ziel en mijn buik.

  • 1De mens, van een vrouw geboren, is kort van dagen, en zat van onrust.

  • 17Ja, uw tijd zal klaarder dan de middag oprijzen; gij zult uitvliegen, als de morgenstond zult gij zijn.

  • 8Maar indien de mens veel jaren heeft, en verblijdt zich in die allen, zo laat hem ook gedenken aan de dagen der duisternis, want die zullen veel zijn; en al wat zal gekomen is, is ijdelheid.