Job 33:25

Statenvertaling (States Bible)

Zijn vlees zal frisser worden dan het was in de jeugd; hij zal tot de dagen zijner jonkheid wederkeren.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 2 Kon 5:14 : 14 Zo klom hij af, en doopte zich in de Jordaan zevenmaal, naar het woord van den man Gods; en zijn vlees kwam weder, gelijk het vlees van een kleinen jongen; en hij werd rein.
  • Ps 103:5 : 5 Die uw mond verzadigt met het goede, uw jeugd vernieuwt als eens arends.
  • Hos 2:15 : 15 En het zal te dien dage geschieden, spreekt de HEERE, dat gij Mij noemen zult: Mijn Man; en Mij niet meer noemen zult: Mijn Baal!
  • Job 42:16 : 16 En Job leefde na dezen honderd en veertig jaren, dat hij zag zijn kinderen, en de kinderen zijner kinderen, tot in vier geslachten.
  • Deut 34:7 : 7 Mozes nu was honderd en twintig jaren oud, als hij stierf; zijn oog was niet donker geworden, en zijn kracht was niet vergaan.
  • Joz 14:10-11 : 10 En nu, zie, de HEERE heeft mij in het leven behouden, gelijk als Hij gesproken heeft; het zijn nu vijf en veertig jaren, sedert dat de HEERE dit woord tot Mozes gesproken heeft, toen Israel in de woestijn wandelde; en nu, zie, ik ben heden vijf en tachtig jaren oud. 11 Ik ben nog heden zo sterk, gelijk als ik was ten dage, toen Mozes mij uitzond; gelijk mijn kracht toen was, alzo is nu mijn kracht, tot den oorlog, en om uit te gaan, en om in te gaan.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 26Hij zal tot God ernstiglijk bidden, Die in hem een welbehagen nemen zal, en zijn aangezicht met gejuich aanzien; want Hij zal den mens zijn gerechtigheid wedergeven.

  • 24Zo zal Hij hem genadig zijn, en zeggen: Verlos hem, dat hij in het verderf niet nederdale, Ik heb verzoening gevonden.

  • Job 20:10-11
    2 verzen
    75%

    10Zijn kinderen zullen zoeken den armen te behagen; en zijn handen zullen zijn vermogen moeten weder uitkeren.

    11Zijn beenderen zullen vol van zijn verborgene zonden zijn; van welke elkeen met hem op het stof nederliggen zal.

  • 28Maar God heeft mijn ziel verlost, dat zij niet voere in het verderf, zodat mijn leven het licht aanziet.

  • 30Opdat hij zijn ziel afkere van het verderf, en hij verlicht worde met het licht der levenden.

  • Job 33:18-22
    5 verzen
    72%

    18Dat Hij zijn ziel van het verderf afhoude; en zijn leven, dat het door het zwaard niet doorga.

    19Ook wordt hij gestraft met smart op zijn leger, en de sterke menigte zijner beenderen;

    20Zodat zijn leven het brood zelf verfoeit, en zijn ziel de begeerlijke spijze;

    21Dat zijn vlees verdwijnt uit het gezicht, en zijn beenderen, die niet gezien werden, uitsteken;

    22En zijn ziel nadert ten verderve, en zijn leven tot de dingen, die doden.

  • 17Ja, uw tijd zal klaarder dan de middag oprijzen; gij zult uitvliegen, als de morgenstond zult gij zijn.

  • 24Zijn melkvaten waren vol melk, en het merg zijner benen was bevochtigd.

  • Job 19:25-27
    3 verzen
    71%

    25Want ik weet: mijn Verlosser leeft, en Hij zal de laatste over het stof opstaan;

    26En als zij na mijn huid dit doorknaagd zullen hebben, zal ik uit mijn vlees God aanschouwen;

    27Denwelken ik voor mij aanschouwen zal, en mijn ogen zien zullen, en niet een vreemde; mijn nieren verlangen zeer in mijn schoot.

  • Job 41:22-23
    2 verzen
    71%

    22Hij doet de diepte zieden gelijk een pot; hij stelt de zee als een apothekerskokerij.

    23Achter zich verlicht hij het pad; men zou den afgrond voor grijzigheid houden.

  • 5Zijn Uw dagen als de dagen van een mens? Zijn Uw jaren als de dagen eens mans?

  • 20

  • Pred 11:9-10
    2 verzen
    70%

    9Verblijd u, o jongeling! in uw jeugd, en laat uw hart zich vermaken in de dagen uwer jongelingschap, en wandel in de wegen uws harten, en in de aanschouwingen uwer ogen; maar weet, dat God, om al deze dingen, u zal doen komen voor het gericht.

    10Zo doe dan de toornigheid wijken van uw hart, en doe het kwade weg van uw vlees, want de jeugd, en de jonkheid is ijdelheid.

  • 4Beth. Hij heeft mijn vlees en mijn huid oud gemaakt, Hij heeft mijn beenderen gebroken.

  • 22Maar zijn vlees, nog aan hem zijnde, heeft smart; en zijn ziel, in hem zijnde, heeft rouw.

  • 9(Want de verlossing hunner ziel is te kostelijk, en zal in eeuwigheid ophouden);

  • Job 14:13-14
    2 verzen
    69%

    13Och, of Gij mij in het graf verstaakt, mij verborgt, totdat Uw toorn zich afkeerde; dat Gij mij een bepaling steldet, en mijner gedachtig waart!

    14Als een man gestorven is, zal hij weder leven? Ik zou al de dagen mijns strijds hopen, totdat mijn verandering komen zou.

  • 8Het zal een medicijn voor uw navel zijn, en een bevochtiging voor uw beenderen.

  • Lev 25:51-52
    2 verzen
    68%

    51Indien nog vele van die jaren zijn, naar die zal hij tot zijn lossing van het geld, waarover hij gekocht is, wedergeven.

    52En indien er nog weinige van die jaren overgebleven zijn, tot aan het jubeljaar, zo zal hij met hem rekenen; naar zijn jaren zal hij zijn lossing wedergeven.

  • 4Gelijk als ik was in de dagen mijner jonkheid, toen Gods verborgenheid over mijn tent was;

  • 15Alle vlees zou tegelijk den geest geven, en de mens zou tot stof wederkeren.

  • 33De kluiten des dals zijn hem zoet, en hij trekt na zich alle mensen; en dergenen, die voor hem geweest zijn, is geen getal.

  • Job 14:5-6
    2 verzen
    68%

    5Dewijl zijn dagen bestemd zijn, het getal zijner maanden bij U is, en Gij zijn bepalingen gemaakt hebt, die hij niet overgaan zal;

    6Wend U van hem af, dat hij rust hebbe, totdat hij als een dagloner aan zijn dag een welgevallen hebbe.

  • 5Doch strek nu Uw hand uit, en tast zijn gebeente en zijn vlees aan; zo hij U niet in Uw aangezicht zal zegenen!

  • 5Die uw mond verzadigt met het goede, uw jeugd vernieuwt als eens arends.

  • 45Gij hebt zijn schoonheid doen ophouden; en Gij hebt zijn troon ter aarde nedergestoten.

  • 19Zie, dat is vreugde zijns wegs; en uit het stof zullen anderen voortspruiten.

  • 11Met vel en vlees hebt Gij mij bekleed; met beenderen ook en zenuwen hebt Gij mij samengevlochten;

  • 22Want weinige jaren in getal zullen er nog aankomen, en ik zal het pad henengaan, waardoor ik niet zal wederkeren.

  • 26Daarom is mijn hart verblijd; en mijn tong verheugt zich; ja, ook mijn vlees zal rusten in hope;

  • 2Waartoe zou mij ook geweest zijn de krachten hunner handen? Zij was door ouderdom in hen vergaan.

  • 2Hij komt voort als een bloem, en wordt afgesneden; ook vlucht hij als een schaduw, en bestaat niet.

  • 9Daarom is mijn hart verblijd, en mijn eer verheugt zich; ook zal mijn vlees zeker wonen.

  • 13De eerstgeborene des doods zal de grendelen zijner huid verteren, zijn grendelen zal hij verteren.

  • 29Der jongelingen sieraad is hun kracht, en der ouden heerlijkheid is de grijsheid.

  • 26Want dan zult gij u over den Almachtige verlustigen, en gij zult tot God uw aangezicht opheffen.

  • 20Mijn heerlijkheid was nieuw bij mij, en mijn boog veranderde zich in mijn hand.

  • 15Geeft de goddeloze het pand weder, betaalt hij het geroofde, wandelt hij in de inzettingen des levens, zodat hij geen onrecht doet; hij zal zekerlijk leven, hij zal niet sterven.