Spreuken 3:8

Statenvertaling (States Bible)

Het zal een medicijn voor uw navel zijn, en een bevochtiging voor uw beenderen.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Job 21:24 : 24 Zijn melkvaten waren vol melk, en het merg zijner benen was bevochtigd.
  • Ps 147:3 : 3 Hij geneest de gebrokenen van hart, en Hij verbindt hen in hun smarten.
  • Spr 4:22 : 22 Want zij zijn het leven dengenen, die ze vinden, en een medicijn voor hun gehele vlees.
  • Spr 16:24 : 24 Liefelijke redenen zijn een honigraat, zoet voor de ziel, en medicijn voor het gebeente.
  • Jes 1:6 : 6 Van de voetzool af tot het hoofd toe is er niets geheels aan hetzelve; maar wonden, en striemen, en etterbuilen, die niet uitgedrukt noch verbonden zijn, en geen derzelve is met olie verzacht.
  • Jer 30:12-13 : 12 Want zo zegt de HEERE: Uw breuk is dodelijk, uw plage is smartelijk. 13 Er is niemand, die uw zaak oordeelt, aangaande het gezwel; gij hebt geen heelpleisters.
  • Ezech 16:4-5 : 4 En aangaande uw geboorten: ten dage, als gij geboren waart, werd uw navel niet afgesneden; en gij waart niet met water gewassen, toen Ik u aanschouwde; gij waart ook geenszins met zout gewreven, noch in windselen gewonden. 5 Geen oog had medelijden over u, om u een van deze dingen te doen, om zich over u te erbarmen; maar gij zijt geworpen geweest op het vlakke des velds, om de walgelijkheid van uw ziel, ten dage, toen gij geboren waart.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Spr 4:21-23
    3 verzen
    79%

    21Laat ze niet wijken van uw ogen, behoud ze in het midden uws harten.

    22Want zij zijn het leven dengenen, die ze vinden, en een medicijn voor hun gehele vlees.

    23Behoed uw hart boven al wat te bewaren is, want daaruit zijn de uitgangen des levens.

  • Spr 3:22-23
    2 verzen
    75%

    22Want zij zullen het leven voor uw ziel zijn, en een aangenaamheid voor uw hals.

    23Dan zult gij uw weg zeker wandelen, en gij zult uw voet niet stoten.

  • Spr 3:9-10
    2 verzen
    75%

    9Vereer den HEERE van uw goed, en van de eerstelingen al uwer inkomsten;

    10Zo zullen uw schuren met overvloed vervuld worden, en uw perskuipen van most overlopen.

  • 24Zijn melkvaten waren vol melk, en het merg zijner benen was bevochtigd.

  • 30Het licht der ogen verblijdt het hart; een goed gerucht maakt het gebeente vet.

  • 24Liefelijke redenen zijn een honigraat, zoet voor de ziel, en medicijn voor het gebeente.

  • 7Zijt niet wijs in uw ogen; vrees den HEERE, en wijk van het kwade.

  • 30Een gezond hart is het leven des vleses; maar nijd is verrotting der beenderen.

  • 22Een blij hart zal een medicijn goed maken; maar een verslagen geest zal het gebeente verdrogen.

  • 8Dan zal uw licht voortbreken als de dageraad, en uw genezing zal snellijk uitspruiten; en uw gerechtigheid zal voor uw aangezicht heengaan, en de heerlijkheid des HEEREN zal uw achtertocht wezen.

  • 73%

    3Opdat het u welga, en dat gij lang leeft op de aarde.

  • Spr 3:2-5
    4 verzen
    73%

    2Want langheid van dagen, en jaren van leven, en vrede zullen zij u vermeerderen.

    3Dat de goedertierenheid en de trouw u niet verlaten; bind ze aan uw hals, schrijf zij op de tafel uws harten.

    4En vind gunst en goed verstand, in de ogen Gods en der mensen.

    5Vertrouw op den HEERE met uw ganse hart, en steun op uw verstand niet.

  • 11Want door Mij zullen uw dagen vermenigvuldigen, en de jaren des levens zullen u toegedaan worden.

  • 2Want gij zult eten den arbeid uwer handen; welgelukzalig zult gij zijn, en het zal u welgaan.

  • 3Versterkt de slappe handen, en stelt de struikelende knieen vast.

  • 11Met vel en vlees hebt Gij mij bekleed; met beenderen ook en zenuwen hebt Gij mij samengevlochten;

  • 16En mijn nieren zullen van vreugde opspringen, als uw lippen billijkheden spreken zullen.

  • 27Zie dit, wij hebben het doorzocht, het is alzo; hoor het, en bemerk gij het voor u.

  • 23De vreze des HEEREN is ten leven; want men zal verzadigd zijnde vernachten; met het kwaad zal men niet bezocht worden.

  • 11En de HEERE zal u geduriglijk leiden, en Hij zal uw ziel verzadigen in grote droogten, en uw beenderen vaardig maken; en gij zult zijn als een gewaterde hof, en als een springader der wateren, welker wateren niet ontbreken.

  • 4Gezegend zal zijn de vrucht uws buiks, en de vrucht uws lands, en de vrucht uwer beesten, de voortzetting uwer koeien, en de kudden van uw klein vee.

  • 21Dat zijn vlees verdwijnt uit het gezicht, en zijn beenderen, die niet gezien werden, uitsteken;

  • 6En het zal geschieden, dat de vastigheid uwer tijden, de sterkte van uw behoudenissen zal zijn wijsheid en kennis; de vreze des HEEREN zal zijn schat zijn.

  • 8Zie, Gij hebt lust tot waarheid in het binnenste, en in het verborgene maakt Gij mij wijsheid bekend.

  • 6Van de voetzool af tot het hoofd toe is er niets geheels aan hetzelve; maar wonden, en striemen, en etterbuilen, die niet uitgedrukt noch verbonden zijn, en geen derzelve is met olie verzacht.

  • 28Maar tot den mens heeft Hij gezegd: Zie, de vreze des HEEREN is de wijsheid, en van het kwade te wijken is het verstand.

  • 13En maakt rechte paden voor uw voeten, opdat hetgeen kreupel is, niet verdraaid worde, maar dat het veelmeer genezen worde.

  • Spr 3:16-18
    3 verzen
    69%

    16Langheid der dagen is in haar rechterhand, in haar linkerhand rijkdom en eer.

    17Haar wegen zijn wegen der liefelijkheid, en al haar paden vrede.

    18Zij is een boom des levens dengenen, die ze aangrijpen, en elkeen, die ze vasthoudt, wordt gelukzalig.

  • 4Beth. Hij heeft mijn vlees en mijn huid oud gemaakt, Hij heeft mijn beenderen gebroken.

  • Spr 2:10-11
    2 verzen
    69%

    10Als de wijsheid in uw hart zal gekomen zijn, en de wetenschap voor uw ziel zal liefelijk zijn;

    11Zo zal de bedachtzaamheid over u de wacht houden, de verstandigheid zal u behoeden;

  • 11En de HEERE zal u doen overvloeien aan goed, in de vrucht uws buiks, en in de vrucht uwer beesten, en in de vrucht uws lands; op het land, dat de HEERE uw vaderen gezworen heeft u te zullen geven.

  • 4Ziet, alzo zal zekerlijk die man gezegend worden, die den HEERE vreest.

  • 69%

    2O HEERE, straf mij niet in Uw toorn, en kastijd mij niet in Uw grimmigheid!

  • 18Uw springader zij gezegend; en verblijd u vanwege de huisvrouw uwer jeugd;

  • 33Maar die naar Mij hoort, zal zeker wonen, en hij zal gerust zijn van de vreze des kwaads.

  • 10Zegt den rechtvaardige, dat het hem wel gaan zal; dat zij de vrucht hunner werken zullen eten.

  • 8Laat uw klederen te allen tijd wit zijn, en laat op uw hoofd geen olie ontbreken.

  • 26Want de HEERE zal met uw hoop wezen, en Hij zal uw voet bewaren van gevangen te worden.

  • 13Welgelukzalig is de mens, die wijsheid vindt, en de mens, die verstandigheid voortbrengt!

  • 35De HEERE zal u slaan met boze zweren, aan de knieen en aan de benen, waarvan gij niet zult kunnen genezen worden, van uw voetzool af tot aan uw schedel.