Spreuken 14:30

Statenvertaling (States Bible)

Een gezond hart is het leven des vleses; maar nijd is verrotting der beenderen.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Spr 12:4 : 4 Een kloeke huisvrouw is een kroon haars heren; maar die beschaamt maakt, is als verrotting in zijn beenderen.
  • Spr 17:22 : 22 Een blij hart zal een medicijn goed maken; maar een verslagen geest zal het gebeente verdrogen.
  • Rom 1:29 : 29 Vervuld zijnde met alle ongerechtigheid, hoererij, boosheid, gierigheid, kwaadheid, vol van nijdigheid, moord, twist, bedrog, kwaadaardigheid;
  • Job 5:2 : 2 Want den dwaze brengt de toornigheid om, en de ijver doodt den slechte.
  • Ps 112:10 : 10 Resch. De goddeloze zal het zien, en hij zal zich vertoornen; Schin. hij zal met zijn tanden knersen en smelten. Thau. de wens der goddelozen zal vergaan.
  • Spr 3:8 : 8 Het zal een medicijn voor uw navel zijn, en een bevochtiging voor uw beenderen.
  • Spr 4:23 : 23 Behoed uw hart boven al wat te bewaren is, want daaruit zijn de uitgangen des levens.
  • Ps 119:80 : 80 Laat mijn hart oprecht zijn tot Uw inzettingen, opdat ik niet beschaamd worde.
  • 2 Tim 1:7 : 7 Want God heeft ons niet gegeven een geest der vreesachtigheid, maar der kracht, en der liefde, en der gematigdheid.
  • Jak 4:5 : 5 Of meent gij, dat de Schrift tevergeefs zegt: De Geest, Die in ons woont, heeft Die lust tot nijdigheid?

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 4Grimmigheid en overloping van toorn is wreedheid; maar wie zal voor nijdigheid bestaan?

  • Spr 17:22-23
    2 verzen
    76%

    22Een blij hart zal een medicijn goed maken; maar een verslagen geest zal het gebeente verdrogen.

    23De goddeloze zal het geschenk uit den schoot nemen, om de paden des rechts te buigen.

  • 30Het licht der ogen verblijdt het hart; een goed gerucht maakt het gebeente vet.

  • 29De lankmoedige is groot van verstand; maar die haastig is van gemoed, verheft de dwaasheid.

  • 8Het zal een medicijn voor uw navel zijn, en een bevochtiging voor uw beenderen.

  • Spr 15:13-17
    5 verzen
    73%

    13Een vrolijk hart zal het aangezicht blijde maken; maar door de smart des harten wordt de geest verslagen.

    14Een verstandig hart zal de wetenschap opzoeken; maar de mond der zotten zal met dwaasheid gevoed worden.

    15Al de dagen des bedrukten zijn kwaad; maar een vrolijk hart is een gedurige maaltijd.

    16Beter is weinig met de vreze des HEEREN, dan een grote schat, en onrust daarbij.

    17Beter is een gerecht van groen moes, waar ook liefde is, dan een gemeste os, en haat daarbij.

  • 2Want den dwaze brengt de toornigheid om, en de ijver doodt den slechte.

  • 4De medicijn der tong is een boom des levens; maar de verkeerdheid in dezelve is een breuk in den geest.

  • 14Maar indien gij bitteren nijd en twistgierigheid hebt in uw hart, zo roemt en liegt niet tegen de waarheid.

  • 25Bekommernis in het hart des mensen buigt het neder; maar een goed woord verblijdt het.

  • 17Uw hart zij niet nijdig over de zondaren; maar zijt ten allen dage in de vreze des HEEREN.

  • 24Liefelijke redenen zijn een honigraat, zoet voor de ziel, en medicijn voor het gebeente.

  • Spr 4:22-23
    2 verzen
    71%

    22Want zij zijn het leven dengenen, die ze vinden, en een medicijn voor hun gehele vlees.

    23Behoed uw hart boven al wat te bewaren is, want daaruit zijn de uitgangen des levens.

  • 18Een hart, dat ondeugdzame gedachten smeedt; voeten, die zich haasten, om tot kwaad te lopen;

  • 33Wijsheid rust in het hart des verstandigen; maar wat in het binnenste der zotten is, wordt bekend.

  • 12De uitgestelde hoop krenkt het hart; maar de begeerte, die komt, is een boom des levens.

  • 20Bedrog is in het hart dergenen, die kwaad smeden; maar degenen die vrede raden, hebben blijdschap.

  • 25Die grootmoedig is, verwekt gekijf; maar die op den HEERE vertrouwt, zal vet worden.

  • 5Of meent gij, dat de Schrift tevergeefs zegt: De Geest, Die in ons woont, heeft Die lust tot nijdigheid?

  • Spr 24:1-2
    2 verzen
    70%

    1Zijt niet nijdig over de boze lieden, en laat u niet gelusten, om bij hen te zijn.

    2Want hun hart bedenkt verwoesting, en hun lippen spreken moeite.

  • 31Die den arme verdrukt, smaadt deszelfs Maker; maar die zich des nooddruftigen ontfermt, eert Hem.

  • 20Wie verdraaid is van hart, zal het goede niet vinden; en die verkeerd is met zijn tong, zal in het kwaad vallen.

  • 13Het hart zal ook in het lachen smart hebben; en het laatste van die blijdschap is droefheid.

  • 16Want waar nijd en twistgierigheid is, aldaar is verwarring en alle boze handel.

  • 17Een goedertieren mens doet zijn ziel wel; maar die wreed is, beroert zijn vlees.

  • 9Arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja, dodelijk is het, wie zal het kennen?

  • 34Want jaloersheid is een grimmigheid des mans; en in den dag der wraak zal hij niet verschonen.

  • 20De tong des rechtvaardigen is uitgelezen zilver; het hart der goddelozen is weinig waard.

  • 3De dwaasheid des mensen zal zijn weg verkeren; en zijn hart zal zich tegen den HEERE vergrammen.

  • 8Een ieder zal geprezen worden, naardat zijn verstandigheid is; maar die verkeerd van hart is, zal tot verachting wezen.

  • 14Welgelukzalig is de mens, die geduriglijk vreest; maar die zijn hart verhardt, zal in het kwaad vallen.

  • 23De vreze des HEEREN is ten leven; want men zal verzadigd zijnde vernachten; met het kwaad zal men niet bezocht worden.

  • 7Voorwaar, de onderdrukking zou wel een wijze dol maken; en het geschenk verderft het hart.

  • 7Want gelijk hij bedacht heeft in zijn ziel, alzo zal hij tot u zeggen: Eet en drink! maar zijn hart is niet met u;

  • 19Ontsteek u niet over de boosdoeners; zijt niet nijdig over de goddelozen.

  • 31Zijt niet nijdig over een man des gewelds, en verkies geen van zijn wegen.

  • 15Goed verstand geeft aangenaamheid; maar de weg der trouwelozen is streng.

  • 14In zijn hart zijn verkeerdheden, hij smeedt te aller tijd kwaad; hij werpt twisten in.

  • 3Want ik was nijdig op de dwazen, ziende der goddelozen vrede.

  • Spr 15:27-28
    2 verzen
    68%

    27Die gierigheid pleegt, beroert zijn huis; maar die geschenken haat, zal leven.

    28Het hart des rechtvaardigen bedenkt zich, om te antwoorden; maar de mond der goddelozen zal overvloediglijk kwade dingen uitstorten.

  • 14Een gift in het verborgene houdt den toorn onder, en een geschenk in den schoot de sterke grimmigheid.