Job 33:29

Statenvertaling (States Bible)

Zie, dit alles werkt God tweemaal of driemaal met een man;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ef 1:11 : 11 In Hem, in Welken wij ook een erfdeel geworden zijn, wij, die te voren verordineerd waren naar het voornemen Desgenen, Die alle dingen werkt naar den raad van Zijn wil;
  • Fil 2:13 : 13 Want het is God, Die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen.
  • 1 Kor 12:6 : 6 En er is verscheidenheid der werkingen, doch het is dezelfde God, Die alles in allen werkt.
  • 2 Kor 5:5 : 5 Die ons nu tot ditzelfde bereid heeft, is God, Die ons ook het onderpand des Geestes gegeven heeft.
  • 2 Kor 12:8 : 8 Hierover heb ik den Heere driemaal gebeden, opdat hij van mij zou wijken.
  • 2 Kon 6:10 : 10 Daarom zond de koning van Israel henen aan die plaats, waarvan hem de man Gods gezegd en hem gewaarschuwd had, en wachtte zich aldaar, niet eenmaal, noch tweemaal.
  • Job 33:14-17 : 14 Maar God spreekt eens of tweemaal; doch men let niet daarop. 15 In den droom, door het gezicht des nachts, als een diepe slaap op de lieden valt, in de sluimering op het leger; 16 Dan openbaart Hij het voor het oor der lieden, en Hij verzegelt hun kastijding; 17 Opdat Hij den mens afwende van zijn werk, en van den man de hovaardij verberge;
  • Job 40:5 : 5 Versier u nu met voortreffelijkheid en hoogheid, en bekleed u met majesteit en heerlijkheid!
  • Kol 1:29 : 29 Waartoe ik ook arbeide, strijdende naar Zijn werking, die in mij werkt met kracht.
  • Heb 13:21 : 21 Die volmake u in alle goed werk, opdat gij Zijn wil moogt doen; werkende in u, hetgeen voor Hem welbehagelijk is, door Jezus Christus; Denwelken zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Job 33:13-15
    3 verzen
    76%

    13Waarom hebt gij tegen Hem getwist? Want Hij antwoordt niet van al Zijn daden.

    14Maar God spreekt eens of tweemaal; doch men let niet daarop.

    15In den droom, door het gezicht des nachts, als een diepe slaap op de lieden valt, in de sluimering op het leger;

  • 30Opdat hij zijn ziel afkere van het verderf, en hij verlicht worde met het licht der levenden.

  • Job 33:26-28
    3 verzen
    75%

    26Hij zal tot God ernstiglijk bidden, Die in hem een welbehagen nemen zal, en zijn aangezicht met gejuich aanzien; want Hij zal den mens zijn gerechtigheid wedergeven.

    27Hij zal de mensen aanschouwen, en zeggen: Ik heb gezondigd, en het recht verkeerd, hetwelk mij niet heeft gebaat;

    28Maar God heeft mijn ziel verlost, dat zij niet voere in het verderf, zodat mijn leven het licht aanziet.

  • Pred 3:9-11
    3 verzen
    73%

    9Wat voordeel heeft hij, die werkt, van hetgeen hij arbeidt?

    10Ik heb gezien de bezigheid, die God den kinderen der mensen gegeven heeft, om zichzelven daarmede te bekommeren.

    11Hij heeft ieder ding schoon gemaakt op zijn tijd; ook heeft Hij de eeuw in hun hart gelegd, zonder dat een mens het werk, dat God gemaakt heeft, kan uitvinden, van het begin tot het einde toe.

  • 14Want Hij zal volbrengen, dat over mij bescheiden is; en diergelijke dingen zijn er vele bij Hem.

  • 11Want naar het werk des mensen vergeldt Hij hem, en naar eens ieders weg doet Hij het hem vinden.

  • 21Want Zijn ogen zijn op ieders wegen, en Hij ziet al zijn treden.

  • 1Zekerlijk, dit alles heb ik in mijn hart gelegd, opdat ik dit alles klaarlijk mocht verstaan, dat de rechtvaardigen, en de wijzen, en hun werken in de hand Gods zijn; ook liefde, ook haat, weet de mens niet uit al hetgeen voor zijn aangezicht is.

  • 23Gewisselijk, Hij legt den mens niet te veel op, dat hij tegen God in het gericht zou mogen treden.

  • 25Alle mensen zien het aan; de mens schouwt het van verre.

  • Pred 7:13-14
    2 verzen
    70%

    13Aanmerk het werk Gods; want wie kan recht maken, dat Hij krom gemaakt heeft?

    14Geniet het goede ten dage des voorspoeds, maar ten dage des tegenspoeds, zie toe; want God maakt ook den een tegenover den ander, ter oorzake dat de mens niet zou vinden iets, dat na hem zal zijn.

  • Pred 3:13-15
    3 verzen
    69%

    13Ja ook, dat ieder mens ete en drinke, en het goede geniete van al zijn arbeid, Dit is een gave Gods.

    14Ik weet, dat al wat God doet, dat zal in der eeuwigheid zijn, en er is niet toe te doen, noch is er af te doen; en God doet dat, opdat men vreze voor Zijn aangezicht.

    15Hetgeen geweest is, dat is nu, en wat wezen zal, dat is alrede geweest; en God zoekt het weggedrevene.

  • Job 33:23-24
    2 verzen
    69%

    23Is er dan bij Hem een Gezant, een Uitlegger, een uit duizend, om den mens zijn rechten plicht te verkondigen;

    24Zo zal Hij hem genadig zijn, en zeggen: Verlos hem, dat hij in het verderf niet nederdale, Ik heb verzoening gevonden.

  • 22Ook trekt hij de machtigen door zijn kracht; staat hij op, zo is men des levens niet zeker.

  • 10Die grote dingen doet, die men niet doorzoeken kan; en wonderen, die men niet tellen kan.

  • 3Nog doet Gij Uw ogen over zulk een open; en Gij betrekt mij in het gericht met U.

  • 22Dies ik gezien heb, dat er niets beters is, dan dat de mens zich verblijde in zijn werken, want dat is zijn deel; want wie zal hem daarhenen brengen, dat hij ziet, hetgeen na hem geschieden zal?

  • 23De mens gaat dan uit tot zijn werk, en naar zijn arbeid tot den avond toe.

  • 69%

    32Caph. Maar als Hij bedroefd heeft, zo zal Hij Zich ontfermen, naar de grootheid Zijner goedertierenheden.

    33Caph. Want Hij plaagt of bedroeft des mensenkinderen niet van harte.

  • 14Er is nog een ijdelheid, die op aarde geschiedt: dat er zijn rechtvaardigen, dien het wedervaart naar het werk der goddelozen, en er zijn goddelozen, dien het wedervaart naar het werk der rechtvaardigen. Ik zeg, dat dit ook ijdelheid is.

  • 29Alleenlijk ziet, dit heb ik gevonden, dat God den mens recht gemaakt heeft, maar zij hebben veel vonden gezocht.

  • 20

  • 2Waarlijk, ik weet, dat het zo is; want hoe zou de mens rechtvaardig zijn bij God?

  • 19Koph. De HEERE is nabij de gebrokenen van harte, en Hij behoudt de verslagenen van geest.

  • 4Weet gij dit? Van altoos af, van dat God den mens op de wereld gezet heeft,

  • 14Neem dit, o Job, ter ore; sta, en aanmerk de wonderen Gods.

  • 9Want hij heeft gezegd: Het baat een man niet, als hij welbehagen heeft aan God.

  • 16Heere, bij deze dingen leeft men, en in dit alles is het leven van mijn geest; want Gij hebt mij gezond gemaakt en mij genezen.

  • 20Waarom geeft Hij den ellendigen het licht, en het leven den bitterlijk bedroefden van gemoed?

  • 9Die grote dingen doet, die men niet doorzoeken kan; wonderen, die men niet tellen kan;

  • 17Zie, gelukzalig is de mens, denwelken God straft; daarom verwerp de kastijding des Almachtigen niet.

  • 5Komt en ziet Gods daden; Hij is vreselijk van werking aan de mensenkinderen.

  • 9Zal God zijn geroep horen, als benauwdheid over hem komt?

  • 17Opdat Hij den mens afwende van zijn werk, en van den man de hovaardij verberge;

  • 17Ziet, wat ik gezien heb, een goede zaak, die schoon is: te eten en te drinken, en te genieten het goede van al zijn arbeid, die hij bearbeid heeft onder de zon, gedurende het getal der dagen zijns levens, hetwelk God hem geeft; want dat is zijn deel.

  • 3Dit is een kwaad onder alles, wat onder de zon geschiedt, dat enerlei ding allen wedervaart, en dat ook het hart der mensenkinderen vol boosheid is, en dat er in hun leven onzinnigheden zijn in hun hart; en daarna moeten zij naar de doden toe.

  • 6En u bekend maakte de verborgenheden der wijsheid, omdat zij dubbel zijn in wezen! Daarom weet, dat God voor u vergeet van uw ongerechtigheid.

  • 15Alle vlees zou tegelijk den geest geven, en de mens zou tot stof wederkeren.

  • 1En Job ging voort zijn spreuk op te heffen, en zeide: