Psalmen 66:5

Statenvertaling (States Bible)

Komt en ziet Gods daden; Hij is vreselijk van werking aan de mensenkinderen.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 46:8 : 8 De HEERE der heirscharen is met ons; de God van Jakob is ons een Hoog Vertrek. Sela.
  • Ps 66:3 : 3 Zegt tot God: Hoe vreselijk zijt Gij in Uw werken! Om de grootheid Uwer sterkte zullen zich Uw vijanden geveinsdelijk aan U onderwerpen.
  • Ps 66:16 : 16 Komt, hoort toe, o allen gij, die God vreest, en ik zal vertellen, wat Hij aan mijn ziel gedaan heeft.
  • Ps 99:3 : 3 Dat zij Uw groten en vreselijken Naam loven, die heilig is;
  • Ps 106:22 : 22 Wonderdaden in het land van Cham; vreselijke dingen aan de Schelfzee.
  • Ps 111:2 : 2 Gimel. De werken des HEEREN zijn groot; Daleth. zij worden gezocht van allen, die er lust in hebben.
  • Ps 126:1-3 : 1 Een lied Hammaaloth. Als de HEERE de gevangenen Sions wederbracht, waren wij gelijk degenen, die dromen. 2 Toen werd onze mond vervuld met lachen, en onze tong met gejuich; toen zeide men onder de heidenen: De HEERE heeft grote dingen aan dezen gedaan. 3 De HEERE heeft grote dingen bij ons gedaan; dies zijn wij verblijd.
  • Ezech 1:18 : 18 En hun velgen, die waren zo hoog, dat zij vreselijk waren; en hun velgen waren vol ogen rondom aan die vier raderen.
  • Num 23:23 : 23 Want er is geen toverij tegen Jakob noch waarzeggerij tegen Israel. Te dezer tijd zal van Jakob gezegd worden, en van Israel, wat God gewrocht heeft.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 8De HEERE der heirscharen is met ons; de God van Jakob is ons een Hoog Vertrek. Sela.

  • Ps 66:1-4
    4 verzen
    79%

    1Een lied, een psalm, voor den opperzangmeester. Juicht Gode, gij ganse aarde!

    2Psalmzingt de eer Zijns Naams; geeft eer Zijn lof.

    3Zegt tot God: Hoe vreselijk zijt Gij in Uw werken! Om de grootheid Uwer sterkte zullen zich Uw vijanden geveinsdelijk aan U onderwerpen.

    4De ganse aarde aanbidde U, en psalmzinge U; zij psalmzinge Uw Naam. Sela.

  • 6Hij heeft de zee veranderd in het droge; zij zijn te voet doorgegaan door de rivier; daar hebben wij ons in Hem verblijd.

  • 9En hun tong zal hen doen aanstoten tegen zichzelven; een ieder, die hen ziet, zal zich wegpakken.

  • 16Komt, hoort toe, o allen gij, die God vreest, en ik zal vertellen, wat Hij aan mijn ziel gedaan heeft.

  • 5Gedenkt Zijner wonderen, die Hij gedaan heeft, Zijner wondertekenen, en der oordelen Zijns monds.

  • 3Toen Gij vreselijke dingen deedt, die wij niet verwachtten; Gij kwaamt neder, van Uw aangezicht vervloten de bergen.

  • 21Hij is uw Lof, en Hij is uw God. Die bij u gedaan heeft deze grote en vreselijke dingen, die uw ogen gezien hebben.

  • 9Die grote dingen doet, die men niet doorzoeken kan; wonderen, die men niet tellen kan;

  • 5God dondert met Zijn stem zeer wonderlijk; Hij doet grote dingen, en wij begrijpen ze niet.

  • 6Komt, laat ons aanbidden en nederbukken; laat ons knielen voor den HEERE, Die ons gemaakt heeft.

  • 5Welgelukzalig is hij, dien Gij verkiest, en doet naderen, dat hij wone in Uw voorhoven; wij zullen verzadigd worden met het goed van Uw huis, met het heilige van Uw paleis.

  • 6Vau. En zij zullen vermelden de kracht Uwer vreselijke daden; en Uw grootheid, die zal ik vertellen.

  • 12Gedenkt Zijner wonderwerken, die Hij gedaan heeft, Zijner wondertekenen, en de oordelen Zijns monds;

  • 5De eilanden zagen het, en zij vreesden; de einden der aarde beefden; zij naderden en kwamen toe;

  • 24Die zien de werken des HEEREN, en Zijn wonderwerken in de diepte.

  • 6Caph. Hij heeft de kracht Zijner werken Zijn volke bekend gemaakt; Lamed. hun gevende de erve der heidenen.

  • 8Laat de ganse aarde voor den HEERE vrezen; laat alle inwoners van de wereld voor Hem schrikken.

  • 2Gimel. De werken des HEEREN zijn groot; Daleth. zij worden gezocht van allen, die er lust in hebben.

  • 2Al gij volken, klapt in de hand; juicht Gode met een stem van vreugdegezang.

  • 16Gij hebt Uw volk door Uw arm verlost; de kinderen van Jakob en van Jozef. Sela.

  • 11Want de grimmigheid des mensen zal U loffelijk maken; het overblijfsel der grimmigheden zult Gij opbinden.

  • 30Een schrikkelijke en afschuwelijke zaak geschiedt er in het land.

  • 10Toen zeide Hij: Zie, Ik maak een verbond; voor uw ganse volk zal Ik wonderen doen, die niet geschapen zijn op de ganse aarde, noch onder enige volken; alzo dat dit ganse volk, in welks midden gij zijt, des HEEREN werk zien zal, dat het schrikkelijk is, hetwelk Ik met u doe.

  • 5Aldaar zijn zij met vervaardheid vervaard; want God is bij het geslacht des rechtvaardigen.

  • 14Neem dit, o Job, ter ore; sta, en aanmerk de wonderen Gods.

  • 35Geeft Gode sterkte! Zijn hoogheid is over Israel, en Zijn sterkte in de bovenste wolken. [ (Psalms 68:36) O God! Gij zijt vreselijk uit Uw heiligdommen; de God Israels, Die geeft den volke sterkte en krachten. Geloofd zij God! ]

  • 2De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God; zij verderven het, en zij bedrijven gruwelijk onrecht; er is niemand, die goed doet.

  • 5Want Gij hebt mij verblijd, HEERE! met Uw daden, ik zal juichen over de werken Uwer handen.

  • Job 36:24-25
    2 verzen
    70%

    24Gedenk, dat gij Zijn werk groot maakt, hetwelk de lieden aanschouwen.

    25Alle mensen zien het aan; de mens schouwt het van verre.

  • 7Want wie mag in den hemel tegen den HEERE geschat worden? Wie is den HEERE gelijk, onder de kinderen der sterken?

  • 30Schrikt voor Zijn aangezicht, gij, gehele aarde! Ook zal de wereld bevestigd worden, dat zij niet bewogen worde.

  • 32Als Hij de aarde aanschouwt, zo beeft zij; als Hij de bergen aanroert, zo roken zij.

  • 31Vreselijk is het te vallen in de handen des levenden Gods.

  • 21Laat hen voor den HEERE Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen.

  • 7Beef, gij aarde! voor het aangezicht des Heeren, voor het aangezicht van den God Jakobs;

  • 5Mijn hart smart in het binnenste van mij, en verschrikkingen des doods zijn op mij gevallen.

  • 22Wonderdaden in het land van Cham; vreselijke dingen aan de Schelfzee.

  • 25Want de HEERE is groot, en zeer te prijzen, en Hij is vreselijk boven alle goden.

  • 22Als van het noorden het goud komt; maar bij God is een vreselijke majesteit!

  • 15Laat hen voor den HEERE Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen;

  • 7Van Uw schelden, o God van Jakob! is samen wagen en paard in slaap gezonken.

  • 8Looft, gij volken! onzen God; en laat horen de stem Zijns roems.

  • 2Zingt Hem, psalmzingt Hem, spreekt aandachtelijk van al Zijn wonderen.

  • 31Laat hen voor den HEERE Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen.

  • 22Verstaat dit toch, gij godvergetenden! opdat Ik niet verscheure en niemand redde.