Job 36:24

Statenvertaling (States Bible)

Gedenk, dat gij Zijn werk groot maakt, hetwelk de lieden aanschouwen.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 72:18 : 18 Geloofd zij de HEERE God, de God Israels, Die alleen wonderen doet.
  • Ps 34:3 : 3 Beth. Mijn ziel zal zich beroemen in den HEERE; de zachtmoedigen zullen het horen en verblijd zijn.
  • Luk 1:46 : 46 En Maria zeide: Mijn ziel maakt groot den Heere;
  • Opb 15:3 : 3 En zij zongen het gezang van Mozes, den dienstknecht Gods, en het gezang des Lams, zeggende: Groot en wonderlijk zijn Uw werken, Heere, Gij almachtige God, rechtvaardig en waarachtig zijn Uw wegen, Gij Koning der heiligen!
  • Ps 59:16 : 16 Laat hen zelfs omzwerven om spijs; en laat hen vernachten, al zijn zij niet verzadigd.
  • Deut 4:19 : 19 Dat gij ook uw ogen niet opheft naar den hemel, en aanziet de zon, en de maan, en de sterren, des hemels ganse heir; en wordt aangedreven, dat gij u voor die buigt, en hen dient; dewelke de HEERE uw God, aan alle volken onder den gansen hemel heeft uitgedeeld.
  • Job 12:13-25 : 13 Bij Hem is wijsheid en macht; Hij heeft raad en verstand. 14 Ziet, Hij breekt af, en het zal niet herbouwd worden; Hij besluit iemand, en er zal niet opengedaan worden. 15 Ziet, Hij houdt de wateren op, en zij drogen uit; ook laat Hij ze uit, en zij keren de aarde om. 16 Bij Hem is kracht en wijsheid; Zijns is de dwalende, en die doet dwalen. 17 Hij voert de raadsheren beroofd weg, en de rechters maakt Hij uitzinnig, 18 Den band der koningen maakt Hij los, en Hij bindt den gordel aan hun lenden. 19 Hij voert de oversten beroofd weg, en de machtigen keert Hij om. 20 Hij beneemt den getrouwen de spraak, en der ouden oordeel neemt Hij weg. 21 Hij giet verachting over de prinsen uit, en Hij verslapt den riem der geweldigen. 22 Hij openbaart de diepten uit de duisternis, en des doods schaduwe brengt Hij voort in het licht. 23 Hij vermenigvuldigt de volken, en verderft ze; Hij breidt de volken uit, en leidt ze. 24 Hij neemt het hart van de hoofden des volks der aarde weg, en doet hen dwalen in het woeste, waar geen weg is. 25 Zij tasten in de duisternis, waar geen licht is; en Hij doet hen dwalen, als een dronkaard.
  • Job 26:5-9 : 5 De doden zullen geboren worden van onder de wateren, en hun inwoners. 6 De hel is naakt voor Hem, en geen deksel is er voor het verderf. 7 Hij breidt het noorden uit over het woeste; Hij hangt de aarde aan een niet. 8 Hij bindt de wateren in Zijn wolken; nochtans scheurt de wolk daaronder niet. 9 Hij houdt het vlakke Zijns troons vast; Hij spreidt Zijn wolk daarover. 10 Hij heeft een gezet perk over het vlakke der wateren rondom afgetekend, tot aan de voleinding toe des lichts met de duisternis. 11 De pilaren des hemels sidderen, en ontzetten zich voor Zijn schelden. 12 Door Zijn kracht klieft Hij de zee, en door Zijn verstand verslaat Hij haar verheffing. 13 Door Zijn Geest heeft Hij de hemelen versierd; Zijn hand heeft de langwemelende slang geschapen. 14 Ziet, dit zijn maar uiterste einden Zijner wegen; en wat een klein stukje der zaak hebben wij van Hem gehoord? Wie zou dan den donder Zijner mogendheden verstaan?
  • Ps 19:1-4 : 1 Een psalm van David, voor den opperzangmeester. 2 De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt Zijner handen werk. 3 De dag aan den dag stort overvloediglijk spraak uit, en de nacht aan den nacht toont wetenschap. 4 Geen spraak, en geen woorden zijn er, waar hun stem niet wordt gehoord.
  • Ps 28:5 : 5 Omdat zij niet letten op de daden des HEEREN, noch op het werk Zijner handen, zo zal Hij hen afbreken en zal hen niet bouwen.
  • Ps 86:8-9 : 8 Onder de goden is niemand U gelijk, Heere! en er zijn geen gelijk Uw werken. 9 Al de heidenen, Heere! die Gij gemaakt hebt, zullen komen, en zullen zich voor Uw aanschijn nederbuigen, en Uw Naam eren. 10 Want Gij zijt groot, en doet wonderwerken; Gij alleen zijt God.
  • Ps 92:4-5 : 4 Op het tiensnarig instrument en op de luit, met een voorbedacht lied op de harp. 5 Want Gij hebt mij verblijd, HEERE! met Uw daden, ik zal juichen over de werken Uwer handen.
  • Ps 104:24 : 24 Hoe groot zijn Uw werken, o HEERE! Gij hebt ze alle met wijsheid gemaakt; het aardrijk is vol van Uw goederen.
  • Ps 107:8 : 8 Laat hen voor den HEERE Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen.
  • Ps 107:15 : 15 Laat hen voor den HEERE Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen;
  • Ps 111:2-4 : 2 Gimel. De werken des HEEREN zijn groot; Daleth. zij worden gezocht van allen, die er lust in hebben. 3 He. Zijn doen is majesteit en heerlijkheid; Vau. en zijn gerechtigheid bestaat in der eeuwigheid. 4 Zain. Hij heeft Zijn wonderen een gedachtenis gemaakt; Cheth. de HEERE is genadig en barmhartig.
  • Ps 111:8 : 8 Samech. Zij zijn ondersteund voor altoos, en in eeuwigheid; Ain. zijnde gedaan in waarheid en oprechtigheid.
  • Ps 138:5 : 5 En zij zullen zingen van de wegen des HEEREN, want de heerlijkheid des HEEREN is groot.
  • Ps 145:10-12 : 10 Jod. Al Uw werken, HEERE, zullen U loven, en Uw gunstgenoten zullen U zegenen. 11 Caph. Zij zullen de heerlijkheid Uws Koninkrijks vermelden, en Uw mogendheid zullen zij uitspreken. 12 Lamed. Om de mensenkinderen bekend te maken Zijn mogendheden, en de eer der heerlijkheid Zijns Koninkrijks.
  • Jer 10:12 : 12 Die de aarde gemaakt heeft door Zijn kracht, Die de wereld bereid heeft door Zijn wijsheid, en den hemel uitgebreid door Zijn verstand.
  • Dan 4:3 : 3 Hoe groot zijn Zijn tekenen! en hoe machtig Zijn wonderen! Zijn Rijk is een eeuwig Rijk, en Zijn heerschappij is van geslacht tot geslacht.
  • Dan 4:37 : 37 Nu prijs ik, Nebukadnezar, en verhoog, en verheerlijk den Koning des hemels, omdat al Zijn werken waarheid, en Zijn paden gerichten zijn; en Hij is machtig te vernederen degenen, die in hoogmoed wandelen.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 25Alle mensen zien het aan; de mens schouwt het van verre.

  • Job 36:22-23
    2 verzen
    75%

    22Zie, God verhoogt door Zijn kracht; wie is een Leraar, gelijk Hij?

    23Wie heeft Hem gesteld over Zijn weg? Of wie heeft gezegd: Gij hebt onrecht gedaan?

  • 12Gedenkt Zijner wonderwerken, die Hij gedaan heeft, Zijner wondertekenen, en de oordelen Zijns monds;

  • 17Wat is de mens, dat Gij hem groot acht, en dat Gij Uw hart op hem zet?

  • 5Gedenkt Zijner wonderen, die Hij gedaan heeft, Zijner wondertekenen, en der oordelen Zijns monds.

  • 14Neem dit, o Job, ter ore; sta, en aanmerk de wonderen Gods.

  • 16Laat Uw werk aan Uw knechten gezien worden, en Uw heerlijkheid over hun kinderen.

  • 9En hun tong zal hen doen aanstoten tegen zichzelven; een ieder, die hen ziet, zal zich wegpakken.

  • Ps 111:3-4
    2 verzen
    73%

    3He. Zijn doen is majesteit en heerlijkheid; Vau. en zijn gerechtigheid bestaat in der eeuwigheid.

    4Zain. Hij heeft Zijn wonderen een gedachtenis gemaakt; Cheth. de HEERE is genadig en barmhartig.

  • 6Vau. En zij zullen vermelden de kracht Uwer vreselijke daden; en Uw grootheid, die zal ik vertellen.

  • 19Groot van raad en machtig van daad; want Uw ogen zijn open over alle wegen der mensenkinderen, om een iegelijk te geven naar zijn wegen, en naar de vrucht zijner handelingen.

  • 7Dan zegelt Hij de hand van ieder mens toe, opdat Hij kenne al de lieden Zijns werks.

  • 8Gedenkt hieraan, en houdt u kloekelijk, brengt het weder in het hart, o gij overtreders!

  • 11Want naar het werk des mensen vergeldt Hij hem, en naar eens ieders weg doet Hij het hem vinden.

  • 21Want Zijn ogen zijn op ieders wegen, en Hij ziet al zijn treden.

  • Job 35:5-6
    2 verzen
    71%

    5Bemerk den hemel en zie; en aanschouw de bovenste wolken, zij zijn hoger dan gij.

    6Indien gij zondigt, wat bedrijft gij tegen Hem? Indien uw overtredingen menigvuldig zijn, wat doet gij Hem?

  • 3Nog doet Gij Uw ogen over zulk een open; en Gij betrekt mij in het gericht met U.

  • Ps 8:3-4
    2 verzen
    71%

    3Uit de mond der kinderkens en der zuigelingen hebt Gij sterkte gegrondvest, om Uwer tegenpartijen wil, om den vijand en wraakgierige te doen ophouden.

    4Als ik Uw hemel aanzie, het werk Uwer vingeren, de maan en de sterren, die Gij bereid hebt;

  • 9Dan geeft Hij hun hun werk te kennen, en hun overtredingen, omdat zij de overhand genomen hebben;

  • 12Ziet, gij zelve allen hebt het gezien; en waarom wordt gij dus door ijdelheid verijdeld?

  • 16Hebt gij wetenschap van de opwegingen der dikke wolken; de wonderheden Desgenen, Die volmaakt is in wetenschappen?

  • 19Hoe dan tot Dien, Die het aangezicht der vorsten niet aanneemt, en den rijke voor den arme niet kent? Want zij zijn allen Zijner handen werk.

  • 12Ik zal de daden des HEEREN gedenken; ja, ik zal gedenken Uw wonderen van ouds her;

  • 13Aanmerk het werk Gods; want wie kan recht maken, dat Hij krom gemaakt heeft?

  • 9Wie weet niet uit alle deze, dat de hand des HEEREN dit doet?

  • 24Hoe groot zijn Uw werken, o HEERE! Gij hebt ze alle met wijsheid gemaakt; het aardrijk is vol van Uw goederen.

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester.

  • Job 10:3-4
    2 verzen
    70%

    3Is het U goed, dat Gij verdrukt, dat Gij verwerpt den arbeid Uwer handen, en over den raad der goddelozen schijnsel geeft?

    4Hebt Gij vleselijke ogen, ziet Gij, gelijk een mens ziet?

  • 6Die zeer laag ziet, in den hemel en op de aarde.

  • 5HEERE! maak mij bekend mijn einde, en welke de mate mijner dagen zij; dat ik wete, hoe vergankelijk ik zij.

  • 34

  • 5Komt en ziet Gods daden; Hij is vreselijk van werking aan de mensenkinderen.

  • 2Psalmzingt de eer Zijns Naams; geeft eer Zijn lof.

  • 18Hebt gij met Hem de hemelen uitgespannen, die vast zijn, als een gegoten spiegel?

  • 9Zingt Hem, psalmzingt Hem, spreekt aandachtelijk van al Zijn wonderwerken.

  • 4Weet gij dit? Van altoos af, van dat God den mens op de wereld gezet heeft,

  • 29Hebt gij een man gezien, die vaardig in zijn werk is? Hij zal voor het aangezicht der koningen gesteld worden; voor het aangezicht der ongeachte lieden zal hij niet gesteld worden.

  • 24Vertelt Zijn eer onder de heidenen, Zijn wonderwerken onder alle volken.

  • 14Dat gij ook gezegd hebt: Gij zult Hem niet aanschouwen; er is nochtans gericht voor Zijn aangezicht, wacht gij dan op Hem.

  • 6De hemelen verkondigen Zijn gerechtigheid, en alle volken zien Zijn eer.

  • 31De heerlijkheid des HEEREN zij tot in der eeuwigheid; de HEERE verblijde Zich in Zijn werken.

  • 22Ook trekt hij de machtigen door zijn kracht; staat hij op, zo is men des levens niet zeker.

  • 12Lamed. Om de mensenkinderen bekend te maken Zijn mogendheden, en de eer der heerlijkheid Zijns Koninkrijks.

  • 24Daarom vreze Hem de lieden; Hij ziet geen wijzen van harte aan.

  • 24Want Hij schouwt tot aan de einden der aarde, Hij ziet onder al de hemelen.