Job 37:5

Statenvertaling (States Bible)

God dondert met Zijn stem zeer wonderlijk; Hij doet grote dingen, en wij begrijpen ze niet.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Job 5:9 : 9 Die grote dingen doet, die men niet doorzoeken kan; wonderen, die men niet tellen kan;
  • Job 26:14 : 14 Ziet, dit zijn maar uiterste einden Zijner wegen; en wat een klein stukje der zaak hebben wij van Hem gehoord? Wie zou dan den donder Zijner mogendheden verstaan?
  • Job 36:26 : 26 Zie, God is groot, en wij begrijpen het niet; er is ook geen onderzoeking van het getal Zijner jaren.
  • Pred 3:11 : 11 Hij heeft ieder ding schoon gemaakt op zijn tijd; ook heeft Hij de eeuw in hun hart gelegd, zonder dat een mens het werk, dat God gemaakt heeft, kan uitvinden, van het begin tot het einde toe.
  • Jes 40:21-22 : 21 Weet gijlieden niet? Hoort gij niet? Is het u van den beginne aan niet bekend gemaakt! Hebt gij op de grondvesten der aarde niet gelet? 22 Hij is het, Die daar zit boven den kloot der aarde, en derzelver inwoners zijn als sprinkhanen; Hij is het, Die de hemelen uitspant als een dunnen doek, en breidt ze uit als een tent, om te bewonen;
  • Jes 40:28 : 28 Weet gij het niet? Hebt gij niet gehoord, dat de eeuwige God, de HEERE, de Schepper van de einden der aarde, noch moede noch mat wordt? Er is geen doorgronding van Zijn verstand.
  • Rom 11:33 : 33 O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods, hoe ondoorzoekelijk zijn Zijn oordelen, en onnaspeurlijk Zijn wegen!
  • Opb 15:3 : 3 En zij zongen het gezang van Mozes, den dienstknecht Gods, en het gezang des Lams, zeggende: Groot en wonderlijk zijn Uw werken, Heere, Gij almachtige God, rechtvaardig en waarachtig zijn Uw wegen, Gij Koning der heiligen!
  • Job 9:10 : 10 Die grote dingen doet, die men niet doorzoeken kan; en wonderen, die men niet tellen kan.
  • Job 11:7 : 7 Zult gij de onderzoeking Gods vinden? Zult gij tot de volmaaktheid toe den Almachtige vinden?
  • 2 Sam 22:14-15 : 14 De HEERE donderde van den hemel, en de Allerhoogste gaf Zijn stem. 15 En Hij zond pijlen uit en verstrooide ze; bliksemen en verschrikte ze.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Job 37:2-4
    3 verzen
    86%

    2Hoort met aandacht de beweging Zijner stem, en het geluid, dat uit Zijn mond uitgaat!

    3Dat zendt Hij rechtuit onder den gansen hemel, en Zijn licht over de einden der aarde.

    4Daarna brult Hij met de stem; Hij dondert met de stem Zijner hoogheid, en vertrekt die dingen niet, als Zijn stem zal gehoord worden.

  • 6Want Hij zegt tot de sneeuw: Wees op de aarde; en tot den plasregens des regens; dan is er de plasregen Zijner sterke regenen.

  • Job 5:9-10
    2 verzen
    80%

    9Die grote dingen doet, die men niet doorzoeken kan; wonderen, die men niet tellen kan;

    10Die den regen geeft op de aarde, en water zendt op de straten;

  • 14Ziet, dit zijn maar uiterste einden Zijner wegen; en wat een klein stukje der zaak hebben wij van Hem gehoord? Wie zou dan den donder Zijner mogendheden verstaan?

  • 10Die grote dingen doet, die men niet doorzoeken kan; en wonderen, die men niet tellen kan.

  • Ps 77:17-18
    2 verzen
    79%

    17De wateren zagen U, o God! de wateren zagen U, zij beefden; ook waren de afgronden beroerd.

    18De dikke wolken goten water uit; de bovenste wolken gaven geluid; ook gingen Uw pijlen daarhenen.

  • 16Als Hij Zijn stem geeft, zo is er een gedruis van wateren in den hemel, en Hij doet de dampen opklimmen van het einde der aarde; Hij maakt de bliksemen met den regen, en doet den wind voortkomen uit Zijn schatkameren.

  • 29Kan men ook verstaan de uitbreidingen der wolken, en de krakingen Zijner hutte?

  • 13Als Hij Zijn stem geeft, zo is er een gedruis van wateren in den hemel, en Hij doet de dampen opklimmen van het einde der aarde; Hij maakt de bliksemen met den regen, en doet den wind voortkomen uit Zijn schatkameren.

  • Job 37:22-23
    2 verzen
    77%

    22Als van het noorden het goud komt; maar bij God is een vreselijke majesteit!

    23Den Almachtige, Dien kunnen wij niet uitvinden; Hij is groot van kracht; doch door gericht en grote gerechtigheid verdrukt Hij niet.

  • Job 36:26-27
    2 verzen
    76%

    26Zie, God is groot, en wij begrijpen het niet; er is ook geen onderzoeking van het getal Zijner jaren.

    27Want Hij trekt de druppelen der wateren op, die den regen na zijn damp uitgieten;

  • Job 38:34-35
    2 verzen
    76%

    34Kunt gij uw stem tot de wolken opheffen, opdat een overvloed van water u bedekke?

    35Kunt gij de bliksemen uitlaten, dat zij henenvaren, en tot u zeggen: Zie, hier zijn wij?

  • Ps 29:3-4
    2 verzen
    76%

    3De stem des HEEREN is op de wateren, de God der ere dondert; de HEERE is op de grote wateren.

    4De stem des HEEREN is met kracht, de stem des HEEREN is met heerlijkheid.

  • 14De HEERE donderde van den hemel, en de Allerhoogste gaf Zijn stem.

  • 9Dan zal Ik ook u loven, omdat uw rechterhand u zal verlost hebben.

  • Job 37:14-16
    3 verzen
    74%

    14Neem dit, o Job, ter ore; sta, en aanmerk de wonderen Gods.

    15Weet gij, wanneer God over dezelve orde stelt, en het licht Zijner wolk laat schijnen?

    16Hebt gij wetenschap van de opwegingen der dikke wolken; de wonderheden Desgenen, Die volmaakt is in wetenschappen?

  • 26Als Hij den regen een gezette orde maakte, en een weg voor het weerlicht der donderen;

  • 25Wie deelt voor den stortregen een waterloop uit, en een weg voor het weerlicht der donderen?

  • 7Hij doet dampen opklimmen van het einde der aarde; Hij maakt de bliksemen met den regen; Hij brengt den wind uit Zijn schatkameren voort.

  • Job 36:32-33
    2 verzen
    74%

    32Met handen bedekt Hij het licht, en doet aan hetzelve verbod door dengene, die tussen doorkomt.

    33Daarvan verkondigt Zijn geklater, en het vee; ook van den opgaanden damp

  • 25Als Hij spreekt, zo doet Hij een stormwind opstaan, die haar golven omhoog verheft.

  • 11Ook vermoeit Hij de dikke wolken door klaarheid; Hij verstrooit de wolk Zijns lichts.

  • 8Vuur en hagel, sneeuw en damp; gij stormwind, die Zijn woord doet!

  • 5Onze Heere is groot en van veel kracht; Zijns verstands is geen getal.

  • 4Zijn bliksemen verlichten de wereld; het aardrijk ziet ze en het beeft.

  • Job 26:8-9
    2 verzen
    73%

    8Hij bindt de wateren in Zijn wolken; nochtans scheurt de wolk daaronder niet.

    9Hij houdt het vlakke Zijns troons vast; Hij spreidt Zijn wolk daarover.

  • Ps 18:12-13
    2 verzen
    73%

    12Duisternis zette Hij tot Zijn verberging; rondom Hem was Zijn tent, duisterheid der wateren, wolken des hemels.

    13Van den glans, die voor Hem was, dreven Zijn wolken daarhenen, hagel en vurige kolen.

  • Job 26:11-12
    2 verzen
    73%

    11De pilaren des hemels sidderen, en ontzetten zich voor Zijn schelden.

    12Door Zijn kracht klieft Hij de zee, en door Zijn verstand verslaat Hij haar verheffing.

  • 5Die de bergen verzet, dat zij het niet gewaar worden, Die ze omkeert in Zijn toorn;

  • 3Wie is hij, zegt Gij, die den raad verbergt zonder wetenschap? Zo heb ik dan verhaald, hetgeen ik niet verstond, dingen, die voor mij te wonderbaar waren, die ik niet wist.

  • 5Komt en ziet Gods daden; Hij is vreselijk van werking aan de mensenkinderen.

  • 22Zie, God verhoogt door Zijn kracht; wie is een Leraar, gelijk Hij?

  • 3De HEERE is lankmoedig, doch van grote kracht, en Hij houdt den schuldige geenszins onschuldig. Des HEEREN weg is in wervelwind, en in storm, en de wolken zijn het stof Zijner voeten.

  • 37Wie kan de wolken met wijsheid tellen, en wie kan de flessen des hemels nederleggen?

  • 6Wie zal voor Zijn gramschap staan, en wie zal voor de hittigheid Zijns toorns bestaan? Zijn grimmigheid is uitgestort als vuur, en de rotsstenen worden van Hem vermorzeld.

  • 30En de HEERE zal Zijn heerlijke stem doen horen, en de nederlating Zijns arms doen zien, met grimmigheid van toorn, en een vlam van verterend vuur, stralen, en een vloed, en hagelstenen.