Spreuken 14:10

Statenvertaling (States Bible)

Het hart kent zijn eigen bittere droefheid; en een vreemde zal zich met deszelfs blijdschap niet vermengen.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • 1 Sam 1:10 : 10 Zij dan viel bitterlijk bedroefd zijnde, zo bad zij tot den HEERE, en zij weende zeer.
  • Job 10:1 : 1 Mijn ziel is verdrietig over mijn leven; ik zal mijn klacht op mij laten; ik zal spreken in bitterheid mijner ziel.
  • Spr 18:14 : 14 De geest eens mans zal zijn krankheid ondersteunen; maar een verslagen geest, wie zal dien opheffen?
  • Marc 14:33-34 : 33 En Hij nam met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, en begon verbaasd en zeer beangst te worden; 34 En zeide tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier, en waakt.
  • Joh 14:18 : 18 Ik zal u geen wezen laten; Ik kom weder tot u.
  • Fil 4:7 : 7 En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw zinnen bewaren in Christus Jezus.
  • Opb 2:17 : 17 Die oren heeft, die hore, wat de Geest tot de Gemeenten zegt. Die overwint, Ik zal hem geven te eten van het manna, dat verborgen is, en Ik zal hem geven een witten keursteen, en op den keursteen een nieuwen naam geschreven, welken niemand kent, dan die hem ontvangt.
  • Gen 42:21 : 21 Toen zeiden zij de een tot den ander: Voorwaar, wij zijn schuldig aan onzen broeder, wiens benauwdheid der ziele wij zagen, toen hij ons om genade bad; maar wij hoorden niet! daarom komt deze benauwdheid over ons.
  • 1 Petr 1:8 : 8 Denwelken gij niet gezien hebt, en nochtans liefhebt, in Denwelken gij nu, hoewel Hem niet ziende, maar gelovende, u verheugt met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde;
  • Joh 14:23 : 23 Jezus antwoordde en zeide tot hem: Zo iemand Mij liefheeft, die zal Mijn woord bewaren; en Mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen tot hem komen, en zullen woning bij hem maken.
  • Joh 12:27 : 27 Nu is Mijn ziel ontroerd; en wat zal Ik zeggen? Vader, verlos Mij uit deze ure! Maar hierom ben Ik in deze ure gekomen.
  • Ezech 3:14 : 14 Toen hief de Geest mij op, en nam mij weg, en ik ging henen, bitterlijk bedroefd door de hitte mijns geestes; maar de hand des HEEREN was sterk op mij.
  • Ps 25:14 : 14 Samech. De verborgenheid des HEEREN is voor degenen, die Hem vrezen; en Zijn verbond, om hun die bekend te maken.
  • Spr 15:13 : 13 Een vrolijk hart zal het aangezicht blijde maken; maar door de smart des harten wordt de geest verslagen.
  • 2 Kon 4:27 : 27 Toen zij nu tot den man Gods op den berg kwam, vatte zij zijn voeten. Maar Gehazi trad toe, om haar af te stoten. Doch de man Gods zeide: Laat ze geworden; want haar ziel is in haar bitterlijk bedroefd, en de HEERE heeft het voor mij verborgen, en mij niet verkondigd.
  • Job 6:2-4 : 2 Och, of mijn verdriet recht gewogen wierd, en men mijn ellende samen in een weegschaal ophief! 3 Want het zou nu zwaarder zijn dan het zand der zeeen; daarom worden mijn woorden opgezwolgen. 4 Want de pijlen des Almachtigen zijn in mij, welker vurig venijn mijn geest uitdrinkt; de verschrikkingen Gods rusten zich tegen mij.
  • Job 7:11 : 11 Zo zal ik ook mijn mond niet wederhouden, ik zal spreken in benauwdheid mijns geestes; ik zal klagen in bitterheid mijner ziel.
  • Job 9:18 : 18 Hij laat mij niet toe mijn adem te verhalen; maar Hij verzadigt mij met bitterheden.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Spr 18:1-2
    2 verzen
    74%

    1Die zich afzondert, tracht naar wat begeerlijks; hij vermengt zich in alle bestendige wijsheid.

    2De zot heeft geen lust aan verstandigheid, maar daarin, dat zijn hart zich ontdekt.

  • Spr 14:13-14
    2 verzen
    73%

    13Het hart zal ook in het lachen smart hebben; en het laatste van die blijdschap is droefheid.

    14Die afkerig van hart is, zal van zijn wegen verzadigd worden; maar een goed man van zichzelven.

  • Pred 7:3-4
    2 verzen
    72%

    3Het treuren is beter dan het lachen; want door de droefheid des aangezichts wordt het hart gebeterd.

    4Het hart der wijzen is in het klaaghuis; maar het hart der zotten in het huis der vreugde.

  • 33Wijsheid rust in het hart des verstandigen; maar wat in het binnenste der zotten is, wordt bekend.

  • Spr 15:13-14
    2 verzen
    72%

    13Een vrolijk hart zal het aangezicht blijde maken; maar door de smart des harten wordt de geest verslagen.

    14Een verstandig hart zal de wetenschap opzoeken; maar de mond der zotten zal met dwaasheid gevoed worden.

  • Spr 14:8-9
    2 verzen
    71%

    8De wijsheid des kloekzinnigen is zijn weg te verstaan; maar dwaasheid der zotten is bedriegerij.

    9Elke dwaas zal de schuld verbloemen; maar onder de oprechten is goedwilligheid.

  • 3De dwaasheid des mensen zal zijn weg verkeren; en zijn hart zal zich tegen den HEERE vergrammen.

  • 10Als de wijsheid in uw hart zal gekomen zijn, en de wetenschap voor uw ziel zal liefelijk zijn;

  • 7De lippen der wijzen zullen de wetenschap uitstrooien; maar het hart der zotten niet alzo.

  • 21De dwaasheid is den verstandeloze blijdschap; maar een man van verstand zal recht wandelen.

  • 22Want uw hart heeft ook veelmalen bekend, dat gij ook anderen gevloekt hebt.

  • Spr 24:17-18
    2 verzen
    69%

    17Verblijd u niet als uw vijand valt; en als hij nederstruikelt, laat uw hart zich niet verheugen;

    18Opdat het de HEERE niet zie, en het kwaad zij in Zijn ogen en Hij Zijn toorn van hem afkere.

  • 23Een kloekzinnig mens bedekt de wetenschap; maar het hart der zotten roept dwaasheid uit.

  • 2Laat u een vreemde prijzen, en niet uw mond; een onbekende, en niet uw lippen.

  • 10Door hovaardigheid maakt men niet dan gekijf; maar bij de beradenen is wijsheid.

  • 10Opdat de vreemden zich niet verzadigen van uw vermogen, en al uw smartelijke arbeid niet kome in het huis des onbekenden;

  • 19Denwelken alleen het land gegeven was, en door welker midden niemand vreemds doorging.

  • Spr 10:22-23
    2 verzen
    69%

    22De zegen des HEEREN, die maakt rijk; en Hij voegt er geen smart bij.

    23Het is voor den zot als spel, schandelijkheid te doen; maar voor een man van verstand, wijsheid te plegen.

  • 14Maar indien gij bitteren nijd en twistgierigheid hebt in uw hart, zo roemt en liegt niet tegen de waarheid.

  • 10De weelde staat een zot niet wel; hoeveel te min een knecht te heersen over vorsten!

  • 9Wat weet gij, dat wij niet weten? Wat verstaat gij, dat bij ons niet is?

  • 17Laat ze de uwe alleen zijn, en van geen vreemde met u.

  • 9Twist uw twistzaak met uw naaste; maar openbaar het heimelijke van een ander niet;

  • 8Die verstand bekomt, heeft zijn ziel lief; hij neemt de verstandigheid waar, om het goede te vinden.

  • 22Een blij hart zal een medicijn goed maken; maar een verslagen geest zal het gebeente verdrogen.

  • 17Die haastig is tot toorn, zal dwaasheid doen; en een man van schandelijke verdichtselen zal gehaat worden.

  • 22Maar zijn vlees, nog aan hem zijnde, heeft smart; en zijn ziel, in hem zijnde, heeft rouw.

  • 17De voorbijgaande, die zich vertoornt in een twist, die hem niet aangaat, is gelijk die een hond bij de oren grijpt.

  • 6De spotter zoekt wijsheid, en er is gene; maar de wetenschap is voor den verstandige licht.

  • 7Want gelijk hij bedacht heeft in zijn ziel, alzo zal hij tot u zeggen: Eet en drink! maar zijn hart is niet met u;

  • 15De weg des dwazen is recht in zijn ogen; maar die naar raad hoort, is wijs.

  • 20

  • 13Maar deze dingen hebt Gij verborgen in Uw hart; ik weet, dat dit bij U geweest is.

  • 11Een rijk man is wijs in zijn ogen; maar de arme, die verstandig is, doorzoekt hem.

  • 25Een zotte zoon is een verdriet voor zijn vader, en bittere droefheid voor degene, die hem gebaard heeft.

  • 18Uw weg en uw handelingen hebben u deze dingen gedaan; dit is uw boosheid, dat het zo bitter is, dat het tot aan uw hart raakt.

  • 11Een zot laat zijn gansen geest uit, maar de wijze wederhoudt dien achterwaarts.

  • 9Die in oprechtheid wandelt, wandelt zeker; maar die zijn wegen verkeert, zal bekend worden.

  • 18Want in veel wijsheid is veel verdriet; en die wetenschap vermeerdert, vermeerdert smart.

  • 4Het verkeerde hart zal van mij wijken; den boze zal ik niet kennen.

  • 15Goed verstand geeft aangenaamheid; maar de weg der trouwelozen is streng.

  • 26Die op zijn hart vertrouwt, die is een zot; maar die in wijsheid wandelt, die zal ontkomen.

  • 9Zijt niet haastig in uw geest om te toornen; want de toorn rust in den boezem der dwazen.