Spreuken 8:16

Statenvertaling (States Bible)

Door Mij heersen de heersers, en de prinsen, al de rechters der aarde.

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Spr 8:14-15
    2 verzen
    92%

    14Raad en het wezen zijn Mijne; Ik ben het Verstand, Mijne is de Sterkte.

    15Door Mij regeren de koningen, en de vorsten stellen gerechtigheid.

  • 11Gij koningen der aarde, en alle volken, gij vorsten, en alle rechters der aarde!

  • 1Ziet, een koning zal regeren in gerechtigheid, en de vorsten zullen heersen naar recht.

  • Spr 8:17-18
    2 verzen
    75%

    17Ik heb lief, die Mij liefhebben; en die Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden.

    18Rijkdom en eer is bij Mij, duurachtig goed en gerechtigheid.

  • 10Nu dan, gij koningen, handelt verstandiglijk; laat u tuchtigen, gij rechters der aarde!

  • 71%

    8Zo zal de vergadering der volken U omsingelen; keer dan boven haar weder in de hoogte.

  • Spr 8:20-21
    2 verzen
    71%

    20Ik doe wandelen op den weg der gerechtigheid, in het midden van de paden des rechts;

    21Opdat Ik Mijn liefhebbers doe beerven dat bestendig is, en Ik zal hun schatkameren vervullen.

  • 10Waarzegging is op de lippen des konings; zijn mond zal niet overtreden in het gericht.

  • 4Waar het woord des konings is, daar is heerschappij; en wie zal tot hem zeggen: Wat doet gij?

  • 23Die de vorsten te niet maakt; de richters der aarde maakt Hij tot ijdelheid.

  • 8Want hij zegt: Zijn niet mijn vorsten al te zamen koningen?

  • 4En Ik zal jongelingen stellen tot hun vorsten, en kinderen zullen over hen heersen;

  • 31Want daardoor richt Hij de volken; Hij geeft spijze ten overvloede.

  • 16Hij heeft de rechtzaak des ellendigen en nooddruftigen gericht, toen ging het hem wel; is dat niet Mij te kennen? spreekt de HEERE.

  • 14Met de koningen en raadsheren der aarde, die voor zich woeste plaatsen bebouwden;

  • 13Toen deed Hij de overgeblevenen heersen over de heerlijken onder het volk; de HEERE doet mij heersen over de geweldigen.

  • 18Rechters en ambtlieden zult gij u stellen in al uw poorten, die de HEERE, uw God, u geven zal, onder uw stammen; dat zij het volk richten met een gericht der gerechtigheid.

  • 69%

    8Maar de HEERE zal in eeuwigheid zitten; Hij heeft Zijn troon bereid ten gerichte.

  • 10Waar is uw koning nu? Dat hij u behoude in al uw steden! En uw richters, waar gij van zeidet: Geef mij een koning en vorsten?

  • Pred 5:8-9
    2 verzen
    69%

    8Het voordeel des aardrijks is voor allen: de koning zelfs wordt van het veld gediend.

    9Die het geld liefheeft, wordt van het geld niet zat; en wie den overvloed liefheeft, wordt van het inkomen niet zat. Dit is ook ijdelheid.

  • 6En hij zeide tot de richters: Ziet wat gij doet, want gij houdt het gericht niet den mens, maar den HEERE; en Hij is bij u in de zaak van het gericht.

  • 4En de sterkte des Konings, die het recht lief heeft. Gij hebt billijkheden bevestigd, Gij hebt recht en gerechtigheid gedaan in Jakob.

  • Ps 72:1-2
    2 verzen
    68%

    1Voor Salomo. O God! geef den koning Uw rechten, en Uw gerechtigheid den zoon des konings.

    2Zo zal hij Uw volk richten met gerechtigheid, en Uw ellendigen met recht.

  • 8Om hun koningen te binden met ketenen, en hun achtbaren met ijzeren boeien;

  • 4Alle koningen der aarde zullen U, o HEERE! loven, wanneer zij gehoord zullen hebben de redenen Uws monds.

  • 14Een koning, die de armen in trouw recht doet, diens troon zal in eeuwigheid bevestigd worden.

  • Spr 16:12-13
    2 verzen
    68%

    12Het is der koningen gruwel goddeloosheid te doen; want door gerechtigheid wordt de troon bevestigd.

    13De lippen der gerechtigheid zijn het welgevallen der koningen; en elkeen van hen zal liefhebben dien, die rechte dingen spreekt.

  • 17Hij voert de raadsheren beroofd weg, en de rechters maakt Hij uitzinnig,

  • 2Om de overtreding des lands zijn deszelfs vorsten vele; maar om verstandige en wetende mensen zal insgelijks verlenging wezen.

  • 26Velen zoeken het aangezicht des heersers; maar een ieders recht is van den HEERE.

  • 3De God Israels heeft gezegd, de Rotssteen Israels heeft tot mij gesproken: Er zal zijn een Heerser over de mensen, een Rechtvaardige, een Heerser in de vreze Gods.

  • 8Geloofd zij de HEERE, uw God, Die behagen in u gehad heeft, om u op Zijn troon, den HEERE, uw God, tot een koning te zetten; overmits uw God Israel bemint, om hetzelve tot in eeuwigheid op te richten, zo heeft Hij u tot een koning over hen gesteld, om recht en gerechtigheid te doen.

  • 4Zij hebben koningen gemaakt, maar niet uit Mij; zij hebben vorsten gesteld, maar Ik heb het niet gekend; van hun zilver en hun goud hebben zij voor zichzelven afgoden gemaakt, opdat zij uitgeroeid worden.

  • 22Om zijn vorsten te binden naar zijn lust, en zijn oudsten te onderwijzen.

  • 8Om te doen zitten bij de prinsen, bij de prinsen Zijns volks.

  • 4Een koning houdt het land staande door het recht; maar een, die tot geschenken genegen is, verstoort hetzelve.

  • 8God heeft gesproken in Zijn heiligdom, dies zal ik van vreugde opspringen; ik zal Sichem delen, en het dal van Sukkoth zal ik afmeten.

  • 15Alzo regeerde David over gans Israel, en David deed aan zijn ganse volk recht en gerechtigheid.

  • 12En rijkdom en eer zijn voor Uw aangezicht, en Gij heerst over alles; en in Uw hand is kracht en macht; ook staat het in Uw hand alles groot te maken en sterk te maken.

  • 28Alle einden der aarde zullen het gedenken, en zich tot den HEERE bekeren; en alle geslachten der heidenen zullen voor Uw aangezicht aanbidden.

  • 12Ik, prediker, was koning over Israel te Jeruzalem.

  • 19Hij voert de oversten beroofd weg, en de machtigen keert Hij om.

  • 23Als zelfs de vorsten zittende tegen mij gesproken hebben, heeft Uw knecht Uw inzettingen betracht.

  • 10Zegt onder de heidenen: De HEERE regeert; ook zal de wereld bevestigd worden, zij zal niet bewogen worden; Hij zal de volken richten in alle rechtmatigheid.