Spreuken 8:25

Statenvertaling (States Bible)

Aleer de bergen ingevest waren, voor de heuvelen was Ik geboren.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 90:2 : 2 Eer de bergen geboren waren, en Gij de aarde en de wereld voortgebracht hadt, ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God.
  • Ps 102:25-28 : 25 Ik zeide: Mijn God! neem mij niet weg in het midden mijner dagen; Uw jaren zijn van geslacht tot geslacht. 26 Gij hebt voormaals de aarde gegrond, en de hemelen zijn het werk Uwer handen; 27 Die zullen vergaan, maar Gij zult staande blijven; en zij alle zullen als een kleed verouden; Gij zult ze veranderen als een gewaad, en zij zullen veranderd zijn. 28 Maar Gij zijt Dezelfde, en Uw jaren zullen niet geeindigd worden. [ (Psalms 102:29) De kinderen Uwer knechten zullen wonen, en hun zaad zal voor Uw aangezicht bevestigd worden. ]
  • Heb 1:10 : 10 En: Gij, Heere! hebt in den beginne de aarde gegrond, en de hemelen zijn werken Uwer handen;
  • Job 15:7-8 : 7 Zijt gij de eerste een mens geboren? Of zijt gij voor de heuvelen voortgebracht? 8 Hebt gij den verborgen raad Gods gehoord, en hebt gij de wijsheid naar u getrokken?
  • Job 38:4-9 : 4 Waar waart gij, toen Ik de aarde grondde? Geef het te kennen, indien gij kloek van verstand zijt. 5 Wie heeft haar maten gezet, want gij weet het; of wie heeft over haar een richtsnoer getrokken? 6 Waarop zijn haar grondvesten nedergezonken, of wie heeft haar hoeksteen gelegd? 7 Toen de morgensterren te zamen vrolijk zongen, en al de kinderen Gods juichten. 8 Of wie heeft de zee met deuren toegesloten, toen zij uitbrak, en uit de baarmoeder voortkwam? 9 Toen Ik de wolk tot haar kleding stelde, en de donkerheid tot haar windeldoek; 10 Toen Ik voor haar met Mijn besluit de aarde doorbrak, en zette grendel en deuren; 11 En zeide: Tot hiertoe zult gij komen, en niet verder, en hier zal hij zich stellen tegen den hoogmoed uwer golven.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Spr 8:22-24
    3 verzen
    90%

    22De HEERE bezat Mij in het beginsel Zijns wegs, voor Zijn werken, van toen aan.

    23Ik ben van eeuwigheid af gezalfd geweest; van den aanvang, van de oudheden der aarde aan.

    24Ik was geboren, als de afgronden nog niet waren, als nog geen fonteinen waren, zwaar van water;

  • Spr 8:26-31
    6 verzen
    85%

    26Hij had de aarde nog niet gemaakt, noch de velden, noch de aanvang van de stofjes der wereld.

    27Toen Hij de hemelen bereidde, was Ik daar; toen Hij een cirkel over het vlakke des afgronds beschreef;

    28Toen Hij de opperwolken van boven vestigde; toen Hij de fonteinen des afgronds vastmaakte;

    29Toen Hij der zee haar perk zette, opdat de wateren Zijn bevel niet zouden overtreden; toen Hij de grondvesten der aarde stelde;

    30Toen was Ik een voedsterling bij Hem, en Ik was dagelijks Zijn vermakingen, te aller tijd voor Zijn aangezicht spelende;

    31Spelende in de wereld Zijns aardrijks, en Mijn vermakingen zijn met de mensenkinderen.

  • 2Eer de bergen geboren waren, en Gij de aarde en de wereld voortgebracht hadt, ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God.

  • 7Zijt gij de eerste een mens geboren? Of zijt gij voor de heuvelen voortgebracht?

  • Job 38:4-6
    3 verzen
    74%

    4Waar waart gij, toen Ik de aarde grondde? Geef het te kennen, indien gij kloek van verstand zijt.

    5Wie heeft haar maten gezet, want gij weet het; of wie heeft over haar een richtsnoer getrokken?

    6Waarop zijn haar grondvesten nedergezonken, of wie heeft haar hoeksteen gelegd?

  • Ps 139:15-16
    2 verzen
    74%

    15Mijn gebeente was voor U niet verholen, als ik in het verborgene gemaakt ben, en als een borduursel gewrocht ben, in de nederste delen der aarde.

    16Uw ogen hebben mijn ongevormden klomp gezien; en al deze dingen waren in Uw boek geschreven, de dagen als zij geformeerd zouden worden, toen nog geen van die was.

  • 25Ik zeide: Mijn God! neem mij niet weg in het midden mijner dagen; Uw jaren zijn van geslacht tot geslacht.

  • Ps 22:9-10
    2 verzen
    71%

    9Hij heeft het op den HEERE gewenteld, dat Hij hem nu uithelpe, dat Hij hem redde, dewijl Hij lust aan hem heeft!

    10Gij zijt het immers, Die mij uit den buik hebt uitgetogen; Die mij hebt doen vertrouwen, zijnde aan mijner moeders borsten.

  • 10En: Gij, Heere! hebt in den beginne de aarde gegrond, en de hemelen zijn werken Uwer handen;

  • 5Eer Ik u in moeders buik formeerde, heb Ik u gekend, en eer gij uit de baarmoeder voortkwaamt, heb Ik u geheiligd; Ik heb u den volken tot een profeet gesteld.

  • 6Ik was nedergedaald tot de gronden der bergen; de grendelen der aarde waren om mij henen in eeuwigheid; maar Gij hebt mijn leven uit het verderf opgevoerd, o HEERE, mijn God!

  • 7Eer zij barensnood had, heeft zij gebaard, eer haar smart overkwam, zo is zij van een knechtje verlost.

  • Jer 4:23-24
    2 verzen
    70%

    23Ik zag het land aan, en ziet, het was woest en ledig; ook naar den hemel, en zijn licht was er niet.

    24Ik zag de bergen aan, en ziet, zij beefden; en al de heuvelen schudden.

  • 5Want ik ken mijn overtredingen, en mijn zonde is steeds voor mij.

  • Jes 48:7-8
    2 verzen
    70%

    7Nu zijn zij geschapen, en niet van toen af, en voor dezen dag hebt gij ze ook niet gehoord; opdat gij niet misschien zeggen zoudt: Ziet, ik heb ze geweten.

    8Ook hebt gij ze niet gehoord, ook hebt gij ze niet geweten, ook van toen af is uw oor niet geopend geweest; want Ik heb geweten, dat gij gans trouwelooslijk handelen zoudt, en dat gij van den buik af een overtreder genaamd zijt.

  • 25Hebt gij niet gehoord, dat Ik zulks lang te voren gedaan heb en dat van oude dagen af geformeerd heb? Nu heb Ik dat doen komen, dat gij zoudt zijn, om de vaste steden te verstoren tot woeste hopen.

  • 6Op U heb ik gesteund van den buik aan; van mijner moeders ingewand aan zijt Gij mijn Uithelper; mijn lof is geduriglijk van U.

  • 16Of als een verborgene misdracht, zou ik niet zijn; als de kinderkens, die het licht niet gezien hebben.

  • 58Jezus zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Eer Abraham was, ben Ik.

  • 1Hoort naar Mij, gij eilanden! en luistert toe, gij volken van verre! De HEERE heeft Mij geroepen van den buik af, van Mijner moeders ingewand af heeft Hij Mijn Naam gemeld.

  • 1In den beginne schiep God den hemel en de aarde.

  • 19De HEERE heeft de aarde door wijsheid gegrond, de hemelen door verstandigheid bereid.

  • 8Of wie heeft de zee met deuren toegesloten, toen zij uitbrak, en uit de baarmoeder voortkwam?

  • 21Weet gijlieden niet? Hoort gij niet? Is het u van den beginne aan niet bekend gemaakt! Hebt gij op de grondvesten der aarde niet gelet?

  • 4Dit zijn de geboorten des hemels en der aarde, als zij geschapen werden; ten dage als de HEERE God de aarde en den hemel maakte.

  • 26Hebt gij niet gehoord, dat Ik zulks lang te voren gedaan heb, en dat van de oude dagen af geformeerd heb? Nu heb Ik dat doen komen, dat gij zoudt zijn, om de vaste steden te verstoren tot woeste hopen.

  • 5Daarom heb Ik het u van toen af verkondigd, eer dat het kwam, heb Ik het u doen horen; opdat gij niet misschien zoudt zeggen: Mijn afgod heeft die dingen gedaan, of mijn gesneden beeld, of mijn gegoten beeld heeft ze bevolen.

  • 5Toen de Almachtige nog met mij was, en mijn jongens rondom mij;

  • 5Hij heeft de aarde gegrond op haar grondvesten; zij zal nimmermeer noch eeuwiglijk wankelen.

  • 8De bergen rezen op, de dalen daalden, ter plaatse, die Gij voor hen gegrond hadt.

  • 8Uw handen doen mij smart aan, hoewel zij mij gemaakt hebben, te zamen rondom mij zijn zij, en Gij verslindt mij.

  • 2Ik heb den HEERE lang verwacht; en Hij heeft Zich tot mij geneigd, en mijn geroep gehoord.

  • 13Want Gij bezit mijn nieren; Gij hebt mij in mijner moeders buik bedekt.

  • 18En waarom hebt Gij mij uit de baarmoeder voortgebracht? Och, dat ik den geest gegeven had, en geen oog mij gezien had!

  • 15En van het voornaamste der oude bergen, en van het uitnemendste der eeuwige heuvelen;

  • 3De vorige dingen heb Ik verkondigd van toen af, en uit Mijn mond zijn zij voortgekomen, en Ik heb ze doen horen; Ik heb ze snellijk gedaan, en zij zijn gekomen;

  • 14En tegen alle hoge bergen, en tegen alle verhevene heuvelen;