Spreuken 8:24

Statenvertaling (States Bible)

Ik was geboren, als de afgronden nog niet waren, als nog geen fonteinen waren, zwaar van water;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Gen 1:2 : 2 De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren.
  • Ps 2:7 : 7 Ik zal van het besluit verhalen: de HEERE heeft tot Mij gezegd: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd.
  • Spr 3:20 : 20 Door Zijn wetenschap zijn de afgronden gekloofd, en de wolken druipen dauw.
  • Joh 1:14 : 14 En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader), vol van genade en waarheid.
  • Joh 3:16 : 16 Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.
  • Joh 5:20 : 20 Want de Vader heeft den Zoon lief, en toont Hem alles, wat Hij doet; en Hij zal Hem groter werken tonen dan deze, opdat gij u verwondert.
  • Heb 1:5 : 5 Want tot wien van de engelen heeft Hij ooit gezegd: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb ik u gegenereerd? En wederom: Ik zal Hem tot een Vader zijn, en Hij zal Mij tot een Zoon zijn?
  • 1 Joh 4:9 : 9 Hierin is de liefde Gods jegens ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat wij zouden leven door Hem.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Spr 8:25-30
    6 verzen
    90%

    25Aleer de bergen ingevest waren, voor de heuvelen was Ik geboren.

    26Hij had de aarde nog niet gemaakt, noch de velden, noch de aanvang van de stofjes der wereld.

    27Toen Hij de hemelen bereidde, was Ik daar; toen Hij een cirkel over het vlakke des afgronds beschreef;

    28Toen Hij de opperwolken van boven vestigde; toen Hij de fonteinen des afgronds vastmaakte;

    29Toen Hij der zee haar perk zette, opdat de wateren Zijn bevel niet zouden overtreden; toen Hij de grondvesten der aarde stelde;

    30Toen was Ik een voedsterling bij Hem, en Ik was dagelijks Zijn vermakingen, te aller tijd voor Zijn aangezicht spelende;

  • Spr 8:22-23
    2 verzen
    84%

    22De HEERE bezat Mij in het beginsel Zijns wegs, voor Zijn werken, van toen aan.

    23Ik ben van eeuwigheid af gezalfd geweest; van den aanvang, van de oudheden der aarde aan.

  • 4Waar waart gij, toen Ik de aarde grondde? Geef het te kennen, indien gij kloek van verstand zijt.

  • Ps 139:15-16
    2 verzen
    72%

    15Mijn gebeente was voor U niet verholen, als ik in het verborgene gemaakt ben, en als een borduursel gewrocht ben, in de nederste delen der aarde.

    16Uw ogen hebben mijn ongevormden klomp gezien; en al deze dingen waren in Uw boek geschreven, de dagen als zij geformeerd zouden worden, toen nog geen van die was.

  • Job 38:8-10
    3 verzen
    71%

    8Of wie heeft de zee met deuren toegesloten, toen zij uitbrak, en uit de baarmoeder voortkwam?

    9Toen Ik de wolk tot haar kleding stelde, en de donkerheid tot haar windeldoek;

    10Toen Ik voor haar met Mijn besluit de aarde doorbrak, en zette grendel en deuren;

  • Jona 2:5-6
    2 verzen
    71%

    5De wateren hadden mij omgeven tot de ziel toe, de afgrond omving mij; het wier was aan mijn hoofd gebonden.

    6Ik was nedergedaald tot de gronden der bergen; de grendelen der aarde waren om mij henen in eeuwigheid; maar Gij hebt mijn leven uit het verderf opgevoerd, o HEERE, mijn God!

  • 7Zijt gij de eerste een mens geboren? Of zijt gij voor de heuvelen voortgebracht?

  • 2Eer de bergen geboren waren, en Gij de aarde en de wereld voortgebracht hadt, ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God.

  • Ps 22:9-10
    2 verzen
    70%

    9Hij heeft het op den HEERE gewenteld, dat Hij hem nu uithelpe, dat Hij hem redde, dewijl Hij lust aan hem heeft!

    10Gij zijt het immers, Die mij uit den buik hebt uitgetogen; Die mij hebt doen vertrouwen, zijnde aan mijner moeders borsten.

  • 16Of als een verborgene misdracht, zou ik niet zijn; als de kinderkens, die het licht niet gezien hebben.

  • 16Zijt gij gekomen tot aan de oorsprongen der zee, en hebt gij in het onderste des afgronds gewandeld?

  • 24Ik heb gegraven en heb gedronken vreemde wateren; en ik heb met mijn voetzolen alle rivieren der belegerde plaatsen verdroogd.

  • 23Ik zag het land aan, en ziet, het was woest en ledig; ook naar den hemel, en zijn licht was er niet.

  • 68%

    16En de diepe kolken der zee werden gezien, de gronden der wereld werden ontdekt, door het schelden des HEEREN, van het geblaas des winds van Zijn neus.

    17Hij zond van de hoogte, Hij nam mij, Hij trok mij op uit grote wateren.

  • Ps 18:15-16
    2 verzen
    68%

    15En Hij zond Zijn pijlen uit, en verstrooide ze; en Hij vermenigvuldigde de bliksemen, en verschrikte ze.

    16En de diepe kolken der wateren werden gezien, en de gronden der wereld werden ontdekt, van Uw schelden, o HEERE! van het geblaas des winds van Uw neus.

  • 6Ik maakte mij vijvers van wateren, om daarmede te bewateren het woud, dat met bomen groende.

  • 30Als met een steen verbergen zich de wateren, en het vlakke des afgrond wordt omvat.

  • 2Verlos mij, o God! want de wateren zijn gekomen tot aan de ziel.

  • 6Op U heb ik gesteund van den buik aan; van mijner moeders ingewand aan zijt Gij mijn Uithelper; mijn lof is geduriglijk van U.

  • 5Want ik ken mijn overtredingen, en mijn zonde is steeds voor mij.

  • 25Ik heb gegraven en de wateren gedronken; en ik heb met mijn voetzolen alle rivieren der belegerde plaatsen verdroogd.

  • 54Tsade. De wateren zwommen over mijn hoofd; ik zeide: Ik ben afgesneden!

  • 18En waarom hebt Gij mij uit de baarmoeder voortgebracht? Och, dat ik den geest gegeven had, en geen oog mij gezien had!

  • 3Want Gij hadt mij geworpen in de diepte, in het hart der zeeen, en de stroom omving mij; al Uw baren en Uw golven gingen over mij henen.

  • 18Ik zal rivieren op de hoge plaatsen openen, en fonteinen in het midden der valleien; Ik zal de woestijn tot een waterpoel zetten, en het dorre land tot watertochten.

  • 14De afgrond zegt: Zij is in mij niet; en de zee zegt: Zij is niet bij mij.

  • Job 29:4-6
    3 verzen
    67%

    4Gelijk als ik was in de dagen mijner jonkheid, toen Gods verborgenheid over mijn tent was;

    5Toen de Almachtige nog met mij was, en mijn jongens rondom mij;

    6Toen ik mijn gangen wies in boter, en de rots bij mij oliebeken uitgoot;

  • 8Die den rotssteen veranderde in een watervloed, den keisteen in een waterfontein.

  • 1Een lied Hammaaloth. Uit de diepten roep ik tot U, o HEERE!

  • 7Nu zijn zij geschapen, en niet van toen af, en voor dezen dag hebt gij ze ook niet gehoord; opdat gij niet misschien zeggen zoudt: Ziet, ik heb ze geweten.

  • 18Waarom ben ik toch uit de baarmoeder voortgekomen, om moeite en droefenis te zien, en dat mijn dagen in beschaamdheid vergaan?

  • 5De doden zullen geboren worden van onder de wateren, en hun inwoners.

  • 7O mijn God! mijn ziel buigt zich neder in mij, daarom gedenk ik Uwer uit het land van de Jordaan, en Hermon, uit het klein gebergte.

  • 2De aarde nu was woest en ledig, en duisternis was op den afgrond; en de Geest Gods zweefde op de wateren.

  • 5Eer Ik u in moeders buik formeerde, heb Ik u gekend, en eer gij uit de baarmoeder voortkwaamt, heb Ik u geheiligd; Ik heb u den volken tot een profeet gesteld.