Psalmen 135:20

Statenvertaling (States Bible)

Gij huis van Levi! looft den HEERE; gij die den HEERE vreest! looft den HEERE.

Aanvullende bronnen

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 19Gij huis Israels! looft den HEERE; gij huis Aarons! looft den HEERE.

  • 21Geloofd zij de HEERE uit Sion, Die te Jeruzalem woont. Hallelujah!

  • Ps 135:1-3
    3 verzen
    77%

    1Hallelujah! Prijst den Naam des HEEREN, prijst Hem, gij knechten des HEEREN!

    2Gij, die staat in het huis des HEEREN, in de voorhoven van het huis onzes Gods!

    3Looft den HEERE, want de HEERE is goed; psalmzingt Zijn Naam, want Hij is liefelijk.

  • 1Hallelujah! Aleph. Welgelukzalig is de man, die den HEERE vreest; Beth. die groten lust heeft in Zijn geboden.

  • Ps 115:10-13
    4 verzen
    76%

    10Gij huis van Aaron! vertrouw op den HEERE; Hij is hun Hulp en hun Schild.

    11Gijlieden, die den HEERE vreest! vertrouwt op den HEERE; Hij is hun Hulp en hun Schild.

    12De HEERE is onzer gedachtig geweest, Hij zal zegenen; Hij zal het huis van Israel zegenen, Hij zal het huis van Aaron zegenen.

    13Hij zal zegenen, die den HEERE vrezen, de kleinen met de groten.

  • Ps 128:4-5
    2 verzen
    75%

    4Ziet, alzo zal zekerlijk die man gezegend worden, die den HEERE vreest.

    5De HEERE zal u zegenen uit Sion, en gij zult het goede van Jeruzalem aanschouwen al de dagen uws levens;

  • Ps 134:1-3
    3 verzen
    75%

    1Een lied Hammaaloth. Ziet, looft den HEERE, alle gij knechten des HEEREN! gij, die allen nacht in het huis des HEEREN staat.

    2Heft uw handen op naar het heiligdom, en looft den HEERE.

    3De HEERE zegene u uit Sion, Hij, Die den hemel en de aarde gemaakt heeft.

  • 23Zo zal ik Uw Naam mijn broederen vertellen; in het midden der gemeente zal ik U prijzen.

  • Ps 113:1-2
    2 verzen
    74%

    1Hallelujah! Looft, gij knechten des HEEREN! looft den Naam des HEEREN.

    2De Naam des HEEREN zij geprezen, van nu aan tot in der eeuwigheid.

  • 15Gijlieden zijt den HEERE gezegend, Die den hemel en de aarde gemaakt heeft.

  • 27Nu dan, het heeft U beliefd te zegenen het huis Uws knechts, dat het in eeuwigheid voor Uw aangezicht zij; want Gij, HEERE, hebt het gezegend, en het zal gezegend zijn in eeuwigheid.

  • 5En de Levieten, Jesua, en Kadmiel, Bani, Hasabneja; Serebja, Hodia, Sebanja, Petahja, zeiden: Staat op, looft den HEERE, uw God, van eeuwigheid tot in eeuwigheid; en men love den Naam Uwer heerlijkheid, die verhoogd is boven allen lof en prijs!

  • 19En de Levieten uit de kinderen der Kahathieten, en uit de kinderen der Korahieten, stonden op, om den HEERE, den God Israels, met luider stem ten hoogste te prijzen.

  • 18Maar wij zullen den HEERE loven van nu aan tot in der eeuwigheid. Hallelujah!

  • 1Een lied Hammaaloth. Welgelukzalig is een iegelijk, die den HEERE vreest, die in Zijn wegen wandelt.

  • Deut 10:8-9
    2 verzen
    71%

    8Ter zelver tijd scheidde de HEERE den stam Levi uit, om de ark des verbonds des HEEREN te dragen, om voor het aangezicht des HEEREN te staan, om Hem te dienen, en om in Zijn Naam te zegenen, tot op dezen dag.

    9Daarom heeft Levi geen deel noch erve met zijn broederen; de HEERE is zijn Erfdeel, gelijk als de HEERE, uw God, tot hem gesproken heeft.

  • 11En gij zult vrolijk zijn over al het goede, dat de HEERE, uw God, aan u en uw huis gegeven heeft; gij, en de Leviet, en de vreemdeling, die in het midden van u is.

  • 4Dan zult gij weten, dat Ik dit gebod tot u gezonden heb; opdat Mijn verbond met Levi zij, zegt de HEERE der heirscharen.

  • 26Gezegend zij hij, die daar komt in den Naam des HEEREN! Wij zegenen ulieden uit het huis des HEEREN.

  • 10Jod. Al Uw werken, HEERE, zullen U loven, en Uw gunstgenoten zullen U zegenen.

  • 14En de Levieten zullen betuigen en zeggen tot allen man van Israel, met verhevene stem:

  • 19In de voorhoven van het huis des HEEREN, in het midden van u, o Jeruzalem! Hallelujah!

  • 4Zelfs vindt de mus een huis, en de zwaluw een nest voor zich, waar zij haar jongen legt, bij Uw altaren, HEERE der heirscharen, mijn Koning, en mijn God!

  • 36Geloofd zij de HEERE, de God Israels, van eeuwigheid tot eeuwigheid! En al het volk zeide: Amen! en het loofde den HEERE.

  • 24De HEERE zegene u, en behoede u!

  • 29Zo believe het U nu, en zegen het huis van Uw knecht, dat het in eeuwigheid voor uw aangezicht zij; want Gij, Heere HEERE, hebt het gesproken, en met Uw zegen zal het huis van Uw knecht gezegend worden in eeuwigheid.

  • 12O Jeruzalem! roem den HEERE; o Sion! loof uw God.

  • 1Hallelujah! Looft God in Zijn heiligdom; looft Hem in het uitspansel Zijner sterkte!

  • 6Alles, wat adem heeft, love den HEERE! Hallelujah!

  • 21Looft den HEERE, al Zijn heirscharen! gij Zijn dienaars, die Zijn welbehagen doet!

  • 27Toen stonden de Levietische priesteren op, en zegenden het volk; en hun stem werd gehoord; want hun gebed kwam tot Zijn heilige woning in den hemel.

  • 21Thau. Mijn mond zal den prijs des HEEREN uitspreken, en alle vlees zal Zijn heiligen Naam loven in der eeuwigheid en altoos.

  • 1Looft den HEERE, alle heidenen; prijst Hem, alle natien!

  • 26De zangers gingen voor, de speellieden achter, in het midden de trommelende maagden.

  • 48Geloofd zij de HEERE, de God Israels, van eeuwigheid en tot in eeuwigheid; en al het volk zegge: Amen, Hallelujah!

  • 1Hallelujah! O mijn ziel! prijs den HEERE.

  • 6Maar dat niemand kome in het huis des HEEREN, dan de priesteren en de Levieten, die dienen; die zullen ingaan, want zij zijn heilig; maar al het volk zal de wacht des HEEREN waarnemen.

  • 1Hallelujah! Aleph. Ik zal den HEERE loven van ganser harte; Beth. In den raad en vergadering der oprechten.

  • 10Resch. De vreze des HEEREN is het beginsel der wijsheid; Schin. allen, die ze doen, hebben goed verstand; Thau. Zijn lof bestaat tot in der eeuwigheid.