Psalmen 145:17
Tsade. De HEERE is rechtvaardig in al Zijn wegen, en goedertieren in al Zijn werken.
Tsade. De HEERE is rechtvaardig in al Zijn wegen, en goedertieren in al Zijn werken.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
4Want des HEEREN woord is recht, en al Zijn werk getrouw.
5Hij heeft gerechtigheid en gericht lief; de aarde is vol van de goedertierenheid des HEEREN.
7Zain. Zij zullen de gedachtenis der grootheid Uwer goedheid overvloediglijk uitstorten, en zij zullen Uw gerechtigheid met gejuich verkondigen.
8Cheth. Genadig en barmhartig is de HEERE, lankmoedig en groot van goedertierenheid.
9Teth. De HEERE is aan allen goed, en Zijn barmhartigheden zijn over al Zijn werken.
10Jod. Al Uw werken, HEERE, zullen U loven, en Uw gunstgenoten zullen U zegenen.
7Mem. De werken Zijner handen zijn waarheid en oordeel; Nun. al Zijn bevelen zijn getrouw.
5De HEERE is genadig en rechtvaardig, en onze God is ontfermende.
2Gimel. De werken des HEEREN zijn groot; Daleth. zij worden gezocht van allen, die er lust in hebben.
3He. Zijn doen is majesteit en heerlijkheid; Vau. en zijn gerechtigheid bestaat in der eeuwigheid.
4Zain. Hij heeft Zijn wonderen een gedachtenis gemaakt; Cheth. de HEERE is genadig en barmhartig.
4Hij is de Rotssteen, Wiens werk volkomen is; want al Zijn wegen zijn gerichte. God is waarheid, en is geen onrecht; rechtvaardig en recht is Hij.
18Koph. De HEERE is nabij allen, die Hem aanroepen, allen, die Hem aanroepen in der waarheid.
137Tsade. HEERE! Gij zijt rechtvaardig, en elkeen Uwer oordelen is recht.
6De HEERE doet gerechtigheid en gerichten al dengenen, die onderdrukt worden.
16Doch de HEERE der heirscharen zal verhoogd worden door het recht; en God, die Heilige, zal geheiligd worden door gerechtigheid.
15In den grijzen ouderdom zullen zij nog vruchten dragen; zij zullen vet en groen zijn, [ (Psalms 92:16) Om te verkondigen, dat de HEERE recht is; Hij is mijn Rotssteen, en in Hem is geen onrecht. ]
7Hij is de HEERE, onze God; Zijn oordelen zijn over de gehele aarde.
7Want de HEERE is rechtvaardig, Hij heeft gerechtigheden lief; Zijn aangezicht aanschouwt den oprechte.
4De HEERE, Die rechtvaardig is, heeft de touwen der goddelozen afgehouwen.
10Caph. Alle paden des HEEREN zijn goedertierenheid en waarheid, dengenen, die Zijn verbond en Zijn getuigenissen bewaren.
142Uw gerechtigheid is gerechtigheid in eeuwigheid, en Uw wet is de waarheid.
3Welgelukzalig zijn zij, die het recht onderhouden, die te aller tijd gerechtigheid doet.
8De HEERE opent de ogen der blinden; de HEERE richt de gebogenen op; de HEERE heeft de rechtvaardigen lief.
17Pe. Het aangezicht des HEEREN is tegen degenen, die kwaad doen, om hun gedachtenis van de aarde uit te roeien.
6O HEERE! Uw goedertierenheid is tot in de hemelen; Uw waarheid tot de bovenste wolken toe.
14Hij is de HEERE, onze God; Zijn oordelen zijn over de gehele aarde.
11Een rechte waag en weegschaal zijn des HEEREN; alle weegstenen des zaks zijn Zijn werk.
8Zo zal de vergadering der volken U omsingelen; keer dan boven haar weder in de hoogte.
9Verheft den HEERE, onzen God, en buigt u voor den berg Zijner heiligheid; want de HEERE, onze God, is heilig.
15Samech. Wijk af van het kwaad, en doe het goede; zoek den vrede, en jaag dien na.
9De bevelen des HEEREN zijn recht, verblijdende het hart; het gebod des HEEREN is zuiver, verlichtende de ogen.
6De hemelen verkondigen Zijn gerechtigheid, en alle volken zien Zijn eer.
2Rondom Hem zijn wolken en donkerheid, gerechtigheid en gericht zijn de vastigheid Zijns troons.
8Teth. De HEERE is goed en recht; daarom zal Hij de zondaars onderwijzen in den weg.
14Daarom heeft de HEERE over het kwade gewaakt, en Hij heeft het over ons gebracht; want de HEERE, onze God, is rechtvaardig in al Zijn werken, die Hij gedaan heeft, dewijl wij Zijner stem niet gehoorzaamden.
6Die den hemel en de aarde gemaakt heeft, de zee en al wat in dezelve is; Die trouwe houdt in der eeuwigheid.
5Verheft den HEERE, onzen God, en buigt u neder voor de voetbank Zijner voeten; Hij is heilig!
7Het pad des rechtvaardigen is geheel effen, den gang des rechtvaardigen weegt Gij recht.
3Gimel. De HEERE is groot en zeer te prijzen, en Zijn grootheid is ondoorgrondelijk.
16Pe. Gij doet Uw hand open, en verzadigt al wat er leeft, naar Uw welbehagen.
3Dat zij Uw groten en vreselijken Naam loven, die heilig is;
151Maar Gij, HEERE! zijt nabij, en al Uw geboden zijn waarheid.
8Maar de HEERE zal in eeuwigheid zitten; Hij heeft Zijn troon bereid ten gerichte.
13Ik weet, dat de HEERE de rechtzaak des ellendigen, en het recht der nooddruftigen zal uitvoeren. [ (Psalms 140:14) Gewisselijk, de rechtvaardigen zullen Uw Naam loven; de oprechten zullen voor Uw aangezicht blijven. ]
11Mijn schild is bij God, Die de oprechten van hart behoudt.
31De heerlijkheid des HEEREN zij tot in der eeuwigheid; de HEERE verblijde Zich in Zijn werken.
4HEERE! doe den goeden wel, en dengenen, die oprecht zijn in hun harten.
14Samech. De HEERE ondersteunt allen, die vallen, en Hij richt op alle gebogenen.
23Ik zeide wel in mijn haasten: Ik ben afgesneden van voor Uw ogen; dan nog hoordet Gij de stem mijner smekingen, als ik tot U riep.