Psalmen 146:8

Statenvertaling (States Bible)

De HEERE opent de ogen der blinden; de HEERE richt de gebogenen op; de HEERE heeft de rechtvaardigen lief.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Matt 9:30 : 30 En hun ogen zijn geopend geworden. En Jezus heeft hun zeer gestrengelijk verboden, zeggende: Ziet, dat het niemand wete.
  • Ps 11:7 : 7 Want de HEERE is rechtvaardig, Hij heeft gerechtigheden lief; Zijn aangezicht aanschouwt den oprechte.
  • Ps 145:14 : 14 Samech. De HEERE ondersteunt allen, die vallen, en Hij richt op alle gebogenen.
  • Ps 147:6 : 6 De HEERE houdt de zachtmoedigen staande; de goddelozen vernedert Hij, tot de aarde toe.
  • Jes 35:5 : 5 Alsdan zullen der blinden ogen opengedaan worden, en der doven oren zullen geopend worden.
  • Jes 42:16 : 16 En Ik zal de blinden leiden door den weg, dien zij niet geweten hebben, Ik zal ze doen treden door de paden, die zij niet geweten hebben; Ik zal de duisternis voor hun aangezicht ten licht maken, en het kromme tot recht; deze dingen zal Ik hun doen, en Ik zal hen niet verlaten.
  • Jes 42:18 : 18 Hoort, gij doven! en schouwt aan, gij blinden! om te zien.
  • Deut 33:3 : 3 Immers bemint Hij de volken! Al zijn heiligen zijn in Uw hand; zij zullen in het midden tussen Uw voeten gezet worden; een ieder zal ontvangen van Uw woorden.
  • Matt 11:5 : 5 De blinden worden ziende, en de kreupelen wandelen; de melaatsen worden gereinigd, en de doven horen; de doden worden opgewekt, en den armen wordt het Evangelie verkondigd.
  • Luk 13:11-13 : 11 En ziet, er was een vrouw, die een geest der krankheid achttien jaren lang gehad had, en zij was samengebogen, en kon zich ganselijk niet oprichten. 12 En Jezus, haar ziende, riep haar tot Zich, en zeide tot haar: Vrouw, gij zijt verlost van uw krankheid. 13 En Hij legde de handen op haar; en zij werd terstond weder recht, en verheerlijkte God.
  • Luk 18:41-42 : 41 Zeggende: Wat wilt gij, dat Ik u doen zal? En hij zeide: Heere! dat ik ziende mag worden. 42 En Jezus zeide tot hem: Word ziende; uw geloof heeft u behouden.
  • Joh 9:7-9 : 7 En zeide tot hem: Ga heen, was u in het badwater Siloam (hetwelk overgezet wordt: uitgezonden). Hij dan ging heen en wies zich, en kwam ziende. 8 De geburen dan, en die hem te voren gezien hadden, dat hij blind was, zeiden: Is deze niet, die zat en bedelde? 9 Anderen zeiden: Hij is het; en anderen: Hij is hem gelijk. Hij zeide: Ik ben het. 10 Zij dan zeiden tot hem: Hoe zijn u de ogen geopend? 11 Hij antwoordde en zeide: De Mens, genaamd Jezus, maakte slijk, en bestreek mijn ogen, en zeide tot mij: Ga heen naar het badwater Siloam, en was u. En ik ging heen, en wies mij, en ik werd ziende. 12 Zij dan zeiden tot hem: Waar is Die? Hij zeide: Ik weet het niet. 13 Zij brachten hem tot de Farizeen, hem namelijk, die te voren blind geweest was. 14 En het was sabbat, als Jezus het slijk maakte, en zijn ogen opende. 15 De Farizeen dan vraagden hem ook wederom, hoe hij ziende geworden was. En hij zeide tot hen: Hij legde slijk op mijn ogen, en ik wies mij, en ik zie. 16 Sommigen dan uit de Farizeen zeiden: Deze Mens is van God niet, want Hij houdt den sabbat niet. Anderen zeiden: Hoe kan een mens, die een zondaar is, zulke tekenen doen? En er was tweedracht onder hen. 17 Zij zeiden wederom tot den blinde: Gij, wat zegt gij van Hem; dewijl Hij uw ogen geopend heeft? En hij zeide: Hij is een Profeet. 18 De Joden dan geloofden van hem niet, dat hij blind geweest was, en ziende was geworden, totdat zij geroepen hadden de ouders desgenen, die ziende geworden was. 19 En zij vraagden hun, zeggende: Is deze uw zoon, welken gij zegt, dat blind geboren is? Hoe ziet hij dan nu? 20 Zijn ouders antwoordden hun en zeiden: Wij weten, dat deze onze zoon is, en dat hij blind geboren is; 21 Maar hoe hij nu ziet, weten wij niet; of wie zijn ogen geopend heeft, weten wij niet; hij heeft zijn ouderdom, vraagt hemzelven; hij zal van zichzelven spreken. 22 Dit zeiden zijn ouders, omdat zij de Joden vreesden; want de Joden hadden alrede te zamen een besluit gemaakt, zo iemand Hem beleed Christus te zijn, dat die uit de synagoge zou geworpen worden. 23 Daarom zeiden zijn ouders: Hij heeft zijn ouderdom, vraagt hemzelven. 24 Zij dan riepen voor de tweede maal den mens, die blind geweest was, en zeiden tot hem: Geef God de eer; wij weten, dat deze Mens een zondaar is. 25 Hij dan antwoordde en zeide: Of Hij een zondaar is, weet ik niet; een ding weet ik, dat ik blind was, en nu zie. 26 En zij zeiden wederom tot hem: Wat heeft Hij u gedaan? Hoe heeft Hij uw ogen geopend? 27 Hij antwoordde hun: Ik heb het u alrede gezegd, en gij hebt het niet gehoord; wat wilt gij het wederom horen? Wilt gijlieden ook Zijn discipelen worden? 28 Zij gaven hem dan scheldwoorden, en zeiden: Gij zijt Zijn discipel; maar wij zijn discipelen van Mozes. 29 Wij weten, dat God tot Mozes gesproken heeft; maar Dezen weten wij niet, van waar Hij is. 30 De mens antwoordde, en zeide tot hen: Hierin is immers wat wonders, dat gij niet weet, van waar Hij is, en nochtans heeft Hij mijn ogen geopend. 31 En wij weten, dat God de zondaars niet hoort; maar zo iemand godvruchtig is, en Zijn wil doet, dien hoort Hij. 32 Van alle eeuw is het niet gehoord, dat iemand eens blindgeborenen ogen geopend heeft. 33 Indien Deze van God niet ware, Hij zou niets kunnen doen.
  • Joh 14:21-23 : 21 Die Mijn geboden heeft, en dezelve bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en die Mij liefheeft, zal van Mijn Vader geliefd worden; en Ik zal hem liefhebben, en Ik zal Mijzelven aan hem openbaren. 22 Judas, niet de Iskariot, zeide tot Hem: Heere, wat is het, dat Gij Uzelven aan ons zult openbaren, en niet aan de wereld? 23 Jezus antwoordde en zeide tot hem: Zo iemand Mij liefheeft, die zal Mijn woord bewaren; en Mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen tot hem komen, en zullen woning bij hem maken.
  • Joh 16:27 : 27 Want de Vader Zelf heeft u lief, dewijl gij Mij liefgehad hebt, en hebt geloofd, dat Ik van God ben uitgegaan.
  • Hand 26:18 : 18 Om hun ogen te openen, en hen te bekeren van de duisternis tot het licht, en van de macht des satans tot God; opdat zij vergeving der zonden ontvangen, en een erfdeel onder de geheiligden, door het geloof in Mij.
  • 2 Kor 7:6 : 6 Doch God, Die de nederigen vertroost, heeft ons getroost door de komst van Titus.
  • Ef 1:18 : 18 Namelijk verlichte ogen uws verstands, opdat gij moogt weten, welke zij de hoop van Zijn roeping, en welke de rijkdom zij der heerlijkheid van Zijn erfenis in de heiligen;
  • 1 Petr 2:9 : 9 Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk; opdat gij zoudt verkondigen de deugden Desgenen, Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht;

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 145:14-15
    2 verzen
    79%

    14Samech. De HEERE ondersteunt allen, die vallen, en Hij richt op alle gebogenen.

    15Ain. Aller ogen wachten op U; en Gij geeft hun hun spijs te zijner tijd.

  • 9De HEERE bewaart de vreemdelingen; Hij houdt den wees en de weduwe staande; maar der goddelozen weg keert Hij om.

  • 7Die den verdrukte recht doet, Die den hongerige brood geeft; de HEERE maakt de gevangenen los.

  • 7Want de HEERE is rechtvaardig, Hij heeft gerechtigheden lief; Zijn aangezicht aanschouwt den oprechte.

  • 15Samech. Wijk af van het kwaad, en doe het goede; zoek den vrede, en jaag dien na.

  • 7Om te openen de blinde ogen, om de gebondenen uit te voeren uit de gevangenis, en uit het gevangenhuis, die in duisternis zitten.

  • 6De HEERE doet gerechtigheid en gerichten al dengenen, die onderdrukt worden.

  • 6De HEERE houdt de zachtmoedigen staande; de goddelozen vernedert Hij, tot de aarde toe.

  • 28En Gij verlost het bedrukte volk; maar Uw ogen zijn tegen de hogen, Gij zult hen vernederen.

  • 5Hij heeft gerechtigheid en gericht lief; de aarde is vol van de goedertierenheid des HEEREN.

  • 17Want de armen der goddelozen zullen verbroken worden; maar de HEERE ondersteunt de rechtvaardigen.

  • 1 Sam 2:6-8
    3 verzen
    72%

    6De HEERE doodt en maakt levend; Hij doet ter helle nederdalen, en Hij doet weder opkomen.

    7De HEERE maakt arm en maakt rijk; Hij vernedert, ook verhoogt Hij.

    8Hij verheft den geringe uit het stof, en den nooddruftige verhoogt Hij uit den drek, om te doen zitten bij de vorsten, dat Hij hen den stoel der ere doe beerven; want de grondvesten des aardrijks zijn des HEEREN, en Hij heeft de wereld daarop gezet.

  • 5Alsdan zullen der blinden ogen opengedaan worden, en der doven oren zullen geopend worden.

  • 18En te dien dage zullen de doven horen de woorden des Boeks; en de ogen der blinden, zijnde uit de donkerheid en uit de duisternis, zullen zien.

  • 4De HEERE, Die rechtvaardig is, heeft de touwen der goddelozen afgehouwen.

  • Ps 113:6-7
    2 verzen
    71%

    6Die zeer laag ziet, in den hemel en op de aarde.

    7Die den geringe uit het stof opricht, en den nooddruftige uit den drek verhoogt;

  • Ps 116:5-6
    2 verzen
    71%

    5De HEERE is genadig en rechtvaardig, en onze God is ontfermende.

    6De HEERE bewaart de eenvoudigen; ik was uitgeteerd, doch Hij heeft mij verlost.

  • 17Tsade. De HEERE is rechtvaardig in al Zijn wegen, en goedertieren in al Zijn werken.

  • 13De arme en de bedrieger ontmoeten elkander; de HEERE verlicht hun beider ogen.

  • 4Zain. Den oprechten gaat het licht op in de duisternis; Cheth. Hij is genadig, en barmhartig, en rechtvaardig.

  • 6Want de HEERE is hoog, nochtans ziet Hij de nederige aan, en den verhevene kent Hij van verre.

  • 12Want de ogen des Heeren zijn over de rechtvaardigen, en Zijn oren tot hun gebed; maar het aangezicht des Heeren is tegen degenen, die kwaad doen.

  • 8De wet des HEEREN is volmaakt, bekerende de ziel; de getuigenis des HEEREN is gewis, den slechten wijsheid gevende.

  • 4HEERE! doe den goeden wel, en dengenen, die oprecht zijn in hun harten.

  • 7Hij onttrekt Zijn ogen niet van den rechtvaardige, maar met de koningen zijn zij in den troon; daar zet Hij hen voor altoos, en zij worden verheven.

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester.

  • 3Hij geneest de gebrokenen van hart, en Hij verbindt hen in hun smarten.

  • Ps 107:42-43
    2 verzen
    70%

    42De oprechten zien het, en zijn verblijd, maar alle ongerechtigheid stopt haar mond.

    43Wie is wijs? Die neme deze dingen waar; en dat zij verstandelijk letten op de goedertierenheden des HEEREN.

  • 3Welgelukzalig zijn zij, die het recht onderhouden, die te aller tijd gerechtigheid doet.

  • 27Bij den reine houdt Gij U rein, maar bij den verkeerde bewijst Gij U een Worstelaar.

  • 18Ontdek mijn ogen, dat ik aanschouwe de wonderen van Uw wet.

  • 7De rechtvaardige neemt kennis van de rechtzaak der armen; maar de goddeloze begrijpt de wetenschap niet.

  • 11Het licht is voor den rechtvaardige gezaaid, en vrolijkheid voor de oprechten van hart.

  • 9Die goed van oog is, die zal gezegend worden; want hij heeft van zijn brood den armen gegeven.

  • 17Pe. Het aangezicht des HEEREN is tegen degenen, die kwaad doen, om hun gedachtenis van de aarde uit te roeien.

  • 18Hoort, gij doven! en schouwt aan, gij blinden! om te zien.

  • 18Die het recht van den wees en van de weduwe doet; en den vreemdeling liefheeft, dat Hij hem brood en kleding geve.

  • 4De HEERE is in het paleis Zijner heiligheid, des HEEREN troon is in den hemel; Zijn ogen aanschouwen, Zijn oogleden proeven de mensenkinderen.

  • 18Ziet, des HEEREN oog is over degenen, die Hem vrezen, op degenen, die op Zijn goedertierenheid hopen.

  • 8Teth. De HEERE is goed en recht; daarom zal Hij de zondaars onderwijzen in den weg.

  • 8Cheth. Genadig en barmhartig is de HEERE, lankmoedig en groot van goedertierenheid.

  • 12Een man van kwade tong zal op de aarde niet bevestigd worden; een boos man des gewelds, dien zal men jagen, totdat hij geheel verdreven is.

  • 11Om de vernederden te stellen in het hoge; dat de rouwdragenden door heil verheven worden.

  • 69%

    8Maar de HEERE zal in eeuwigheid zitten; Hij heeft Zijn troon bereid ten gerichte.