Psalmen 44:26

Statenvertaling (States Bible)

Want onze ziel is in het stof nedergebogen; onze buik kleeft aan de aarde. [ (Psalms 44:27) Sta op, ons ter hulp, en verlos ons om Uwer goedertierenheid wil. ]

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 25:22 : 22 O God! verlos Israel uit al zijn benauwdheden.
  • Ps 26:11 : 11 Maar ik wandel in mijn oprechtigheid, verlos mij dan en wees mij genadig.
  • Ps 35:2 : 2 Grijp het schild en de rondas, en sta op tot mijn hulp.
  • Ps 130:7-8 : 7 Israel hope op den HEERE; want bij den HEERE is goedertierenheid, en bij Hem is veel verlossing. 8 En Hij zal Israel verlossen van al zijn ongerechtigheden.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Ps 44:23-25
    3 verzen
    77%

    23Maar om Uwentwil worden wij den gansen dag gedood; wij worden geacht als slachtschapen.

    24Waak op, waarom zoudt Gij slapen, HEERE! Ontwaak, verstoot niet in eeuwigheid.

    25Waarom zoudt Gij Uw aangezicht verbergen, onze ellende en onze onderdrukking vergeten?

  • 75%

    4Ja, mijn ziel is zeer verschrikt; en Gij, HEERE, hoe lange?

  • Ps 79:8-9
    2 verzen
    75%

    8Gedenk ons de vorige misdaden niet; haast U, laat Uw barmhartigheden ons voorkomen; want wij zijn zeer dun geworden.

    9Help ons, o God onzes heils! ter oorzake van de eer Uws Naams; en red ons, en doe verzoening over onze zonden, om Uws Naams wil.

  • Ps 20:8-9
    2 verzen
    74%

    8Dezen vermelden van wagens, en die van paarden; maar wij zullen vermelden van den Naam des HEEREN, onzes Gods.

    9Zij hebben zich gekromd, en zijn gevallen; maar wij zijn gerezen en staande gebleven. [ (Psalms 20:10) O HEERE! behoud; die Koning verhore ons ten dage van ons roepen. ]

  • 26Help mij, HEERE, mijn God! verlos mij naar Uw goedertierenheid.

  • 22Verlaat mij niet, o HEERE, mijn God! wees niet verre van mij. [ (Psalms 38:23) Haast U tot mijn hulp, HEERE, mijn Heil! ]

  • 11O HEERE! maak mij levend, om Uws Naams wil; voer mijn ziel uit de benauwdheid, om Uw gerechtigheid.

  • 22O God! verlos Israel uit al zijn benauwdheden.

  • 10Wat gewin is er in mijn bloed, in mijn nederdalen tot de groeve? Zal U het stof loven? Zal het Uw waarheid verkondigen?

  • 22Uw goedertierenheid, HEERE! zij over ons; gelijk als wij op U hopen.

  • 13Want kwaden, tot zonder getal toe, hebben mij omgeven; mijn ongerechtigheden hebben mij aangegrepen, dat ik niet heb kunnen zien; zij zijn menigvuldiger dan de haren mijns hoofds, en mijn hart heeft mij verlaten.

  • 35En zegt: Verlos ons, o God onzes heils, en verzamel ons, en red ons van de heidenen, dat wij Uw heiligen Naam loven, en dat wij ons Uws lofs roemen.

  • 2HEERE, wees ons genadig, wij hebben op U gewacht; wees hun arm allen morgen, daartoe onze behoudenis ten tijde der benauwdheid.

  • 72%

    6Zo vervolge de vijand mijn ziel, en achterhale ze, en vertrede mijn leven ter aarde, en doe mijn eer in het stof wonen! Sela.

  • Ps 69:17-18
    2 verzen
    72%

    17Verhoor mij, o HEERE, want Uw goedertierenheid is goed; zie mij aan naar de grootheid Uwer barmhartigheden.

    18En verberg Uw aangezicht niet van Uw knecht, want mij is bange; haast U, verhoor mij.

  • Ps 85:6-7
    2 verzen
    72%

    6Zult Gij eeuwiglijk tegen ons toornen? Zult Gij Uw toorn uitstrekken van geslacht tot geslacht?

    7Zult Gij ons niet weder levend maken, opdat Uw volk zich in U verblijde?

  • 16Mijn tijden zijn in Uw hand; red mij van de hand mijner vijanden, en van mijn vervolgers.

  • Ps 80:2-3
    2 verzen
    71%

    2O Herder Israels! neem ter ore, Die Jozef als schapen leiddet; Die tussen de cherubim zit, verschijn blinkende.

    3Wek Uw macht op voor het aangezicht van Efraim, en Benjamin, en Manasse, en kom tot onze verlossing.

  • 8Onze hulp is in den Naam des HEEREN, Die hemel en aarde gemaakt heeft.

  • Ps 80:18-19
    2 verzen
    71%

    18Uw hand zij over den man Uwer rechterhand, over des mensen zoon, dien Gij U gesterkt hebt.

    19Zo zullen wij van U niet terugkeren; behoud ons in het leven, zo zullen wij Uw Naam aanroepen. [ (Psalms 80:20) O HEERE, God der heirscharen! breng ons weder; laat Uw aanschijn lichten, zo zullen wij verlost worden. ]

  • 12Zult Gij het niet zijn, o God! Die ons verstoten hadt, en Die niet uittoogt, o God! met onze heirkrachten?

  • 11Wie zal mij voeren in een vaste stad? Wie zal mij leiden tot in Edom?

  • 1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, om te doen gedenken.

  • 20Onze ziel verbeidt den HEERE: Hij is onze Hulp en ons Schild.

  • 2Grijp het schild en de rondas, en sta op tot mijn hulp.

  • 5Gij hebt Uw volk een harde zaak doen zien; Gij hebt ons gedrenkt met zwijmelwijn.

  • 23Ontwaak en word wakker tot mijn recht; mijn God en HEERE! tot mijn twistzaak.

  • 47Verlos ons, HEERE, onze God! en verzamel ons uit de heidenen, opdat wij den Naam Uwer heiligheid loven, ons beroemende in Uw lof.

  • 6Verhef U, o God! boven de hemelen, en Uw eer over de ganse aarde.

  • 13Maar Gij, HEERE! blijft in eeuwigheid, en Uw gedachtenis van geslacht tot geslacht.

  • 16Pe. Wend U tot mij, en wees mij genadig, want ik ben eenzaam en ellendig.

  • 10Zelfs de man mijns vredes, op welken ik vertrouwde, die mijn brood at, heeft de verzenen tegen mij grotelijks verheven.

  • 13Want Gij zult hen zetten tot een wit; met Uw pezen zult Gij het op hun aangezicht toeleggen. [ (Psalms 21:14) Verhoog U, HEERE! in Uw sterkte; zo zullen wij zingen, en Uw macht met psalmen loven. ]

  • 13Sta op, HEERE, kom zijn aangezicht voor, vel hem neder; bevrijd mijn ziel met Uw zwaard van den goddeloze;

  • 41Vau. En dat mij Uw goedertierenheden overkomen, o HEERE! Uw heil, naar Uw toezegging;

  • 8En Hij zal Israel verlossen van al zijn ongerechtigheden.

  • 24En Hij heeft ons onzen tegenpartijders ontrukt; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.

  • 21Maar Gij, o HEERE Heere! maak het met mij om Uws Naams wil; dewijl Uw goedertierenheid goed is, verlos mij.

  • 12Sta op, HEERE God! hef Uw hand op, vergeet de ellendigen niet.

  • 3Zijt ons genadig, o HEERE! zijt ons genadig, want wij zijn der verachting veel te zat.

  • 13Want Hij zoekt de bloedstortingen, Hij gedenkt derzelve; Hij vergeet het geroep der ellendigen niet.

  • 5Gij Zelf zijt mijn Koning, o God! gebied de verlossingen Jakobs.