1 Kronieken 1:6

Statenvertaling (States Bible)

En de kinderen van Gomer waren Askenaz, en Difath, en Thogarma.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Gen 10:3 : 3 En de zonen van Gomer zijn: Askenaz, en Rifath, en Togarma.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • Gen 10:1-4
    4 verzen
    94%

    1Dit nu zijn de geboorten van Noachs zonen: Sem, Cham, en Jafeth; en hun werden zonen geboren na den vloed.

    2De zonen van Jafeth zijn: Gomer, en Magog, en Madai, en Javan, en Tubal, en Mesech, en Thiras.

    3En de zonen van Gomer zijn: Askenaz, en Rifath, en Togarma.

    4En de zonen van Javan zijn: Elisa, en Tarsis; de Chittieten en Dodanieten.

  • 1 Kron 1:4-5
    2 verzen
    86%

    4Noach, Sem, Cham en Jafeth.

    5De kinderen van Jafeth waren Gomer, en Magog, en Madai, en Javan, en Tubal, en Mesech, en Tiras.

  • 6Gomer en al zijn benden, en het huis van Togarma, aan de zijden van het noorden, en al zijn benden; vele volken met u.

  • 1 Kron 1:7-9
    3 verzen
    78%

    7En de kinderen van Javan waren Elisa en Tharsisa, de Chittieten en Dodanieten.

    8De kinderen van Cham waren Cusch en Mitsraim, Put, en Kanaan.

    9En de kinderen van Cusch waren Seba, en Havila, en Sabta, en Raema, en Sabtecha; en de kinderen van Raema waren Scheba en Dedan.

  • 76%

    16En den Arvadiet, en den Zemariet, en den Hamathiet.

    17De kinderen van Sem waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram, en Uz, en Hul, en Gether, en Mesech.

    18Arfachsad nu gewon Selah, en Selah gewon Heber.

  • Gen 10:21-23
    3 verzen
    72%

    21Voorts zijn Sem zonen geboren; dezelve is ook de vader aller zonen van Heber, broeder van Jafeth, den grootste.

    22Sems zonen waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram.

    23En Arams zonen waren Uz, en Hul, en Gether, en Maz.

  • 10En Noach gewon drie zonen: Sem, Cham en Jafeth.

  • 1De kinderen van Levi waren Gerson, Kahath en Merari.

  • 20En Joktan gewon Almodad, en Selef, en Hazarmaveth, en Jerah,

  • 6En de zonen van Cham zijn: Cusch en Mitsraim, en Put, en Kanaan.

  • 68%

    34Abraham nu gewon Izak. De zonen van Izak waren Ezau en Israel.

    35En de kinderen van Ezau: Elifaz, Rehuel, en Jehus, en Jaelam, en Korah.

    36De kinderen van Elifaz waren Theman, en Omar, Zefi, en Gaetham, Kenaz, en Timna, en Amalek.

  • 16Zo zijn dan de kinderen van Levi: Gerson, Kahath en Merari.

  • 68%

    4Dan en Nafthali, Gad en Aser.

  • 23En Ofir, en Havila, en Jobab. Alle dezen waren zonen van Joktan.

  • 26Serug, Nahor, Terah,

  • 26En Joktan gewon Almodad, en selef, en Hatsarmaveth, en Jarach,

  • 18En de Arvadiet, en de Tsemariet, en de Hamathiet; en daarna zijn de huisgezinnen der Kanaanieten verspreid.

  • 31Jetur, Nafis, en Kedma; deze zijn de kinderen van Ismael.

  • 53De kinderen van Barkos, de kinderen van Sisera, de kinderen van Thamah;

  • 14Uit het huis van Togarma leverden zij paarden, en ruiteren, en muilezels op uw markten.

  • 31Deze zijn zonen van Sem, naar hun huisgezinnen, naar hun spraken, in hun landschappen, naar hun volken.