Lukas 21:14

Statenvertaling (States Bible)

Neemt dan in uw harten voor, van te voren niet te overdenken, hoe gij u verantwoorden zult;

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Marc 13:11 : 11 Doch wanneer zij u leiden zullen, om u over te leveren, zo zijt te voren niet bezorgd, wat gij spreken zult, en bedenkt het niet; maar zo wat u in die ure gegeven zal worden, spreekt dat; want gij zijt het niet, die spreekt, maar de Heilige Geest.
  • Luk 12:11-12 : 11 En wanneer zij u heenbrengen zullen in de synagogen, en tot de overheden en de machten, zo zijt niet bezorgd, hoe of wat gij tot verantwoording zeggen, of wat gij spreken zult; 12 Want de Heilige Geest zal u in dezelve ure leren, hetgeen gij spreken moet.
  • Matt 10:19-20 : 19 Doch wanneer zij u overleveren, zo zult gij niet bezorgd zijn, hoe of wat gij spreken zult; want het zal u in dezelve ure gegeven worden, wat gij spreken zult. 20 Want gij zijt het niet, die spreekt, maar het is de Geest uws Vaders, Die in u spreekt.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 15Want Ik zal u mond en wijsheid geven, welke niet zullen kunnen tegenspreken, noch wederstaan allen, die zich tegen u zetten.

  • Luk 12:11-12
    2 verzen
    78%

    11En wanneer zij u heenbrengen zullen in de synagogen, en tot de overheden en de machten, zo zijt niet bezorgd, hoe of wat gij tot verantwoording zeggen, of wat gij spreken zult;

    12Want de Heilige Geest zal u in dezelve ure leren, hetgeen gij spreken moet.

  • 11Doch wanneer zij u leiden zullen, om u over te leveren, zo zijt te voren niet bezorgd, wat gij spreken zult, en bedenkt het niet; maar zo wat u in die ure gegeven zal worden, spreekt dat; want gij zijt het niet, die spreekt, maar de Heilige Geest.

  • 13En dit zal u overkomen tot een getuigenis.

  • 77%

    18En gij zult ook voor stadhouders en koningen geleid worden, om Mijnentwil, hun en den heidenen tot getuigenis.

    19Doch wanneer zij u overleveren, zo zult gij niet bezorgd zijn, hoe of wat gij spreken zult; want het zal u in dezelve ure gegeven worden, wat gij spreken zult.

    20Want gij zijt het niet, die spreekt, maar het is de Geest uws Vaders, Die in u spreekt.

  • 73%

    15Maar heiligt God, den Heere, in uw harten; en zijt altijd bereid tot verantwoording aan een iegelijk, die u rekenschap afeist van de hoop, die in u is, met zachtmoedigheid en vreze.

    16En hebt een goed geweten, opdat in hetgeen zij kwalijk van u spreken, als van kwaaddoeners, zij beschaamd mogen worden, die uw goeden wandel in Christus lasteren.

  • Kol 4:5-6
    2 verzen
    70%

    5Wandelt met wijsheid bij degenen, die buiten zijn, den bekwamen tijd uitkopende.

    6Uw woord zij te allen tijde in aangenaamheid, met zout besprengd, opdat gij moogt weten, hoe gij een iegelijk moet antwoorden.

  • 1De mens heeft schikkingen des harten; maar het antwoord der tong is van den HEERE.

  • 8Vaar niet haastelijk voort om te twisten, opdat gij misschien in het laatste daarvan niet wat doet, als uw naaste u zou mogen beschaamd hebben.

  • 29En gijlieden, vraagt niet, wat gij eten, of wat gij drinken zult; en weest niet wankelmoedig.

  • 16Dat dan uw goed niet gelasterd worde.

  • Spr 26:4-5
    2 verzen
    69%

    4Antwoord den zot naar zijn dwaasheid niet, opdat gij ook hem niet gelijk wordt.

    5Antwoord den zot naar zijn dwaasheid, opdat hij in zijn ogen niet wijs zij.

  • 19Maar Petrus en Johannes, antwoordende, zeiden tot hen: Oordeelt gij, of het recht is voor God, ulieden meer te horen dan God.

  • 22Maar Jezus, hun overdenkingen bekennende, antwoordde en zeide tot hen: Wat overdenkt gij in uw harten?

  • 5Och, of gij gans stilzweegt! Dat zou ulieden voor wijsheid wezen.

  • 1Een zacht antwoord keert de grimmigheid af; maar een smartend woord doet den toorn oprijzen.

  • 14Nu heeft hij tegen mij geen woorden gericht, en met ulieder woorden zal ik hem niet beantwoorden.

  • 19Bezit uw zielen in uw lijdzaamheid.

  • 25Weest haastelijk welgezind jegens uw wederpartij, terwijl gij nog met hem op den weg zijt; opdat de wederpartij niet misschien u den rechter overlevere, en de rechter u den dienaar overlevere, en gij in de gevangenis geworpen wordt.

  • Luk 12:57-58
    2 verzen
    68%

    57En waarom oordeelt gij ook van uzelven niet, hetgeen recht is?

    58Want als gij heengaat met uw wederpartij voor de overheid, zo doet naarstigheid op den weg, om van hem verlost te worden; opdat hij misschien u niet voor den rechter trekke, en de rechter u den gerechtsdienaar overlevere, en de gerechtsdienaar u in de gevangenis werpe.

  • 9Maar ziet gij voor uzelven toe; want zij zullen u overleveren in de raadsvergaderingen, en in de synagogen; gij zult geslagen worden, en voor stadhouders en koningen zult gij gesteld worden, om Mijnentwil, hun tot een getuigenis.

  • 2Want gelijk de droom komt door veel bezigheid, alzo de stem des zots door de veelheid der woorden.

  • 7En Hij zeide tot hen: Het komt u niet toe, te weten de tijden of gelegenheden, die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft;

  • 21Wat ondervraagt gij Mij? Ondervraag degenen, die het gehoord hebben, wat Ik tot hen gesproken heb; zie, dezen weten, wat Ik gezegd heb.

  • 8Het woord gezond en onverwerpelijk, opdat degene, die daartegen is, beschaamd worde, en niets kwaads hebbe van ulieden te zeggen.

  • 26En zij konden Hem in Zijn woord niet vatten voor het volk; en zich verwonderende over Zijn antwoord, zwegen zij stil.

  • 1Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt.

  • 31Daarom zijt niet bezorgd, zeggende: Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmede zullen wij ons kleden?

  • 4En Jezus, ziende hun gedachten, zeide: Waarom overdenkt gij kwaad in uw harten?

  • 17Vergeldt niemand kwaad voor kwaad. Bezorgt hetgeen eerlijk is voor alle mensen.

  • 31Of wat koning, gaande naar den krijg, om tegen een anderen koning te slaan, zit niet eerst neder, en beraadslaagt, of hij machtig is met tien duizend te ontmoeten dengene, die met twintig duizend tegen hem komt?

  • 27Beschik uw werk daarbuiten, en bereid het voor u op den akker, en bouw daarna uw huis.

  • 14Maar Hij antwoordde hem niet op een enig woord, alzo dat de stadhouder zich zeer verwonderde.

  • 34En wacht uzelven, dat uw harten niet te eniger tijd bezwaard worden met brasserij en dronkenschap, en zorgvuldigheden dezes levens, en dat u die dag niet onvoorziens over kome.

  • 22En Hij zeide tot Zijn discipelen: Daarom zeg Ik u: Zijt niet bezorgd voor uw leven, wat gij eten zult, noch voor het lichaam, waarmede gij u kleden zult.

  • 8En Jezus, terstond in Zijn geest bekennende, dat zij alzo in zichzelven overdachten, zeide tot hen: Wat overdenkt gij deze dingen in uw harten?

  • 24Oordeelt niet naar het aanzien, maar oordeelt een rechtvaardig oordeel.

  • 8Wordt dan hun niet gelijk; want uw Vader weet, wat gij van node hebt, eer gij Hem bidt.

  • 15Bedenk deze dingen, wees hierin bezig, opdat uw toenemen openbaar zij in alles.

  • 31En zij overlegden onder zich, zeggende: Indien wij zeggen: Uit den hemel, zo zal Hij zeggen: Waarom hebt gij hem dan niet geloofd?

  • 21Gij hebt geen deel noch lot in dit woord: want uw hart is niet recht voor God.

  • 21Om u bekend te maken de zekerheid van de redenen der waarheid; opdat gij de redenen der waarheid antwoorden moogt dengenen, die u zenden.

  • 13Die antwoord geeft, eer hij zal gehoord hebben, dat is hem dwaasheid en schande.