Numeri 3:20

Statenvertaling (States Bible)

En de zonen van Merari, naar hun geslachten: Maheli en Musi; dit zijn de geslachten der Levieten, naar het huis hunner vaderen.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ex 6:19 : 19 En Amram nam Jochebed, zijn moei, zich tot huisvrouw, en zij baarde hem Aaron en Mozes; en de jaren des levens van Amram waren honderd zeven en dertig jaren.
  • 1 Kron 6:19 : 19 De kinderen van Merari waren Maheli en Musi. En dit zijn de huisgezinnen der Levieten, naar hun vaderen.
  • 1 Kron 6:29 : 29 De kinderen van Merari waren Maheli; zijn zoon Libni; zijn zoon Simei; zijn zoon Uzza;
  • 1 Kron 6:44-47 : 44 Hunne broeders nu, de kinderen van Merari, stonden aan de linker zijde, namelijk Ethan, de zoon van Kisi, den zoon van Abdi, den zoon van Malluch, 45 Den zoon van Hasabja, den zoon van Amazia, den zoon van Hilkia, 46 Den zoon van Amzi, den zoon van Bani, den zoon van Semer, 47 Den zoon van Maheli, den zoon van Musi, den zoon van Merari, den zoon van Levi.
  • 1 Kron 15:6 : 6 Van de kinderen van Merari was Asaja overste, en van zijn broederen waren tweehonderd en twintig.
  • 1 Kron 23:21-23 : 21 De kinderen van Merari waren Maheli en Musi; de kinderen van Maheli waren Eleazar en Kis. 22 En Eleazar stierf, en hij had geen zonen, maar dochters; en de kinderen van Kis, haar broeders, namen ze. 23 De kinderen van Musi waren Maheli, en Eder, en Jeremoth; drie.
  • 1 Kron 24:27-30 : 27 De kinderen van Merari van Jaazia waren Beno, en Soham, en Zakkur, en Hibri. 28 Van Maheli was Eleazar; en die had geen kinderen. 29 Aangaande Kis: de kinderen van Kis waren Jerahmeel. 30 En de kinderen van Musi waren Maheli, en Eder, en Jerimoth. Dezen zijn de kinderen der Levieten, naar hun vaderlijke huizen.
  • 1 Kron 25:3 : 3 Aangaande Jeduthun: de kinderen van Jeduthun waren Gedalja, en Zeri, en Jesaja, Hasabja en Mattithja, zes; aan de handen van hun vader Jeduthun, op harpen profeterende met den HEERE te danken en te loven.
  • Num 3:33 : 33 Van Merari is het geslacht der Mahelieten, en het geslacht der Musieten; dit zijn de geslachten van Merari.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 93%

    16Zo zijn dan de kinderen van Levi: Gerson, Kahath en Merari.

    17En dit zijn de namen der zonen van Gerson: Libni en Simei.

    18En de kinderen van Kahath waren Amram, en Jizhar, en Hebron, en Uzziel.

    19De kinderen van Merari waren Maheli en Musi. En dit zijn de huisgezinnen der Levieten, naar hun vaderen.

    20Van Gerson: zijn zoon was Libni; zijn zoon Jahath; zijn zoon Zimma;

  • 19En Amram nam Jochebed, zijn moei, zich tot huisvrouw, en zij baarde hem Aaron en Mozes; en de jaren des levens van Amram waren honderd zeven en dertig jaren.

  • Num 3:33-36
    4 verzen
    87%

    33Van Merari is het geslacht der Mahelieten, en het geslacht der Musieten; dit zijn de geslachten van Merari.

    34En hun getelden in getal van al wat mannelijk was, van een maand oud en daarboven, waren zes duizend en tweehonderd.

    35De overste nu van het vaderlijke huis der geslachten van Merari zal zijn Zuriel, de zoon van Abihail; zij zullen zich legeren aan de zijde des tabernakels, noordwaarts.

    36En het opzicht der wachten van de zonen van Merari zal zijn over de berderen des tabernakels, en zijn richelen, en zijn pilaren, en zijn voeten, en al zijn gereedschap, en al wat tot zijn dienst behoort;

  • 47Den zoon van Maheli, den zoon van Musi, den zoon van Merari, den zoon van Levi.

  • 21De kinderen van Merari waren Maheli en Musi; de kinderen van Maheli waren Eleazar en Kis.

  • 30En de kinderen van Musi waren Maheli, en Eder, en Jerimoth. Dezen zijn de kinderen der Levieten, naar hun vaderlijke huizen.

  • Num 3:17-19
    3 verzen
    81%

    17Dit nu waren de zonen van Levi met hun namen: Gerson, en Kahath, en Merari.

    18En dit zijn de namen der zonen van Gerson, naar hun geslachten: Libni en Simei.

    19En de zonen van Kahath, naar hun geslachten; Amram en Izhar, Hebron en Uzziel.

  • 42En de getelden van de geslachten der zonen van Merari, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen,

  • 1 Kron 6:1-2
    2 verzen
    80%

    1De kinderen van Levi waren Gerson, Kahath en Merari.

    2De kinderen van Kahath nu waren Amram, Jizhar, en Hebron, en Uzziel.

  • Num 26:57-58
    2 verzen
    80%

    57Dit zijn nu de getelden van Levi, naar hun geslachten: van Gerson het geslacht der Gersonieten; van Kohath het geslacht der Kohathieten; van Merari het geslacht der Merarieten.

    58Dit zijn de geslachten van Levi: het geslacht der Libnieten, het geslacht der Hebronieten, het geslacht der Machlieten, het geslacht der Muzieten, het geslacht der Korachieten. En Kohath gewon Amram.

  • 11En de zonen van Levi: Gerson, Kehath en Merari.

  • 78%

    26De kinderen van Merari waren Maheli en Musi. De kinderen van Jaazia waren Beno.

    27De kinderen van Merari van Jaazia waren Beno, en Soham, en Zakkur, en Hibri.

  • 29Aangaande de zonen van Merari, die zult gij naar hun geslachten, en naar het huis hunner vaderen tellen.

  • 23De kinderen van Musi waren Maheli, en Eder, en Jeremoth; drie.

  • Num 4:44-46
    3 verzen
    76%

    44Hun getelden nu waren, naar hun geslachten, drie duizend en tweehonderd.

    45Dezen zijn de getelden van de geslachten der zonen van Merari, welke Mozes en Aaron geteld hebben, naar het bevel des HEEREN, door de hand van Mozes.

    46Al de getelden, welke Mozes en Aaron, en de oversten van Israel geteld hebben van de Levieten, naar hun geslachten, en naar het huis hunner vaderen,

  • 21Van Gerson was het geslacht der Libnieten, en het geslacht der Simeieten; dit zijn de geslachten der Gersonieten.

  • 29De kinderen van Merari waren Maheli; zijn zoon Libni; zijn zoon Simei; zijn zoon Uzza;

  • 74%

    43Den zoon van Jahath, den zoon van Gerson, den zoon van Levi.

    44Hunne broeders nu, de kinderen van Merari, stonden aan de linker zijde, namelijk Ethan, de zoon van Kisi, den zoon van Abdi, den zoon van Malluch,

  • 27En van Kahath is het geslacht der Amramieten, en het geslacht der Izharieten, en het geslacht der Hebronieten, en het geslacht der Uzzielieten; dit zijn de geslachten der Kahathieten.

  • 14Van de Levieten nu waren Semaja, de zoon van Hasub, den zoon van Azrikam, den zoon van Hasabja, van de kinderen van Merari;

  • Ex 6:16-17
    2 verzen
    74%

    16De zonen van Gerson: Libni en Simei, naar hun huisgezinnen.

    17En de zonen van Kehath: Amram, en Jizhar, en Hebron, en Uzziel, en de jaren des levens van Kehath waren honderd drie en dertig jaren.

  • 6Van de kinderen van Merari was Asaja overste, en van zijn broederen waren tweehonderd en twintig.

  • 33Dit is de dienst van de geslachten der zonen van Merari, naar hun gansen dienst, in de tent der samenkomst, onder de hand van Ithamar, den zoon van Aaron, den priester.

  • 45Van de zonen van Beria waren: van Heber het geslacht der Heberieten; van Malchiel het geslacht der Malchielieten.

  • 6En David verdeelde hen in verdelingen, naar de kinderen van Levi, Gerson, Kehath en Merari.

  • 19En Hasabja, en met hem Jesaja, van de kinderen van Merari, met zijn broederen, en hun zonen, twintig;

  • 38Insgelijks de getelden der zonen van Gerson, naar hun geslachten, en naar het huis hunner vaderen;

  • 40Al die steden waren van de kinderen van Merari, naar hun huisgezinnen, die nog overig waren van de huisgezinnen der Levieten; en hun lot was twaalf steden.

  • 2Neemt op de som der zonen van Kahath, uit het midden der zonen van Levi, naar hun geslachten, naar het huis hunner vaderen.

  • 22Neem ook op de som der zonen van Gerson, naar het huis hunner vaderen, naar hun geslachten.

  • 38Den zoon van Jizhar, den zoon van Kahath, den zoon van Levi, den zoon van Israel.

  • 15De kinderen van Mozes waren Gersom en Eliezer.

  • 34Aan de huisgezinnen nu van de kinderen van Merari, van de overige Levieten, werd gegeven van den stam van Zebulon, Jokneam en haar voorsteden, Kartha en haar voorsteden;