Psalmen 138:2
Ik zal mij nederbuigen naar het paleis Uwer heiligheid, en ik zal Uw Naam loven, om Uw goedertierenheid en om Uw waarheid; want Gij hebt vanwege Uw gansen Naam Uw woord groot gemaakt.
Ik zal mij nederbuigen naar het paleis Uwer heiligheid, en ik zal Uw Naam loven, om Uw goedertierenheid en om Uw waarheid; want Gij hebt vanwege Uw gansen Naam Uw woord groot gemaakt.
Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.
1Een psalm van David. Ik zal U loven met mijn gehele hart; in de tegenwoordigheid der goden zal ik U psalmzingen.
12Heere, mijn God! ik zal U met mijn ganse hart loven, en ik zal Uw Naam eren in eeuwigheid;
28Gij zijt mijn God, daarom zal ik U loven; o mijn God! ik zal U verhogen.
1Een lofzang van David. Aleph. O mijn God, Gij Koning! ik zal U verhogen, en Uw Naam loven in eeuwigheid en altoos.
2Beth. Te allen dage zal ik U loven, en Uw Naam prijzen in eeuwigheid en altoos.
1HEERE! Gij zijt mijn God, U zal ik verhogen, Uw Naam zal ik loven, want Gij hebt wonder gedaan; Uw raadslagen van verre zijn waarheid en vastigheid.
50Daarom zal ik U, o HEERE, loven onder de heidenen, en Uw Naam zal ik psalmzingen.
7Om te doen horen de stem des lofs, en om te vertellen al Uw wonderen.
8HEERE! ik heb lief de woning van Uw huis, en de plaats des tabernakels Uwer eer.
22Ook zal ik U loven met het instrument der luit, Uw trouw, mijn God; ik zal U psalmzingen met de harp, o Heilige Israels!
17Ik zal U offeren, offerande van dankzegging, en den Naam des HEEREN aanroepen.
18Mijn geloften zal ik den HEERE betalen, nu, in de tegenwoordigheid van al Zijn volk.
19In de voorhoven van het huis des HEEREN, in het midden van u, o Jeruzalem! Hallelujah!
1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op Muth-Labben.
2Ik zal den HEERE loven met mijn ganse hart; ik zal al Uw wonderen vertellen.
3Waak op, gij luit en harp! ik zal in den dageraad opwaken.
4Ik zal U loven onder de volken, o HEERE! en ik zal U psalmzingen onder de natien.
5Want Uw goedertierenheid is groot tot boven de hemelen, en Uw waarheid tot aan de bovenste wolken.
12Ik vertrouw op God, ik zal niet vrezen; wat zou mij de mens doen?
2De Naam des HEEREN zij geprezen, van nu aan tot in der eeuwigheid.
3Van den opgang der zon af tot haar nedergang, zij de Naam des HEEREN geloofd.
49Die mij uithelpt van mijn vijanden; ja, Gij verhoogt mij boven degenen, die tegen mij opstaan; Gij redt mij van den man des gewelds.
30Doch ik ben ellendig en in smart; Uw heil, o God! zette mij in een hoog vertrek.
6Ziet, God is mij een Helper; de Heere is onder degenen, die mijn ziel ondersteunen.
7Gij zult de leugensprekers verdoen; van den man des bloeds en des bedrogs heeft de HEERE een gruwel.
3Ten dage, als ik riep, zo hebt Gij mij verhoord; Gij hebt mij versterkt met kracht in mijn ziel.
4Alle koningen der aarde zullen U, o HEERE! loven, wanneer zij gehoord zullen hebben de redenen Uws monds.
3Want Uw goedertierenheid is voor mijn ogen, en ik wandel in Uw waarheid.
10Dan zullen mijn vijanden achterwaarts keren, ten dage als ik roepen zal; dit weet ik, dat God met mij is.
25Want Hij heeft niet veracht, noch verfoeid de verdrukking des verdrukten, noch Zijn aangezicht voor hem verborgen; maar Hij heeft gehoord, als die tot Hem riep.
9Ziet den man, die God niet stelde tot Zijn Sterkte, maar vertrouwde op de veelheid zijns rijkdoms; hij was sterk geworden door zijn beschadigen. [ (Psalms 52:10) Maar ik zal zijn als een groene olijfboom in Gods huis; ik vertrouw op Gods goedertierenheid eeuwiglijk en altoos. ] [ (Psalms 52:11) Ik zal U loven in eeuwigheid, omdat Gij het gedaan hebt; en ik zal Uw Naam verwachten; want hij is goed voor Uw gunstgenoten. ]
30Ik zal den HEERE met mijn mond zeer loven, en in het midden van velen zal ik Hem prijzen.
1Voor den opperzangmeester, Altascheth; een psalm, een lied, voor Asaf.
1Hallelujah! Aleph. Ik zal den HEERE loven van ganser harte; Beth. In den raad en vergadering der oprechten.
3Voorwaar, ik heb U in het heiligdom aanschouwd, ziende Uw sterkheid en Uw eer;
7Ik zal U loven in oprechtheid des harten, als ik de rechten Uwer gerechtigheid geleerd zal hebben.
2Looft Hem vanwege Zijn mogendheden; looft Hem naar de menigvuldigheid Zijner grootheid!
5He. Ik zal uitspreken de heerlijkheid der eer Uwer majesteit, en Uw wonderlijke daden.
10Ik zal U loven onder de volken, o Heere! ik zal U psalmzingen onder de natien.
1Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Gitthith.
10Jod. Al Uw werken, HEERE, zullen U loven, en Uw gunstgenoten zullen U zegenen.
18Zo zal ik U loven in de grote gemeente; onder machtig veel volks zal ik U prijzen.
17Zijn moeite zal op zijn hoofd wederkeren, en zijn geweld op zijn schedel nederdalen. [ (Psalms 7:18) Ik zal den HEERE loven naar Zijn gerechtigheid, en den Naam des HEEREN, des Allerhoogsten, psalmzingen. ]
2Geeft den HEERE de eer Zijns Naams, aanbidt den HEERE in de heerlijkheid des heiligdoms.
13Nu dan, onze God, wij danken U, en loven den Naam Uwer heerlijkheid.
2Want Zijn goedertierenheid is geweldig over ons, en de waarheid des HEEREN is in der eeuwigheid! Hallelujah!
127Daarom heb ik Uw geboden lief, meer dan goud, ja, meer dan het fijnste goud.
9Al de heidenen, Heere! die Gij gemaakt hebt, zullen komen, en zullen zich voor Uw aanschijn nederbuigen, en Uw Naam eren.
1Niet ons, o HEERE! niet ons, maar Uw Naam geef eer, om Uwer goedertierenheid, om Uwer waarheid wil.
1Een psalm, een lied, op den sabbatdag.