Psalmen 2:4

Statenvertaling (States Bible)

Die in den hemel woont, zal lachen; de HEERE zal hen bespotten.

Aanvullende bronnen

Gerefereerde verzen

  • Ps 59:8 : 8 Zie, zij storten overvloediglijk uit met hun mond; zwaarden zijn op hun lippen; want wie hoort het?
  • Ps 37:13 : 13 De Heere belacht hem, want Hij ziet, dat zijn dag komt.
  • Jes 40:22 : 22 Hij is het, Die daar zit boven den kloot der aarde, en derzelver inwoners zijn als sprinkhanen; Hij is het, Die de hemelen uitspant als een dunnen doek, en breidt ze uit als een tent, om te bewonen;
  • Ps 11:4 : 4 De HEERE is in het paleis Zijner heiligheid, des HEEREN troon is in den hemel; Zijn ogen aanschouwen, Zijn oogleden proeven de mensenkinderen.
  • Spr 1:26 : 26 Zo zal Ik ook in ulieder verderf lachen; Ik zal spotten, wanneer uw vreze komt.
  • Jes 57:15 : 15 Want alzo zegt de Hoge en Verhevene, Die in de eeuwigheid woont, en Wiens Naam heilig is: Ik woon in de hoogte en in het heilige, en bij dien, die van een verbrijzelden en nederigen geest is, opdat Ik levend make den geest der nederigen, en opdat Ik levend make het hart der verbrijzelden.
  • Jes 66:1 : 1 Alzo zegt de HEERE: De hemel is Mijn troon, en de aarde is de voetbank Mijner voeten; waar zou dat huis zijn, dat gijlieden Mij zoudt bouwen, en waar is de plaats Mijner rust?
  • Ps 115:3 : 3 Onze God is toch in den hemel, Hij doet al wat Hem behaagt.
  • 2 Kon 19:21 : 21 Dit is het woord, dat de HEERE over hem gesproken heeft: De jonkvrouw, de dochter van Sion, veracht u, zij bespot u, de dochter van Jeruzalem schudt het hoofd achter u.
  • Ps 53:5 : 5 Hebben dan de werkers der ongerechtigheid geen kennis, die Mijn volk opeten, alsof zij brood aten? Zij roepen God niet aan.

Vergelijkbare verzen (AI)

Deze verzen worden gevonden met AI-aangedreven semantische overeenkomst op basis van betekenis en context. Resultaten kunnen soms onverwachte verbanden bevatten.

  • 8Zie, zij storten overvloediglijk uit met hun mond; zwaarden zijn op hun lippen; want wie hoort het?

  • Ps 37:12-13
    2 verzen
    82%

    12Zain. De goddeloze bedenkt listige aanslagen tegen den rechtvaardige, en hij knerst over hem met zijn tanden.

    13De Heere belacht hem, want Hij ziet, dat zijn dag komt.

  • Ps 2:5-6
    2 verzen
    80%

    5Dan zal Hij tot hen spreken in Zijn toorn, en in Zijn grimmigheid zal Hij hen verschrikken.

    6Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion, den berg Mijner heiligheid.

  • 6Gij hebt lief alle woorden van verslinding, en een tong des bedrogs.

  • Ps 2:1-3
    3 verzen
    77%

    1Waarom woeden de heidenen, en bedenken de volken ijdelheid?

    2De koningen der aarde stellen zich op, en de vorsten beraadslagen te zamen tegen den HEERE, en tegen Zijn Gezalfde, zeggende:

    3Laat ons hun banden verscheuren, en hun touwen van ons werpen.

  • Hab 1:10-11
    2 verzen
    76%

    10En hij zal de koningen beschimpen, en de prinsen zullen hem een belaching zijn; hij zal alle vesting belachen; want hij zal stof vergaderen, en hij zal ze innemen.

    11Dan zal hij den geest veranderen, en hij zal doortrekken, en zich schuldig maken, houdende deze zijn kracht voor zijn God.

  • 26Zo zal Ik ook in ulieder verderf lachen; Ik zal spotten, wanneer uw vreze komt.

  • 19De rechtvaardigen zagen het, en waren blijde, en de onschuldige bespotte hen;

  • 7Maar ik ben een worm en geen man, een smaad van mensen, en veracht van het volk.

  • 21Totdat Hij uw mond met gelach vervulle, en uw lippen met gejuich.

  • 2Toen werd onze mond vervuld met lachen, en onze tong met gejuich; toen zeide men onder de heidenen: De HEERE heeft grote dingen aan dezen gedaan.

  • 6Gij spijst hen met tranenbrood, en drenkt hen met tranen uit een drieling.

  • 3Onze God is toch in den hemel, Hij doet al wat Hem behaagt.

  • 8Want God is een Koning der ganse aarde; psalmzingt met een onderwijzing!

  • 10Die met den HEERE twisten, zullen verpletterd worden; Hij zal in den hemel over hen donderen; de HEERE zal de einden der aarde richten, en zal Zijn Koning sterkte geven, en den hoorn Zijns Gezalfden verhogen.

  • 19De HEERE heeft Zijn troon in de hemelen bevestigd, en Zijn Koninkrijk heerst over alles.

  • 22Nu dan, drijft den spot niet, opdat uw banden niet vaster gemaakt worden; want ik heb van den Heere HEERE der heirscharen gehoord een verdelging, ja, een, die vast besloten is over het ganse land.

  • 31Dat de hemelen zich verblijden, en de aarde verheuge zich, en dat men onder de heidenen zegge: De HEERE regeert.

  • 22Hij is het, Die daar zit boven den kloot der aarde, en derzelver inwoners zijn als sprinkhanen; Hij is het, Die de hemelen uitspant als een dunnen doek, en breidt ze uit als een tent, om te bewonen;

  • 27Want is u niet Israel ter belaching geweest? Was hij onder de dieven gevonden, dat gij u zo bewoogt, van den tijd af, dat uw woorden van hem waren?

  • 14De HEERE donderde van den hemel, en de Allerhoogste gaf Zijn stem.

  • 17Ain. De HEERE heeft gedaan, wat Hij gedacht had, Hij heeft Zijn woord vervuld, dat Hij bevolen had van oude dagen; Hij heeft afgebroken en niet gespaard; en Hij heeft den vijand over u verblijd, Hij heeft den hoorn uwer tegenpartijders verhoogd.

  • 4De HEERE is in het paleis Zijner heiligheid, des HEEREN troon is in den hemel; Zijn ogen aanschouwen, Zijn oogleden proeven de mensenkinderen.

  • 23Een ieder zal over hem met zijn handen klappen, en over hem fluiten uit zijn plaats.

  • 9Zij zetten hun mond tegen den hemel, en hun tong wandelt op de aarde.

  • 10Dat zullen zij hebben in plaats van hun hoogmoed; want zij hebben beschimpt, en hebben zich groot gemaakt tegen het volk van den HEERE der heirscharen.

  • 10De HEERE heeft gezeten over den watervloed; ja, de HEERE zit, Koning in eeuwigheid.

  • 34Want David is niet opgevaren in de hemelen; maar hij zegt: De Heere heeft gesproken tot Mijn Heere: Zit aan Mijn rechter hand.

  • 1Een psalm van David. De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank Uwer voeten.

  • 22Dit is het woord, dat de HEERE over hem gesproken heeft: De jonkvrouw, de dochter van Sion, veracht u, zij bespot u, de dochter van Jeruzalem schudt het hoofd achter u.

  • 5De HEERE is aan Uw rechterhand; Hij zal koningen verslaan ten dage Zijns toorns.

  • 25Die door den mond van David Uw knecht, gezegd hebt: Waarom woeden de heidenen, en hebben de volken ijdele dingen bedacht?

  • 6De HEERE houdt de zachtmoedigen staande; de goddelozen vernedert Hij, tot de aarde toe.

  • 1De HEERE regeert, de aarde verheuge zich; dat veel eilanden zich verblijden.

  • 69%

    7O vijand! zijn de verwoestingen voleind in eeuwigheid, en hebt gij de steden uitgeroeid? Hunlieder gedachtenis is met hen vergaan.

  • 4Ik ben het, die zijn vriend een spot is, maar roepende tot God, Die hem verhoort; de rechtvaardige en oprechte is een spot.

  • 11Dat de hemelen zich verblijden, en de aarde zich verheuge, dat de zee bruise met haar volheid.

  • 24Lachte ik hun toe, zij geloofden het niet; en het licht mijns aangezichts deden zij niet nedervallen.

  • 1De HEERE regeert, Hij is met hoogheid bekleed; de HEERE is bekleed met sterkte, Hij heeft Zich omgord. Ook is de wereld bevestigd, zij zal niet wankelen.

  • 1De HEERE regeert, dat de volken beven; Hij zit tussen de cherubim; de aarde bewege zich.

  • 4De HEERE, Die rechtvaardig is, heeft de touwen der goddelozen afgehouwen.

  • 19Hij heeft mijn ziel in vrede verlost van den strijd tegen mij; want met menigte zijn zij tegen mij geweest.

  • 23Als de gesel haastelijk doodt, bespot Hij de verzoeking der onschuldigen.

  • 44De Heere heeft gezegd tot Mijn Heere: Zit aan Mijn rechter hand, totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten.

  • 4Onze ziel is veel te zat des spots der weelderigen, der verachting der hovaardigen.